Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 21 november 2013, 2013-0000158376 houdende regels ter uitvoering van het Besluit stralingsbescherming (Regeling stralingsbescherming werknemers 2014)

Regeling stralingsbescherming werknemers 2014

§

1

Algemeen

Artikel

1

Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

§

2

Stralingsartsen

Artikel

2

Inschrijving in het register

§

3

Dosimetrische diensten en dosisregistratiesysteem

Artikel

3

Procedure voor erkenning dosimetrische diensten

Artikel

4

Voorschriften erkende dosimetrische diensten

Artikel

5

Gegevens dosismeter

Artikel

6

Dosisregistratie in NDRIS

§

4

Stralingspaspoort

Artikel

8

Inlegvel

Artikel

9

Kosten

Artikel

10

Eigendom

§

5

Vliegtuigbemanningen

Artikel

11

Methode bepaling dosis

§

6

Waarschuwingsborden en bijbehorende teksten

Artikel

12

Waarschuwingsborden

Artikel

13

Tekst bij waarschuwingsbord

Artikel

14

Waarschuwingssignalering op ingekapselde bronnen, toestellen en bronhouders

Artikel

15

Verbodsbord gecontroleerde zone

§

7

Risicoanalyse

Artikel

16

Inhoud risicoanalyse

§

8

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

18

Overgangsbepaling dosisregistratie in NDRIS

In afwijking van artikel 6, vierde lid, bevat het NDRIS slechts het burgerservicenummer van een dosismeterdrager, van wie de dosisgegevens na 1 maart 2002 door de beheerder worden verwerkt.

Artikel

20

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2014.

Artikel

21

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling stralingsbescherming werknemers 2014.

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,L.F.Asscher

Bijlage

A

, behorend bij artikel 2, eerste lid

Criteria voor stralingsartsen voor het bijhouden van de noodzakelijke kennis

  • I.

    Per jaar is gemiddeld 3 dagdelen besteed aan na- of bijscholing over het onderwerp ioniserende straling. Voor de inschrijvingsperiode van vijf jaar betekent dit in totaal 15 dagdelen;

  • II.

    Aanvullend wordt één keer tijdens de inschrijvingsperiode van vijf jaar een relevante nascholingscursus van tenminste twee dagen gevolgd op het niveau van een opleiding tot coördinerend deskundige.

    Bewijzen van deelname aan de na- of bijscholingsactiviteiten en de nascholingscursus worden bij de aanvraag voor verlenging van de inschrijving gevoegd.

Bijlage

B

, behorend bij artikel 4, tweede lid

Rapportage ex artikel 4, tweede lid

Bij de rapportage wordt de volgende informatie verstrekt:

  • 1.

    De resultaten van de dosimetrie die in dat jaar is uitgevoerd.

  • 2.

    De wijzigingen die in het kwaliteitshandboek zijn aangebracht op grond van EUR 14852 en eventuele correspondentie met de certificerende instelling daarover.

  • 3.

    Het aantal (inter)nationale vergelijkingsonderzoeken waaraan is deelgenomen en een samenvatting van de resultaten daarvan.

  • 4.

    De beschrijving van de wijzigingen in het beveiligingssysteem van de gegevens en de voorzorgsmaatregelen genomen ter voorkoming van het verloren gaan van gegevens.

  • 5.

    Eventuele knelpunten.

  • 6.

    De eventueel ontvangen klachten en de behandeling daarvan.

  • 7.

    De eventuele wijziging in de taakverdeling binnen de dienst en de wijzigingen van de bestuurssamenstelling.

  • 8.

    Het (financieel) jaarverslag van de organisatie van de dienst.

Bijlage

C

behorend bij artikel 6, zevende lid

Protocol wijzigen dosisgegevens

Er zijn onvoorziene omstandigheden denkbaar waarbij de dosis bepaald met de persoonsdosismeters, de effectieve dosis niet juist weerspiegelt. De ondernemer is verplicht in dergelijke gevallen een verzoek in te dienen om de in NDRIS geregistreerde dosis te laten wijzigen overeenkomstig de in het bijbehorende schema beschreven procedure.

In geval er bij de uitlezing van de persoonsdosismeter sprake is van een fout van technische aard, waardoor de dosismeteruitslag onjuist is, kan de dosismetrische dienst zonder tussenkomst van de Inspectie SZW via de beheerder van het NDRIS tot wijziging van de dosisgegevens overgaan. De hier beschreven procedure is dan niet van toepassing.

Schema Wijziging dosisgegevens in het NDRIS

Bijlage

D

, behorend bij artikel 7 en 8, eerste lid

Model stralingspaspoort

Bijlage

E

, behorend bij artikel 16, tweede lid

Stappen risicoanalyse

Bij een risicoanalyse worden de volgende stappen onderscheiden: Risico-identificatie, Risico-berekening en Risico-evaluatie. In een schriftelijke rapportage worden deze stappen nader uitgewerkt en wordt daarbij tevens antwoord gegeven op de navolgende vragen.

  • 1.

    Risico-identificatie:

    • Zijn alle bronnen van ioniserende straling en hun eigenschappen geïnventariseerd?

    • Welke handelingen vinden plaats met deze bronnen? Zo nodig handelingen opsplitsen in deelhandelingen, om de blootstellingsrisico’s te kunnen specificeren.

    • Waar vinden deze handelingen plaats?

    • Welke maatregelen (technische en organisatorische) zijn genomen om de blootstelling te beperken?

    • Welke blootstellingspaden zijn aan de orde?

    • Hoeveel (deel)handelingen vinden op jaarbasis plaats en hoeveel/welke personen kunnen daarbij blootgesteld worden?

    • Welke ‘voorziene onbedoelde gebeurtenissen’ kunnen bijdragen aan de potentiële blootstelling?

  • 2.

    Risico-berekening:

    • Welke jaardosis is voor de betrokken personen te verwachten op basis van een verantwoorde schatting van de reguliere èn de potentiële blootstelling?

      Hierbij dient inzicht gegeven te worden in:

      • het effect van persoonlijke beschermingsmiddelen,

      • de kans op voorkomen van de ‘voorziene onbedoelde gebeurtenissen’.

  • 3.

    Risico-evaluatie:

    • Wordt voldaan aan de wetgeving met betrekking tot:

      • de indeling van betrokken personen als ‘werknemer’, dan wel ‘blootgestelde werknemer’ (categorie A of B) op basis van de berekende jaardosis1Bij de indeling van personen (Bs artikelen 76 t/m 79) en ruimten (Bs artikel 83) wordt de afschermende werking van persoonlijke beschermingsmiddelen bij de bepaling van de jaardosis niet meegenomen. Bij de evaluatie van de blootstellingrisico’s wordt het effect van een beschermingsmiddel wèl in kaart gebracht.

      • de indeling van ruimten in ‘gecontroleerde zone’ of ‘bewaakte zone’,

      • het basisprincipe ALARA,

      • de dosislimieten,

      • de noodzaak tot het nemen van additionele maatregelen?