Artikel
1
2
De begripsomschrijvingen van artikel 1 van de regeling Praktijkleren en groene plus zijn in deze regeling van overeenkomstige toepassing
Besluit:
De begripsomschrijvingen van artikel 1 van de regeling Praktijkleren en groene plus zijn in deze regeling van overeenkomstige toepassing
De kosten voor het inzetten van personeel, bedoeld in artikel 28, derde lid, onderdeel a, van de regeling voor het jaar 2013 worden bepaald op basis van de uurtarieven behorend bij de schalen in het Bezoldigingsbesluit burgerlijke Rijksambtenaren 1984, als volgt:
voor medewerkers waarvan de hoogte van het salaris valt binnen één van de schalen 1 tot en met 9: ten hoogste € 59,–;
voor medewerkers waarvan de hoogte van het salaris valt binnen één van de schalen 10 tot en met 12: ten hoogste € 74,–;
voor medewerkers waarvan de hoogte van het salaris valt binnen één van de schalen 13 tot en met 18: ten hoogste € 98,–.
De minister kan subsidie verstrekken voor activiteiten in het kader van het sectorplan AOC 2011-2014. Deze activiteiten beogen het vergroten van de kwaliteit van het onderwijs verbonden aan de agrarische opleidingencentra, waaronder in het bijzonder de kwaliteit van het onderwijs en van de examens van het voorbereidend beroepsonderwijs, en het versterken van hun functioneren in verband met de toelevering van gediplomeerden aan en de kennisverspreiding naar de branches binnen het bedrijfsleven waarvoor de minister verantwoordelijk is. Voor de jaren 2013 en 2014 wordt prioriteit gegeven aan het vergroten van de kwaliteit van het onderwijs en aan versterking van de inzet van de instellingen op de thema’s uit de landelijke agenda.
De subsidie kan worden aangevraagd door de AOC-Raad. De aanvraag betreft alleen de landelijke activiteiten en de coördinatie van de inzet van de instellingen en afdelingen binnen deze activiteiten.
De aanvragen kunnen worden ingediend onder de volgende voorwaarden:
voor 1 juli van het jaar 2013 en 1 april van het jaar 2014 legt de AOC-raad aan de minister een activiteitenplan voor met een aanvraag voor subsidie voor de activiteiten in die plannen. De activiteiten sluiten aan bij het goedgekeurde Sectorplan AOC 2011-2014. De activiteitenplannen voor de jaren 2013 en 2014 gaan vergezeld van een korte voortgangsrapportage en een financieel verslag over het voorgaande jaar.
het activiteitenplan geeft aan welke activiteiten geheel of gedeeltelijk door een instelling of instellingen zullen worden uitgevoerd, welke instelling of instellingen deze zullen uitvoeren en welke middelen deze instelling of instellingen zal inzetten overeenkomstig het meerjarig investeringsprogramma van deze instelling of instellingen.
In het activiteitenverslag en het financieel verslag bij de aanvraag voor de vaststelling van de subsidie specificeert de AOC-Raad de activiteiten die zijn uitgevoerd door de instellingen, het resultaat van deze activiteiten van de afzonderlijke instellingen en de besteding van de subsidie door de afzonderlijke instellingen.
De minister kan subsidie verstrekken voor activiteiten gericht op de versterking van de arbeidsmarkt in de sectoren landbouw, natuurlijke omgeving en voedsel, in het bijzonder in relatie tot de topsectoren Agro-Food en Tuinbouw en Uitgangsmaterialen, door het ontwikkelen en versterken van aanbod voor postinitieel onderwijs.
De subsidie kan worden aangevraagd door de agrarische opleidingscentra, door de hogescholen en door organisaties van het bedrijfsleven.
De aanvragen kunnen worden gedaan onder de volgende voorwaarden:
indien de aanvrager een agrarisch opleidingscentrum of een hogeschool is, is deze een samenwerking aangegaan met minstens één bedrijf of organisatie van het bedrijfsleven. Indien de aanvrager een organisatie van het bedrijfsleven is, is deze een samenwerking aangegaan met minstens één instelling. Bij de aanvraag wordt de getekende samenwerkingsovereenkomst gevoegd, welke ten minste het doel van de samenwerking, de verdeling van de taken en verantwoordelijkheden, de organisatie van de gezamenlijke activiteiten en een begroting van kosten en baten omvat;
de subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de begrote kosten;
de bijdrage in de financiering door ten minste één bedrijf of één organisatie namens het bedrijfsleven bedraagt ten minste 25% van de begrote kosten.
De minister kan subsidie verstrekken voor de uitvoering van de landelijke activiteiten in het kader van het plan Kies Kleur in Groen. Doel van deze activiteiten is het bevorderen van diversiteit in het groen onderwijs.
De subsidie kan worden aangevraagd door de AOC-raad, als penvoerder voor de bij het plan betrokken instellingen.
De aanvragen kunnen worden gedaan onder de volgende voorwaarden:
de doelstelling en de mogelijke inzet van de middelen worden bepaald door het door de minister goedgekeurde Uitvoeringsplan Kies Kleur in Groen: Culturele diversiteit in een internationale groene context 2010-2013; wijziging van de doelstelling en mogelijke inzet behoeft toestemming van de minister op basis van de aanvraag voor ieder jaar;
de aanvraag gaat vergezeld van een jaarlijks projectplan, een begroting en een overzicht van de liquiditeitsbehoefte voor dat jaar en een korte voortgangsrapportage betreffende het voorgaande jaar.
