Artikel
1
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
a.
minister: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
-
b.
stichting: Oorlogsgravenstichting.
Besluit:
In deze regeling wordt verstaan onder:
minister: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
stichting: Oorlogsgravenstichting.
De minister verstrekt aan de stichting een subsidie met het oog op:
het aanleggen en in stand houden van de in de statuten van de stichting bedoelde graven en erevelden;
het bezoeken van nabestaanden aan graven en erevelden die zich buiten Nederland bevinden;
het verstrekken van informatie en geven van voorlichting;
het doen van necrologisch onderzoek;
het verzorgen van bloemleggingen op Nederlandse oorlogsgraven en bij de door de stichting in stand gehouden gedenkstenen van Nederlandse oorlogsslachtoffers.
De subsidie, bedoeld in artikel 2, bedraagt ten hoogste het bedrag dat uit de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties blijkt.
De stichting dient de aanvraag tot subsidieverlening uiterlijk in op 1 oktober voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft.
Het totaal van de voorschotten voor een boekjaar is gelijk aan de voor dat jaar verleende subsidie.
De stichting dient de aanvraag tot subsidievaststelling in uiterlijk op 1 juli na afloop van het boekjaar waarop de subsidieverlening betrekking heeft.
Een subsidie die is verleend krachtens de Regeling Subsidiëring Oorlogsgravenstichting 2011 wordt aangemerkt als een subsidie, verleend krachtens deze regeling.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2013 en vervalt met ingang van 1 januari 2017.
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Oorlogsgravenstichting 2013.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.