Regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie van 13 december 2012, nr. 333191, houdende de aanwijzing van landelijke eenheden en ondersteunende diensten, de aanwijzing van ambtenaren van politie die deel uitmaken van de leiding van de politie alsmede regels over het beheer van de politie door de korpschef (Regeling beheer politie)

Regeling beheer politie

De Minister van Veiligheid en Justitie,

Besluit:

Hoofdstuk

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    de minister: de Minister van Veiligheid en Justitie;

  • b.

    aandachtsgebieden: het geheel van delictsoorten of clusters van delictsoorten, dadergroepen, aanpakstrategieën of geografische gebieden waarop de activiteiten van de politie kunnen worden gericht;

  • c.

    horizontale fraude: fraude in het particuliere geld- en goederenverkeer, met een particuliere partij als benadeelde;

  • d.

    taakaccent: gebied binnen de horizontale fraude, waarop expertise is ontwikkeld;

  • e.

    beheersplan: het beheersplan, bedoeld in artikel 37, eerste lid, van de Politiewet 2012;

  • f.

    jaarverslag: het jaarverslag, bedoeld in artikel 37, eerste lid, van de Politiewet 2012;

  • g.

    jaaraanschrijving: jaaraanschrijving van de minister waarin aanwijzingen worden gegeven aan de korpschef;

  • h.

    managementrapportage: rapportage van de korpschef aan de minister waarin wordt ingegaan op de uitvoering van het beheersplan;

  • i.

    commissies van toezicht op de arrestantenzorg: de commissie, bedoeld in artikel 26;

  • j.

    arrestantenzorg: zorg voor de huisvesting, veiligheid, verzorging en bejegening van ingeslotenen;

  • k.

    ingeslotene: de persoon die rechtens van zijn vrijheid is beroofd, alsmede de persoon die ten behoeve van de hulpverlening aan hem op een politiebureau is ondergebracht;

  • l.

    politiecellen: ruimten die door de politie worden gebruikt voor het insluiten van personen;

  • m.

    politiecellencomplex: een in een gebouw te onderscheiden ruimte waarin één of meer gangen met daaraan grenzend één of meer ruimten liggen die door de politie worden gebruikt voor het insluiten van personen.

Hoofdstuk

2

Hoofdlijnen organisatie landelijk korps

Artikel

3

Artikel

4

Hoofdstuk

3

Hoofdlijnen organisatie landelijke eenheid

Artikel

5

Artikel

6

De dienst Nationale recherche heeft tot taak:

  • a.

    het binnen vooraf door het bevoegd gezag vastgestelde aandachtsgebieden verrichten van onderzoeken naar zware en georganiseerde criminaliteit die naar aard of organisatie een landelijk of internationaal karakter hebben en die de rechtsstaat in ernstige mate bedreigen;

  • b.

    het afhandelen van gecompliceerde internationale rechtshulpverzoeken op de door het bevoegd gezag aangewezen aandachtsgebieden van de dienst Nationale recherche en van gecompliceerde rechtshulpverzoeken die niet zijn terug te brengen op een specifieke regionale eenheid of opsporingsinstantie;

  • c.

    het verrichten van onderzoeken van nationaal belang zoals die door het bevoegd gezag als zodanig zijn aangewezen en die naar aard of methodiek aansluiten bij de dienst;

  • d.

    het leveren van capaciteit ten behoeve van internationale samenwerkingsverbanden;

  • e.

    het vervullen van een landelijke expertisefunctie op de voor de dienst Nationale recherche door het bevoegd gezag vastgestelde aandachtsgebieden, ten behoeve van het opstellen van criminaliteitsbeeldanalyses en het nationaal dreigingsbeeld alsmede het vervullen van deze functie ter ondersteuning van de bestrijding en voorkoming van zware en georganiseerde criminaliteit en van de operationele onderzoeken van de dienst en andere opsporingseenheden;

  • f.

    de bestrijding van de productie en verspreiding van XTC, de bestrijding van terrorisme en het verrichten van onderzoeken naar oorlogsmisdrijven.

