Artikel
1
Begripsbepalingen
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
-
a.
Minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
-
b.
beoordelende organisatie: de organisatie die de kwaliteit van een EVC-aanbieder, diens EVC-procedures, de uitvoering van die procedures en de uitgereikte ervaringscertificaten beoordeelt en hierover een advies uitbrengt;
-
c.
domein: alle EVC-standaarden behorende tot:
-
I.
een opleidingsdomein als bedoeld in artikel 1.1.1, onder t2, van de Wet educatie en beroepsonderwijs en zoals vastgesteld in artikel 2 van de Regeling vaststelling kwalificatiedossiers en opleidingsdomeinen 2012, of
-
II.
een onderdeel voor de gebieden van onderwijs in het hoger beroepsonderwijs, zoals opgenomen in bijlage 2 van deze beleidsregel, of
-
III.
een onderdeel voor de gebieden van onderwijs in het wetenschappelijk onderwijs, zoals opgenomen in bijlage 3 van deze beleidsregel, of
-
IV.
een branche waarvoor één of meerdere branchestandaarden als EVC-standaard zijn goedgekeurd door de Stichting van de Arbeid te Den Haag;
-
I.
-
d.
DUO: Dienst Uitvoering Onderwijs te Groningen;
-
e.
EVC: Erkenning Verworven Competenties;
-
f.
EVC-aanbieder: een organisatie die volgens de principes en uitgangspunten van de Kwaliteitscode EVC een of meerdere EVC-procedures aanbiedt en is opgenomen in het register van afgegeven EVC-verklaringen;
-
g.
EVC-procedure: de door de EVC-aanbieder geprogrammeerde processtappen, instrumenten en werkwijzen voor, tijdens en na een EVC-onderzoek om conform de eisen in de normtekst bij de Kwaliteitscode EVC te handelen;
-
h.
EVC-standaard: landelijk erkend profiel dat de EVC-aanbieder in zijn EVC-procedure als beoordelingskader gebruikt;
-
i.
ervaringscertificaat: het document waarin het resultaat, van een individu in een EVC-procedure, van het EVC-onderzoek aan de hand van de desbetreffende EVC-standaard is beschreven;
-
j.
EVC-verklaring: de verklaring als bedoeld in artikel 6.27, tweede lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 2001, artikel 31a, tweede lid, onderdeel d, van de Wet op de loonbelasting 1964 en artikel 14, eerste lid, onderdeel h, van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen;
-
k.
kandidaat: de kandidaat als bedoeld in de Kwaliteitscode EVC;
-
l.
Kwaliteitscode EVC: code waarin de principes en uitgangspunten voor de kwaliteit van EVC-procedures zijn bepaald;
-
m.
normtekst: vertaling van de in de Kwaliteitscode EVC geformuleerde richtlijnen naar een instrument, waarin de criteria voor de beoordeling van EVC-procedures bij een of meerdere EVC-standaarden expliciet en meetbaar zijn geformuleerd, zoals opgenomen in bijlage 1 van deze beleidsregel.