Artikel
1
Begripsbepalingen
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
-
a.
E-wet: de Elektriciteitswet 1998;
-
b.
de Minister: de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;
-
c.
de Raad: de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de E-wet en artikel 1, eerste lid, onderdeel r, van de Gaswet;
-
d.
aanleg of uitbreiding van het net: aanleg of uitbreiding van het net als bedoeld in artikel 1 van de Regeling melding aanleg- en uitbreidingsinvestering;
-
e.
investering: een investering als bedoeld in artikel 20d van de E-wet en artikel 39e van de Gaswet of een investering waarvan de Minister op grond van artikel 20e van de E-wet of artikel 39f van de Gaswet heeft vastgesteld dat deze noodzakelijk is;
-
f.
kosten van een investering: het totaal van operationele kosten, afschrijvingslasten en vermogenskosten;
-
g.
operationele kosten: de geprognosticeerde jaarlijkse kosten die de netbeheerder na ingebruikneming van de investering verwacht te maken en die voortvloeien uit het gebruik, beheer en onderhoud van die investering;
-
h.
investeringsuitgaven: totaal van uitgaven ter vorming of verkrijging van de investering, welke uitgaven na realisatie van de investering door de netbeheerder worden geactiveerd;
-
i.
voornemen: het voornemen tot het doen van een investering;
-
j.
kennisgeving: bekendmaking aan de Raad dat een investering is gerealiseerd en geactiveerd;
-
k.
integrale beoordeling: een beoordeling op de doelmatigheid van investeringen die in de geldende reguleringssystematiek niet op doelmatigheid worden beoordeeld;
-
l.
globale beoordeling: niet zijnde een integrale beoordeling;
-
m.
inpassingsplan: inpassingsplan als bedoeld in artikel 3.28 van de Wet ruimtelijke ordening;
-
n.
tariefvoorstel: een voorstel als bedoeld in artikel 41b, eerste lid, van de E-wet, artikel 81b, eerste lid, van de Gaswet of artikel 82, derde lid, van de Gaswet.