De Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) is samengesteld uit:
a.
de Raad van Bestuur en de rechtstreeks aan de Raad van Bestuur verbonden adviseurs en ondersteunende medewerkers;
b.
de stafafdeling Strategie en Communicatie (S&C);
c.
de directie Juridische Dienst (JD);
d.
de directie Mededinging;
e.
de Vervoerkamer (VK);
f.
de Energiekamer;
g.
de stafafdeling Human Resources Management;
h.
de stafafdeling Financieel Economische Zaken;
i.
de stafafdeling Informatiemanagement en Beheer;
j.
het Economisch Bureau.
Artikel
2
De Raad van Bestuur voert overleg over de algemene gang van zaken binnen de Nederlandse Mededingingsautoriteit en over de uitvoering van zijn daarop betrekking hebbende leidinggevende taken met de directeuren en de stafhoofden.
Artikel
3
De stafafdeling Strategie en Communicatie is met name belast met taken van initiërende en coördinerende aard inzake de positie en het functioneren van de Nederlandse Mededingingsautoriteit en met de interne en externe communicatie.
Artikel
4
De Juridische Dienst is binnen het kader van de uitvoering van de Mededingingswet, de Elektriciteitswet 1998, de Gaswet, de Wet luchtvaart, de Loodsenwet, de Wet personenvervoer 2000 en de Spoorwegwet met name belast met de behandeling van aangelegenheden inzake de oplegging van sancties, de behandeling van bezwaren en beroepen, en het optreden als Amicus Curiae. De Juridische Dienst treedt op als juridische adviseur en verricht uit dien hoofde juridische werkzaamheden van algemene aard ten behoeve van de gehele Nederlandse Mededingingsautoriteit.
Artikel
5
De directie Mededinging is binnen het kader van de uitvoering van de Mededingingswet met name belast met de behandeling van aangelegenheden inzake concentraties van ondernemingen, mededingingsbeperkende afspraken, misbruik van economische machtsposities en de toepassing van hoofdstuk 4a, inzake financiële transparantie.
De in artikel 1, eerste lid, onderdelen g, h en i, genoemde onderdelen zijn belast met taken van respectievelijk personele en organisatorische, financiële en facilitaire aard ten behoeve van het goed functioneren van de Nederlandse Mededingingsautoriteit met inachtneming van de daaraan bij of krachtens de wet gestelde eisen.
Artikel
10a
Het Economisch Bureau verricht zaaksgebonden en algemeen economisch onderzoek ten behoeve van de gehele NMa. Het Economisch Bureau adviseert de Raad van Bestuur, gevraagd en ongevraagd. Het Economisch Bureau participeert in internationale gremia en publiceert wetenschappelijk gefundeerde artikelen op het gebied van de NMa.
De onderdelen van de Nederlandse Mededingingsautoriteit verrichten hun taken, met inachtneming van de daaraan bij de wet gestelde grenzen, in onderlinge samenwerking en afstemming.
besluiten en handelingen inzake de strategische koers en het communicatiebeleid.
3
In afwijking van het tweede lid, onder c, wordt aan de directeur van de Juridische Dienst en zijn plaatsvervanger mandaat en machtiging verleend voor het nemen van beslissingen op bezwaar niet inhoudende een beslissing op grond van de Wet openbaarheid van bestuur, een beslissing inzake geschilbeslechting, of een beslissing betreffende het opleggen van een bindende aanwijzing, een (voorlopige) last onder dwangsom of een boete.
Artikel
15
1
Aan de directeur en de plaatsvervangend directeur van de Energiekamer wordt mandaat en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en verrichten van overige handelingen die verband houden met Wet openbaarheid van bestuur, de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet.
2
De mandaatverlening als bedoeld in het eerste lid heeft geen betrekking op:
a.
besluiten betreffende het opleggen van een sanctie of een last onder dwangsom met uitzondering van besluiten die in mandaat namens de Minister van Economische Zaken worden genomen;
b.
beslissingen op bezwaar;
c,
regelgeving;
d.
besluiten en handelingen inzake de strategische koers en het communicatiebeleid.
