Artikel
1
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
a.
minister: Minister voor Wonen en Rijksdienst;
-
b.
stichting: Stichting Arbeids- en Opleidingsfonds Rijk.
Besluit:
In deze regeling wordt verstaan onder:
minister: Minister voor Wonen en Rijksdienst;
stichting: Stichting Arbeids- en Opleidingsfonds Rijk.
De subsidie, bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt, behoudens de aanvullende middelen, bedoeld in het tweede lid, ten hoogste het bedrag dat uit de begroting van de Minister voor Wonen en Rijksdienst blijkt.
De stichting dient de aanvraag tot subsidieverlening uiterlijk in op 31 december voor de aanvang van het boekjaar waarop de subsidie betrekking heeft.
Het totaal van de voorschotten voor een boekjaar is gelijk aan de voor dat jaar verleende subsidie.
De stichting legt alle projecten vast in een projectenadministratie. In deze administratie wordt per project de verplichting vastgelegd, met daaraan gekoppeld de geprognosticeerde benodigde kasbedragen.
De stichting hanteert met betrekking tot het verstrekken van subsidies in elk geval de volgende regels:
Een aanvraag gaat vergezeld van een projectplan, dat in ieder geval de volgende gegevens bevat:
een overzicht van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd;
een toelichting op de wijze waarop en de mate waarin de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd een bijdrage leveren aan het stimuleren van arbeidsmarkt-, werkgelegenheids- of opleidingsactiviteiten;
een gespecificeerde begroting, die een goed inzicht geeft in de kosten van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
een tijdsplanning van de activiteit;
indien voorschotten worden aangevraagd, een weergave van de liquiditeitsbehoefte gedurende het tijdvak waarvoor subsidie wordt gevraagd, zo mogelijk per tijdvak van drie maanden;
het bankrekeningnummer waarop het subsidiebedrag dient te worden gestort, inclusief een bewijs dat de bankrekening op naam van de aanvrager staat;
indien van toepassing, het inschrijfnummer van de aanvrager bij de Kamer van Koophandel en
de wijze van evalueren.
De stichting kan op de verleende subsidies voorschotten verstrekken tot ten hoogste 80 procent. Bij meerjarige projecten wordt per kalenderjaar een voorschot verstrekt van een evenredig deel van de subsidie, waarbij rekening wordt gehouden met de niet tot besteding gekomen middelen.
Indien in de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor subsidie van € 25.000 of meer wordt verstrekt meer dan twaalf maanden bedraagt, is de subsidieontvanger verplicht om één keer per periode van twaalf maanden via een voortgangsrapportage inzicht te geven in de voortgang van de activiteiten.
De verantwoording van projecten met een subsidiebedrag van € 25.000 of meer vindt plaats op basis van een eindverslag omtrent de uitvoering en de resultaten van de activiteiten.
De verantwoording van projecten met een subsidiebedrag van € 25.000 gaat vergezeld van een controleverklaring.
De stichting licht ten minste eens in de vijf jaar de interne organisatie, de door haar geleverde producten en het door haar gevoerde beleid door op doelmatigheid en doeltreffendheid en deelt de resultaten van haar bevindingen mee aan het Sectoroverleg Rijkspersoneel.
Een subsidie die is verleend krachtens de Bijdragebeschikking Stichting Arbeids- en Opleidingsfonds Rijk wordt aangemerkt als een subsidie, verleend krachtens deze regeling.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2013 en vervalt met ingang van 1 januari 2020.
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Stichting A en O-fonds Rijk.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.