De minister kan subsidie verstrekken voor de uitvoering van de activiteiten in het kader van het Uitvoeringsplan Kies Kleur in Groen: Culturele diversiteit in een internationale groene context 2010-2013 door de afdelingen, de vestigingen van de agrarische opleidingscentra en hogescholen, Wageningen Universiteit en Kenniscentrum Beroepsonderwijs – Bedrijfsleven Aequor. Doel van deze activiteiten is het bevorderen van diversiteit in het groen onderwijs binnen de locaties waar dit onderwijs wordt verzorgd.
De subsidie kan worden aangevraagd door de Vereniging Buitengewoon Groen, als penvoerder voor de afdelingen, de instellingen per vestiging, Wageningen Universiteit en KBB Aequor.
De aanvragen kunnen worden gedaan onder de volgende voorwaarden:
de middelen worden ingezet voor het verankeren van de doelstellingen van het Uitvoeringsplan, bedoeld in artikel 19, derde lid, onderdeel a, in het strategisch plan van de instellingen en voor de feitelijke uitvoering van activiteiten met het oog op deze doelstellingen door de afdelingen, vestigingen, Wageningen Universiteit en KBB Aequor en voor de duurzame borging van de resultaten hiervan;
de subsidie bedraagt voor de afdelingen, per vestiging, voor Wageningen Universiteit en voor KBB Aequor voor 2012, voor besteding in het schooljaar 2012–2013, ten hoogste 30% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 15.000,–, en voor 2013, voor besteding in het schooljaar 2013–2014, ten hoogste 20% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 10.000,–; geen subsidie wordt verstrekt voor activiteiten waarvan de subsidiabele kosten minder bedragen dan € 20.000,–;
de aanvraag gaat vergezeld van een projectplan voor het eerstvolgend schooljaar, een begroting waaruit blijkt welk deel van de kosten door de instelling wordt bekostigd en een korte voortgangsrapportage betreffende het voorgaande jaar;
de instellingen verantwoorden bestemming en besteding van de middelen in de jaarrekening en het jaarverslag; voor 1 december 2014 zenden de subsidieontvangers, bedoeld in onderdeel b, een eindverslag aan de minister waaruit de borging van de resultaten van de activiteiten blijkt.
De minister kan subsidie verstrekken voor het aandeel vanuit het groen onderwijs in landelijke en internationale beroepenwedstrijden georganiseerd door Skills Netherlands. Doel van deze activiteiten is verbetering van de aansluiting tussen onderwijs en bedrijfsleven en vergroten van de aantrekkingskracht van het bedrijfsleven door het verbeteren van het beroepsperspectief in de sectoren Landbouw, Natuurlijke omgeving en Voedsel.
De subsidie kan worden aangevraagd door Aequor, op basis van een samenwerkingsverband met ten minste de AOC-Raad.
De aanvragen kunnen worden ingediend onder de volgende voorwaarden:
de subsidie bedraagt ten hoogste 75% van de subsidiabele kosten;
aanvragen gaan vergezeld van een projectplan waaruit ten minste blijkt dat de aanvraag wordt ondersteund door de topsectoren Agro en Food en Tuinbouw en Uitgangsmaterialen en aansluit bij prioriteiten in de Human Capital Agenda van deze topsectoren.
De minister kan subsidie verstrekken voor activiteiten in het kader van het door de minister goedgekeurde Sectorplan groen hoger onderwijs. Doel van dit plan is het bevorderen van de kwaliteit van het onderwijs verbonden aan de hogescholen en Wageningen Universiteit.
Het subsidieplafond bedraagt € 20.100.000 voor de periode van 2013 tot en met 2018. De per jaar ter beschikking te stellen subsidies bedragen ten hoogste: voor het jaar 2013 € 2.500.000, voor het jaar 2014 € 4.400.000, voor het jaar 2015 € 5.200.000, voor het jaar 2016 € 5.000.000, voor het jaar 2017 € 2.600.000 en voor het jaar 2018 € 400.000.
De aanvragen kunnen in 2013 worden ingediend onder de volgende voorwaarden:
de aanvragen betreffen het inrichten van een centre of expertise met een looptijd van vier jaar voor één van de thema’s greenports, food, dier, open teelt en duurzaam ondernemen. Uit de aanvragen blijkt dat deze zijn afgestemd binnen het Platform groen hoger onderwijs.
de subsidie bedraagt per jaar ten hoogste 50% van de kosten.
In afwijking van het bepaalde in artikel 30, eerste lid, van de regeling worden de aanvragen gedaan bij de directeur van de directie Agrokennis.
De aanvragen zullen door de minister worden beoordeeld na advies van de Reviewcommissie hoger Onderwijs en Onderzoek als bedoeld in artikel 12, tweede lid, van het Besluit experiment prestatiebekostiging hoger onderwijs.
De minister kan subsidie verstrekken aan Aequor voor activiteiten gericht op versterking van zijn inzet voor de topsectoren Agro en Food en Tuinbouw en Uitgangsmaterialen, zoals nader bepaald door de Human Capital Agenda bij deze topsectoren.
De aanvraag gaat vergezeld van een activiteitenplan en van een plan voor de borging en voortzetting van de resultaten van de activiteiten binnen de bedrijfsvoering van Aequor, met een begroting hiervoor. Het activiteitenplan en het plan voor borging en voortzetting hebben de instemming van de Paritaire Commissie. Uit het activiteitenplan blijkt dat de aanvraag wordt ondersteund door de topsectoren Agro en Food en Tuinbouw en Uitgangsmaterialen en aansluit bij prioriteiten in de Human Capital Agenda van deze topsectoren.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 mei 2013.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling openstellingen groen onderwijs 2013.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.