3
In afwijking van het tweede lid, onderdeel b, wordt aan de directeur van de Juridische Dienst en zijn plaatsvervanger mandaat en machtiging verleend voor het nemen van beslissingen op bezwaar niet inhoudende een beslissing op grond van de Wet openbaarheid van bestuur, een beslissing inzake geschilbeslechting, of een beslissing betreffende het opleggen van een bindende aanwijzing, een last onder dwangsom of een boete.
4
De directeur of de plaatsvervangend directeur van de Energiekamer kan ten behoeve van bedrijfsbezoeken machtiging verlenen aan medewerkers van de Energiekamer voor de uitoefening van de bevoegdheid van artikel 7 van de Elektriciteitswet 1998 en van artikel 35 van de Gaswet.
Artikel
16
1
Aan de clustermanagers en hun plaatsvervangers bij de directie Mededinging en de Energiekamer en aan de clustermanagers en hun plaatsvervangers bij de Juridische Dienst wordt mandaat en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en verrichten van overige handelingen die verband houden met de Mededingingswet, de Wet personenvervoer 2000, de Wet luchtvaart, de Spoorwegwet, de Loodsenwet, de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet met betrekking tot aangelegenheden behorende tot het werkterrein van de betrokken directie.
2
De mandaatverlening als bedoeld in het eerste lid heeft geen betrekking op:
a.
besluiten betreffende het opleggen van een sanctie of een (voorlopige) last onder dwangsom;
b.
beslissingen op bezwaar;
c.
regelgeving;
d.
besluiten en handelingen inzake de strategische koers en het communicatiebeleid.
3
Aan het hoofd van de stafdienst Bedrijfsvoering en Informatiemanagement, aan het hoofd van de stafdienst Audit en aan de clustermanager en zijn plaatsvervanger van het cluster Energie en Vervoer van de Juridische Dienst wordt machtiging verleend voor de uitoefening van de bevoegdheden van artikel 7 van de Elektriciteitswet 1998 en van artikel 35 van de Gaswet.
Artikel
17
1
Aan de directeur van de directie Mededinging en zijn plaatsvervanger wordt machtiging verleend voor het ondertekenen van rapporten als bedoeld in artikel 59 van de Mededingingswet.
Aan de directeur van de Juridische Dienst en zijn plaatsvervanger wordt machtiging verleend om beslissingen te nemen inzake het optreden als Amicus Curiae.
Artikel
19
Aan de clementiefunctionaris wordt mandaat en machtiging verleend voor het voorbereiden en het doen van clementietoezeggingen als bedoeld in punt 19 van de Richtsnoeren Clementietoezegging.
Aan de privilegefunctionaris wordt mandaat en machtiging verleend ten aanzien van aangelegenheden op zijn werkterrein als bedoeld in artikel 6 van de NMa digitale werkwijze 2007.
Artikel
20
Aan de in de onderstaande tabel vermelde functionarissen en hun plaatsvervangers wordt volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van financiële verplichtingen zoals benoemd in de tabel, voor zover deze per verplichting het in de tabel aangegeven bedrag niet te boven gaan, alsmede voor het nemen van beslissingen op verzoeken om betaling voortvloeiend uit eerder door hen aangedane verplichtingen voor zover deze per betaling het aangegeven bedrag niet te boven gaan, binnen het door de Raad vastgestelde werkplan en binnen het door de Raad daartoe vastgestelde budget.