Artikel

7

De dienst IPOL stelt in opdracht van het College van procureurs-generaal vierjaarlijks een nationaal dreigingsbeeld op ten behoeve van de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit.

Artikel

8

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Hoofdstuk

4

Hoofdlijnen organisatie regionale eenheden

Artikel

13

De regionale eenheden beschikken ten behoeve van de uitoefening van de recherchefunctie over voorzieningen op het gebied van:

  • a.

    tactische recherche;

  • b.

    technische recherche;

  • c.

    financiële recherche;

  • d.

    digitale recherche;

  • e.

    informatievoorziening.

Artikel

14

Artikel

15

De regionale eenheden beschikken ieder over een organisatie van mobiele eenheden ten behoeve van de volgende werkzaamheden:

  • a.

    het optreden ter handhaving van de openbare orde en hulpverlening in het bijzonder bij grootschalige manifestaties en evenementen;

  • b.

    het uitvoeren van evacuaties;

  • c.

    het bewaken en beveiligen van objecten;

  • d.

    het optreden bij crises en rampen;

  • e.

    het uitvoeren van zoekacties;

  • f.

    het aanhouden van ordeverstoorders.

Artikel

16

De regionale eenheden beschikken ieder over een staf die ten behoeve van het bevoegd gezag zorg draagt voor de coördinatie van grootschalig politieoptreden.

Artikel

17

De regionale eenheden beschikken zelfstandig of samen met één of meer andere regionale eenheden over één of meerdere onderdelen die uitsluitend tot taak hebben, indien redelijkerwijs mag worden aangenomen dat levensbedreigende omstandigheden tegen de politie of anderen dreigen, de volgende werkzaamheden uit te voeren:

  • a.

    het verrichten van planmatige aanhoudingen;

  • b.

    het bewaken en beveiligen van politie-infiltranten;

  • c.

    het assisteren bij het bewaken en beveiligen van het transport van getuigen, verdachten of gedetineerden;

  • d.

    het assisteren bij het bewaken en beveiligen van objecten;

  • e.

    andere werkzaamheden waarvoor toestemming is verkregen van de minister.

Artikel

18

Artikel

19

Hoofdstuk

5

Jaaraanschrijving, beheersplan, managementrapportages, jaarverslag en informatieverstrekking

Artikel

20

De minister zendt de korpschef jaarlijks vóór 1 december een jaaraanschrijving. De jaaraanschrijving heeft betrekking op de managementrapportages, bedoeld in artikel 22, eerste lid, alsmede op de voorbereidende werkzaamheden door de korpschef ten behoeve van het beheersplan en het jaarverslag en de daarvoor nodige informatie.

Artikel

21

Artikel

22

Artikel

23

Hoofdstuk

6

Ingeslotenen

Artikel

25

Hoofdstuk

7

Overgangsbepalingen

Artikel

26

In afwijking van artikel 22, het eerste lid, tweede volzin, kan de minister, op voorstel van de korpschef, tot 1 januari 2015 andere data vaststellen voor het verstrekken van de 3-maands-, de 6-maands-, de 9-maands- en de 12-maandsmanagementrapportage over 2014.

Hoofdstuk

8

Slotbepalingen

Artikel

27

Deze regeling treedt, met uitzondering van artikel 22, derde lid, en artikel 23, eerste lid, in werking met ingang van 1 januari 2013. De artikelen 22, derde lid, en 23, eerste lid, treden in werking met ingang van 1 januari 2014.

Artikel

28

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling beheer politie.

Artikel

29

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden gepubliceerd.

