Beleidsregels tegemoetkoming faunaschade

Het Bestuur van het Faunafonds,

Besluit:

§

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • de wet: de Flora- en faunawet;

  • het bestuur: het bestuur van het Faunafonds;

  • landbouw: akkerbouw, weidebouw, veehouderij, pluimveehouderij, tuinbouw – daaronder begrepen fruitteelt en het kweken van bomen, bloemen en bloembollen – en elke andere vorm van bodemcultuur hier te lande;

  • aanvrager: de grondgebruiker die een verzoek om tegemoetkoming indient bij het Faunafonds;

  • meldingsjaar: het jaar waarin een aanvrager een verzoek om tegemoetkoming indient;

  • taxateur: een taxateur die werkzaam is voor een door het bestuur aangewezen taxatiebureau;

  • vollegrondsgroenteteelt: de teelt in open grond van groentegewassen;

  • kwetsbaar gewas: de onder ‘landbouw’ beschreven teelten, met uitzondering van weide-, hooi- of graszaadpercelen waarvan het grasgewas minimaal zes maanden oud is en granen en graszaad in de periode waarin het gewas afrijpt;

  • kapitaalintensieve teelten: kwetsbare gewassen die tevens kapitaalintensief zijn;

  • hoofdproduct: alle gewassen die geen bijproduct zijn van het hoofdproduct;

  • bijproduct: producten die afkomstig zijn van het hoofdproduct.

§

2

Verzoeken om een tegemoetkoming

Artikel

2

Het bestuur kan de grondgebruiker op zijn verzoek een tegemoetkoming verlenen in door beschermde inheemse diersoorten aan de landbouw aangerichte schade met inachtneming van het hierna bepaalde.

  • 1.

    Een verzoek om tegemoetkoming wordt door de aanvrager uitsluitend langs elektronische weg bij het Faunafonds ingediend op een daartoe door het bestuur vastgesteld formulier met bijlagen. Verzoeken die per post worden ingediend, worden vanaf 1 juli 2013 niet in behandeling genomen.

  • 2.

    Het verzoek wordt ingediend uiterlijk binnen 7 werkdagen, nadat de aanvrager de door een beschermde inheemse diersoort veroorzaakte schade heeft geconstateerd.

Artikel

3

Artikel

4

Indien een aanvrager, ook nadat daarom is verzocht, geen compleet verzoekschrift en de daarbij behorende bijlagen, of de nadere informatie die naar het oordeel van het bestuur nodig is om op het verzoekschrift te kunnen beslissen, verstrekt, wordt het verzoek verder niet in behandeling genomen en wordt daarvan mededeling gedaan aan de aanvrager.

§

3

Taxatie van de schade

Artikel

5

§

4

Beoordeling van het verzoek om een tegemoetkoming

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

§

5

Gevallen waarin geen tegemoetkoming wordt verleend

Artikel

9

In de volgende gevallen wordt geen tegemoetkoming verleend:

  • a.

    Indien de schade is aangericht door een beschermde inheemse diersoort welke krachtens artikel 65 van de wet bij algemene maatregel van bestuur is aangewezen als diersoort welke in het gehele land veelvuldig belangrijke schade aanricht.

  • b.

    Indien de schade is aangericht door een beschermde inheemse diersoort welke krachtens artikel 65 van de wet bij algemene maatregel van bestuur is aangewezen als diersoort welke in delen van het land veelvuldig belangrijke schade aanricht en voor het verjagen en doden van die schadeveroorzakende diersoort een vrijstelling geldt.

  • c.

    Indien de schade is aangericht door een beschermde inheemse diersoort waarvoor het provinciaal bestuur krachtens artikel 67 van de wet personen of categorieën van personen heeft aangewezen om de stand van deze diersoorten te beperken.

  • d.

    Voor schade veroorzaakt door wild waarop de jacht geopend is, tenzij naar het oordeel van het bestuur op adequate wijze van de jachtuitoefening gebruik is gemaakt en er desondanks bedrijfsmatige schade is opgetreden.

  • e.

    Voor schade op gronden welke zijn gelegen binnen de bebouwde kom.

  • f.

