Beleidsregel kwaliteits- en capaciteitsdocument

Eerste

Afdeling

– Algemeen

Artikel

1

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

Tweede

Afdeling

– Indeling van het KCD

Artikel

2

Derde

Afdeling

– Minimumeisen die aan het KCD worden gesteld

Artikel

3

De Raad oordeelt dat er sprake is van een doeltreffend KBS indien ten minste:

  • a.

    de netbeheerder de processen ten behoeve van zijn transportdienst beheerst en daarmee ook in de toekomst het gewenste kwaliteitsniveau van de transportdienst zal kunnen bereiken. In het KCD geeft de netbeheerder daartoe aan hoe de samenhang is tussen de verschillende onderdelen van het KBS en de consistentie van deze onderdelen met zijn jaarlijkse begroting;

  • b.

    de netbeheerder de processen beheerst om te kunnen voorzien in de totale behoefte aan capaciteit en om de te verwachten knelpunten op te lossen. De netbeheerder gaat hiertoe in op de samenhang tussen de resultaten, procedures en activiteiten ten behoeve van de raming van de capaciteitsbehoefte, het bepalen van knelpunten en de wijze waarop deze knelpunten worden opgelost. Tevens gaat de netbeheerder in op de consistentie van deze onderdelen met zijn jaarlijkse begroting.

Artikel

4

De netbeheerder beschrijft hoe hij de streefwaarden genoemd in artikel 10 lid 1 van de MR Kwaliteit door middel van het KBS realiseert en op welke wijze hij deze waarden handhaaft. De netbeheerder geeft hierbij zo mogelijk aan welke normen, richtlijnen en overige relevante voorschriften worden toegepast.

Artikel

5

Artikel

6

Bij de bepaling van de capaciteitsbehoefte geeft de netbeheerder aan:

  • a.

    van welke aannames hij is uitgegaan;

  • b.

    in hoeverre hij de ramingen baseert op daadwerkelijke verzoeken van afnemers;

  • c.

    een omschrijving van de methode waarmee hij de capaciteitsbehoefte bepaalt;

  • d.

    in hoeverre knelpunten in andere netten invloed hebben op zijn net, in het geval van onderling verbonden netten.

Vierde

Afdeling

– Minimumeisen die aan het KBS worden gesteld

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Het KBS bevat:

  • a.

    een evaluatieprocedure voor de effectiviteit van de processen, plannen en procedures die in het KBS zijn opgenomen;

  • b.

    een procedure voor de verbetering van de effectiviteit van de processen, plannen en procedures die in het KBS zijn opgenomen.

Vijfde

Afdeling

– Samenhang

Artikel

11

Alle onderdelen van het KCD zijn onderling consistent, zoals tenminste:

  • a.

    het investeringsplan, het onderhoudsplan en het storingsherstelplan (zoals, bedoeld in artikel 16 lid 1 sub c van de MR Kwaliteit) in relatie tot het gewenste prestatieniveau;

  • b.

    elk van de investerings-, onderhoud- en storingsherstelplannen met de resultaten van de monitoring van de kwaliteit van de componenten van het net;

  • c.

    elk van de investerings-, onderhouden storingsherstelplannen met de omvang en frequentie van de geregistreerde onderbrekingen en storingen;

  • d.

    elk van de investerings-, onderhoud- en storingsherstelplannen met de geraamde capaciteitsbehoefte;

  • e.

    elk van de investerings-, onderhouden storingsherstelplannen met de jaarlijks begroting.

Zesde

Afdeling

– Indiening en beoordeling door de Raad

Artikel

12

De gegevens die de netbeheerder als vertrouwelijk aanmerkt worden in een aparte bijlage in het KCD opgenomen. De netbeheerder geeft gemotiveerd aan waarom hij deze gegevens vertrouwelijk acht.

Artikel

13

Artikel

14

In het onderzoek wordt het KBS tevens onderworpen aan een audit. Vervolgens wordt ook het KCD beoordeeld. Op basis van de resultaten van het onderzoek kan de netbeheerder gevraagd worden binnen een bepaalde termijn verbeteringen in het KCD of KBS aan te brengen. Door de Raad kan tot een nader onderzoek en/ of aanvullende audits besloten worden.

Zevende

Afdeling

– Slotbepalingen

Artikel

15

Deze beleidsregel wordt aangehaald als Beleidsregel kwaliteits- en capaciteitsdocument.

Artikel

16

Den Haag
De Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit, G.J.L. Zijl.