De Minister van Veiligheid en Justitie,I.W.Opstelten

Bijlage

1

Als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onder e

Internationale politiële informatie-uitwisseling vindt plaats:

  • A.

    door Liaison officiers die organisatorisch onder de Landelijke eenheid vallen en werkzaam zijn bij door het Ministerie van Buitenlandse Zaken beheerde ambassades buiten Nederland;

  • B.

    door buitenlandse verbindingsofficieren, bedoeld in de Regeling Buitenlandse Verbindingsofficieren;

  • C.

    door tussenkomst van het Nationaal Centraal Bureau Interpol, bedoeld in de artikel 32 van de ICPO-Interpol Constitution and General Regulations;

  • D.

    door tussenkomst van Bureau Sirene, bedoeld in artikel 108 van de Schengen-uitvoeringsovereenkomst;

  • E.

    door tussenkomst van Dutch Desk Europol, bedoeld in artikel 1 van de Besluit 2009/371/BJZ van de Raad van 6 april 2009 tot oprichting van de Europese politiedienst (Europol) (PbEU 2009, L 121).

Bijlage

2

Als bedoeld in artikel 23

Beheersgegevens per 31 december van jaar t-1

  • 1.

    Personeel: basisgegevens

    VERSLAGJAAR

    KORPSONDERDEEL: indeling in regionale eenheden, Landelijke eenheid, Politiedienstencentrum en korpsleiding en Staf korpsleiding

    SOORT WERKNEMER: Aanstelling bij het korps

    Aard aanstelling (bij tijdelijk dienstverband ook begin en einde periode)

    Aanstellingscode (cf. BARP)

    Versleuteld BSN

    Geboortedatum

    Geslachtscode

    Aanstellingsnummer

    Persoon Fte

    Datum in dienst

    Datum uit dienst

    REA-code / SAMEN-code

    Dienstjaren

    Aard aanstellingscode

    Werktijdcode

    Categoriecode (exe, ath, asp, etc) (inclusief vrijwilligers)

    Dienstverband instroomcode

    Dienstverband uitstroomcode

    BOA-code

  • 1.1

    Functiegegevens: voor aangestelden bij het korps

    Functiecode, onderverdeeld naar detailniveau van LFNP

  • 1.2

    Salarisgegevens: voor aangestelden bij het korps

    Schaalsalaris

    Vakantie-uitkering

    Eindejaarsuitkering

    Totaal ambtelijk inkomen

    Totaal SV-/pseudo WW-loon

    Totaal van SV-heffingen vrijgestelde vergoeding

    Eenmalige uitkering

    Schaal BBP

    Salarisregel

  • 1.3

    Inactiviteitgegevens

    Inactiviteitcode

    Aantal verzuimdagen

    Aantal verzuimdagen kort

    Aantal verzuimdagen middel

    Aantal verzuimdagen lang-1

    Aantal verzuimdagen lang-2

    Aantal verzuimdagen lang-3

    Inactiviteitsfrequentie

  • 1.4

    Aanvullingsgegevens

    AANVULLING OP SALARIS

    Aanvullingscode

    Aanvullingsbedrag

  • 1.5

    Overige gegevens

    Code Levensloop

    Indicatie langdurig ziek

    Indicatie Ouderschapsverlof

    Indicatie RPU

    Bedrag Levensloop

    Op/Np Grondslag

    Grondslag Overgangspremie VUT-FPU

    AOP Grondslag

    ZVW Grondslag

    SV Grondslag

    Loonheffing Grondslag

  • 1.6

    RTGP-gegevens

    Code Geweldsmiddel

    Toets schietvaardigheid-0

    Toets schietvaardigheid-1

    Toets schietvaardigheid-2

    Toets geweldsbeheersing-0

    Toets geweldsbeheersing-1

    Toets aanhouding en zelfverdediging-0

    Toets aanhouding en zelfverdediging-1

    Inname lichte geweldsmiddelen

    Inname vuurwapen(s)-0

    Inname vuurwapen(s)-1

    Inname vuurwapen(s)-2

    Uitgifte lichte geweldsmiddelen

    Uitgifte vuurwapen(s)-0

    Uitgifte vuurwapen(s)-1

    Uitgifte vuurwapen(s)-2

    tijd voor training en toetsing

    Toets Heckler&Koch-0

    Toets Heckler&Koch-1

    Toets Heckler&Koch-2

    Fysieke veiligheidstoets

  • 1.7

    Organisatie te werkstelling

    Organisatie te werkstelling anders dan bij de politie