Directeur Energiekamer
115.000
Beleidsonderbouwend en beleidsondersteunend onderzoek en inhuur
Directeur Mededinging
115.000
Beleidsonderbouwend en beleidsondersteunend onderzoek en inhuur
Directeur JD
115.000
Juridisch advies en procesvertegenwoordiging Inhuur specialisten; tolken, verslagleggers
Directeur Vervoerkamer
115.000
Beleidsonderbouwend en beleidsondersteunend onderzoek en inhuur
Beleidsonderbouwend en beleidsondersteunend onderzoek en inhuur
Artikel
21
De ondertekening van stukken namens de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit vindt als volgt plaats:
De Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit,
namens deze:
(handtekening)
(naam ondertekenaar)
(functie)
Artikel
22
Aan de medewerkers van de Nederlandse Mededingingsautoriteit werkzaam bij de Juridische Dienst, met uitzondering van secretariële en ondersteunende medewerkers, wordt machtiging verleend de Raad van Bestuur te vertegenwoordigen in gerechtelijke procedures.
Artikel
23
1
Aan de directeuren en hoofden van de in artikel 1, onderdelen b tot en met j, genoemde onderdelen, wordt, binnen het door de Raad vastgestelde werkplan en binnen het door de Raad daartoe vastgestelde budget, voor de onder hen ressorterende medewerkers, mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:
Aan de directeuren en hoofden van de in artikel 1, onderdelen b tot en met k, genoemde onderdelen, en hun plaatsvervangers, wordt, binnen het door de Raad vastgestelde werkplan en binnen het door de Raad daartoe vastgestelde budget, voor de onder hen ressorterende medewerkers mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:
het verlenen van toestemming voor interim functievervulling en het aangaan van desbetreffende overeenkomsten;
3°.
het beslissen op een aanvraag in het kader van de geldende regels inzake scholingsfaciliteiten, inclusief het verlenen van studieverlof;
4°.
het aangaan van verplichtingen inzake de opleiding van medewerkers;
5°.
verzoeken om betaling, voortvloeiend uit verplichtingen die zijn aangegaan voor de opleiding van medewerkers;
6°.
het aangaan van verplichtingen inzake het aantrekken van servicekrachten;
7°.
verzoeken om betaling, voortvloeiend uit verplichtingen die zijn aangegaan voor het aantrekken van servicekrachten;
8°.
het aangaan van stageovereenkomsten;
9°.
het doen van uitgaven voor aardigheidjes;
10°.
het doen van uitgaven ten behoeve van representatie;
11°.
het toekennen van eenmalige toeslagen van maximaal 500 Euro netto aan medewerkers in het kader van ‘bewust belonen’;
12°.
het nemen van beslissingen inzake het woon-werkverkeer;
13°.
het accorderen van buitenlandse dienstreizen en van reiskostendeclaraties buitenland.
Artikel
24
Aan de directeuren en hoofden van de in artikel 1, onderdelen b tot en met j genoemde onderdelen, hun plaatsvervangers, de bij de onderdelen werkzame clustermanagers en hoofden van stafdiensten wordt voor de onder hen ressorterende medewerkers, mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:
a.
het verlenen van vakantie;
b.
het verlenen van kort buitengewoon verlof;
c.
het verlenen van zwangerschaps- en bevallingsverlof;
d.
het accorderen van binnenlandse dienstreizen en reiskostendeclaraties binnenland.
§
3
Aanwijzing bevoegde ambtenaren
Artikel
25
Als ambtenaren als bedoeld in artikel 50, eerste lid, van de Mededingingswet, belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens die wet, worden aangewezen de ambtenaren die werkzaam zijn bij de Nederlandse Mededingingsautoriteit, met uitzondering van de ambtenaren werkzaam bij de Juridische Dienst.
Aan de voorzitter van de Raad van Bestuur wordt machtiging verleend tot het ondertekenen van de legitimatiebewijzen van de toezichthoudende ambtenaren als bedoeld in de artikelen 25, 26 en 27 van dit besluit.
§
4
Slotbepalingen
Artikel
29
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juli 2005.
Artikel
30
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit organisatie, mandaat, volmacht en machtiging NMa 2005.
Dit besluit zal met de bijlage en de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage
De Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit,P.Kalbfleisch