    Voor schade op gronden welke zijn gelegen binnen een straal van 500 meter van een vuilstortplaats, tenzij de schade wordt aangericht in de periode van 1 oktober tot en met 31 maart, of in de provincies Groningen, Friesland en Drenthe in de periode van 1 oktober tot en met 30 april, en deze gronden door het provinciaal bestuur zijn aangewezen als foerageergebied voor kolganzen, grauwe ganzen of smienten.

  • g.

    Voor schade welke is aangericht aan materialen welke worden aangewend voor het (tijdelijk) afdekken van gewassen.

  • h.

    Indien het risico van schade door een beschermde inheemse diersoort verzekerbaar is bij ten minste twee in Nederland werkzame verzekeringsmaatschappijen.

  • i.

    Indien schade is aangericht op gronden:

    • I)

      waarvoor met een publiekrechtelijke rechtspersoon of een bij koninklijk besluit aangewezen particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisatie een pachtovereenkomst ingevolge artikel 7:388 BW tot verpachting binnen reservaten is afgesloten, of

    • II)

      waarvoor met een bij koninklijk besluit aangewezen particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisatie een erfpachtovereenkomst of pachtovereenkomst is gesloten, tenzij de aanvrager een marktconforme vergoeding betaalt en aan de gronden geen beperkingen in het landbouwkundig gebruik zijn verbonden, of

    • III)

      waarvoor een erfpachtovereenkomst of pachtovereenkomst is gesloten en aan deze gronden beperkingen in het landbouwkundig gebruik zijn verbonden of beperkingen ten aanzien van het bestrijden van schadeveroorzakende diersoorten, of

    • IV)

      welke in het kader van de Natuurbeschermingswet zijn aangewezen als beschermd natuurmonument, of

    • V)

      die feitelijk niet voor landbouwkundige doeleinden worden aangewend, of

    • VI)

      die een functie hebben als waterkering, of

    • VII)

      die in eigendom zijn van een publiekrechtelijke rechtspersoon, tenzij de aanvrager voor het gebruik van de gronden een marktconforme vergoeding betaalt en er geen beperkingen gelden ten aanzien van het landbouwkundig gebruik of ten aanzien van het bestrijden van schadeveroorzakende diersoorten.

  • j.

    Indien schade is aangericht op gronden waarvoor een vergoeding is verleend voor het opvangen van ganzen of knobbelzwanen en de schade is aangericht door overige ganzen, zwanen, meerkoeten of eendensoorten.

  • k.

    Indien schade is aangericht op gronden waarvoor een vergoeding is verleend in het kader van (P)SN, (P)SAN of SNL voor botanisch beheer of botanisch randenbeheer.

  • l.

    Indien de schade is aangericht aan blijvend grasland in de maand oktober.

  • m.

    Indien de schade is aangericht aan blijvend grasland in de periode 1 oktober tot en met 31 januari daaropvolgend en het grasgewas bestemd is voor beweiding met schapen.

  • n.

    Indien de schade is aangericht aan knol-, bol- en wortelgewassen die na 1 december van het teeltseizoen worden geoogst, met uitzondering van onderdekkersteelten en van bloembollen.

  • o.

    Indien de schade is aangericht aan bijproducten van gewassen.

  • p.

    Indien de schade is aangericht door een beschermde inheemse diersoort aan bedrijfsmatig geteelde gewassen in een kas of bedrijfsmatig gehouden landbouwhuisdieren in een stal.

  • q.

    Indien schade is aangericht aan gebouwen, installaties, bouwwerken, geoogste gewassen, opgeslagen voedergewassen of verpakte voedergewassen.

  • r.

    Indien schade is aangericht aan voertuigen, (lucht)vaartuigen of overige vervoermiddelen.

  • s.

    Indien, door handelingen of het nalaten daarvan door de aanvrager, de taxateur de schade niet meer kan taxeren.

  • t.

    Indien de aanvrager het beschadigde gewas niet meer zal oogsten.

  • u.

    Indien de aanvrager het betreffende perceel niet meer in gebruik zal nemen.

  • v.

    In andere gevallen waarin het bestuur oordeelt dat de schade redelijkerwijs ten laste van de grondgebruiker behoort te blijven.

§

6

Overig

Artikel

11

Deze beleidsregel zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Dordrecht
Het bestuur van het Faunafonds, de voorzitter, G.J. Jansen,
De secretaris, H. Revoort