Geweldsinstructie BES

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    de wet: de Wet beginselen gevangeniswezen BES;

  • b.

    gesticht: een gesticht als bedoeld in artikel 2 van de wet;

  • c.

    directeur: het hoofd van een gesticht of diens vervanger, bedoeld in artikel 14 van de wet

  • d.

    meerdere: de ambtenaar die uit hoofde van zijn functie of krachtens beschikking of aanwijzing met de leiding is belast of het bevel geeft over de taakuitvoering;

  • e.
    • 1°.

      vuurwapen;

    • 2°.

      korte en lange wapenstok;

    • 3°.

      pepperspray.

  • f.
    • 1°.

      broekstok;

    • 2°.

      handboeien;

    • 3°.

      enkelbanden met tussenstuk;

    • 4°.

      polsbanden aan riem om middel;

    • 5°.

      valhelm of schuimhelm;

    • 6°.

      gecapitonneerde handschoenen;

    • 7°.

      mondafscherming;

    • 8°.

      dwangjack;

    • 9°.

      veiligheidsbed.

  • g.

    geweld: elke dwangmatige kracht van meer dan geringe betekenis uitgeoefend op personen of zaken;

  • h.

    het gebruik van een vuurwapen: het trekken, het uit voorzorg ter hand nemen, het richten, het gericht houden en het daadwerkelijk gebruik van een vuurwapen;

  • i.

    onrust: een ernstige en onmiddellijke ordeverstoring door meer dan één gedetineerde.

Artikel

2

Artikel

3

Hoofdstuk

2

Geweldsmiddelen

Artikel

4

Het gebruik van een vuurwapen is slechts geoorloofd:

  • a.

    om een gedetineerde aan te houden ten aanzien van wie redelijkerwijs mag worden aangenomen dat hij een vuurwapen of ander wapen bij zich heeft en dit tegen personen zal gebruiken;

  • b.

    om een gedetineerde aan te houden die zich aan zijn vrijheidsbeneming tracht te onttrekken of heeft onttrokken;

  • c.

    om onrust te beteugelen, indien er sprake is van een optreden in gesloten verband onder leiding van een meerdere;

  • d.

    ter afwending van direkt gevaar voor het leven van personen.

Artikel

5

Een vuurwapen mag slechts uit voorzorg ter hand worden genomen indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zich een situatie als bedoeld in artikel 4 zal voordoen. Zodra blijkt dat een dergelijke situatie zich niet voordoet, wordt het vuurwapen terstond opgeborgen.

Artikel

6

Artikel

7

Een wapenstok mag slechts worden gebruikt ter afwending van ernstig geweld tegen personen of zaken.

Artikel

8

Hoofdstuk

3

Vrijheidsbeperkende middelen

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Een vrijheidsbeperkend middel voldoet aan de volgende eisen:

  • a.

    het middel kan snel en gemakkelijk worden bevestigd;

  • b.

    het middel heeft geen scherpe, ruwe of puntige onderdelen;

  • c.

    correcte toepassing van het middel leidt niet tot lichamelijke beschadiging of tot ongemak dat langer duurt dan noodzakelijkerwijs samenhangt met het gebruik van het middel;

  • d.

    het middel kan eenvoudig gereinigd worden.

Artikel

12

Artikel

13

Hoofdstuk

4

Meldplicht

Artikel

14

Hoofdstuk

5

Slotbepaling

Artikel

15

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,F.Teeven