Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 2 december 2013, nr. WJZ/13150516, houdende regels ten aanzien van de uitvoering van de gemeenschappelijke marktordening groenten en fruit (Regeling uitvoering GMO groenten en fruit)

Regeling uitvoering GMO groenten en fruit

De Staatssecretaris van Economische Zaken;
Gelet op artikelen 1 tot en met 3, 103 ter tot en met 103 octies, 122 tot en met 124, 125 bis, 125 ter, 125 quinquies en 193 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (PBEU L 299);
Gelet op artikelen 19 tot en met 35, 50 tot en met 90, 96 tot en met 110, 113 tot en met 115, 117 tot en met 127 en 143 tot en met 148 Verordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (PBEU L 157);

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • minister: Minister van Economische Zaken;

  • Dienst Regelingen: Dienst Regelingen van het Ministerie van Economische Zaken;

  • verordening 1234/2007: Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (PBEU 2007, L 299);

  • verordening 543/2011: Verordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (PBEU 2007, L 157);

  • verordening 2100/94: Verordening (EG) nr. 2100/94 van de Raad van 27 juli 1994 inzake het communautaire kwekersrecht (PBEU 1994, L 227);

  • verordening 874/2009: Verordening (EG) nr. 874/2009 van de Commissie van 17 september 2009 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 2100/94 van de Raad wat betreft de procedures voor het Communautair Bureau voor plantenrassen (PBEU 2009, L 251);

  • verordening 834/2007: Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad van 28 juni 2007 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2092/91 (PBEU 2007, L 189);

  • verordening 889/2008: Verordening (EG) nr. 889/2008 van de Commissie van 5 september 2008 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten, wat de biologische productie, de etikettering en de controle betreft (PBEU 2008, L 250);

  • verordening 1857/2006: Verordening (EG) nr. 1857/2006 van de Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen die landbouwproducten produceren, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 70/2001 (PBEU 2006, L 358);

  • verordening 1698/2005: Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (PBEU 2005, L 277);

  • richtlijn 2000/29: Richtlijn 2000/29/EG van de Raad van 8 mei 2000 betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap van voor planten en voor plantaardige producten schadelijke organismen (PBEU 2000, L 169);

  • richtlijn 2002/63: Richtlijn 2002/63/EG van de Commissie van 11 juli 2002 houdende vaststelling van communautaire bemonsteringsmethoden voor de officiële controle op residuen van bestrijdingsmiddelen in en op producten van plantaardige en van dierlijke oorsprong en tot intrekking van Richtlijn 79/700/EEG (PBEU 2002, L 187);

  • operationeel programma: het programma, bedoeld in artikel 103 quater lid 1 van verordening 1234/2007;

  • uitvoeringsjaar: een jaar van uitvoering van een operationeel programma;

  • tussentijdse wijziging: een wijziging van het operationeel programma in de loop van het jaar als bedoeld in artikel 66, eerste lid, van verordening 543/2011;

  • waarde afgezette productie: de waarde van de afgezette productie van een producentenorganisatie als bedoeld in artikel 103 quinquies, tweede lid, van verordening 1234/2007;

  • erkenningsaanvraag: een verzoek als bedoeld in artikel 125 ter, eerste lid, van verordening 1234/2007;

  • erkenningsbesluit: een besluit van de minister op een verzoek als bedoeld in artikel 125 ter van Verordening 1234/2007;

  • actiefonds: actiefonds als bedoeld in artikel 103 ter van verordening 1234/2007;

  • producentenorganisatie: door de minister erkende producentenorganisatie als bedoeld in artikel 122 van Verordening 1234/2007;

  • unie van erkende producentenorganisaties: unie van erkende producentenorganisaties als bedoeld in artikel 125 quater van verordening 1234/2007;

  • subsidie: communautaire financiële steun als bedoeld in artikel 103 quinquies van Verordening 1234/2007;

  • steunaanvraag: een aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 69, eerste lid, van verordening 543/2011;

  • gedeeltelijke betaling: gedeeltelijke betaling als bedoeld in artikel 72 van verordening 543/2011;

  • voorschotaanvraag: aanvraag als bedoeld in artikel 71, eerste lid, van verordening 543/2011;

  • nationale strategie: nationale strategie als bedoeld in artikel 103 septies, tweede lid, van Verordening 1234/2007;

  • nationaal kader: nationaal kader als bedoeld in artikel 103 septies, eerste lid, van Verordening 1234/2007;

  • lid: een aangesloten producent als bedoeld in artikel 19, eerste lid, onder b) van Verordening (EG) nr. 543/2011;

  • niet-producerend lid: een lid van een producentenorganisatie dat meer dan één teeltseizoen geen producten teelt waarvoor de producentenorganisatie is erkend;

  • verkoper:

    • natuurlijke persoon die binnen een producentenorganisatie is belast met de verkoop van producten van de leden van de producentenorganisatie waarvoor de producentenorganisatie is erkend, of

    • natuurlijke of rechtspersoon die door een producentenorganisatie is belast met de verkoop van producten van de leden van de producentenorganisatie waarvoor de producentenorganisatie is erkend;

  • areaalenquête: inventarisatie van een door een lid van de producentenorganisatie beteeld areaal en de door dit lid geteelde producten;

  • aanvoerprognose: opgave door een lid van een producentenorganisatie van de hoeveelheid en aard van de producten die het lid in een door de producentenorganisatie te bepalen tijdvak bij de producentenorganisatie verwacht aan te voeren;

  • actie: een actie ter uitvoering van een maatregel als bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel g, van verordening 543/2011 of een doelstelling als bedoeld in artikel 103quater, eerste lid, van verordening 1234/2007;

  • activiteit: een activiteit ter uitvoering van een maatregel als bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel g, van verordening 543/2011 of een doelstelling als bedoeld in artikel 103quater, eerste lid, van verordening 1234/2007;

  • subactiviteit: een subactiviteit ter uitvoering van een actie of activiteit ter uitvoering van een maatregel als bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel g, van verordening 543/2011 of een doelstelling als bedoeld in artikel 103 quater, eerste lid, van verordening 1234/2007;

  • goederenlogistiek: het verzamelen, ophalen, sorteren, opslaan, verpakken, transporteren en distribueren van het product;

  • forfaitair standaardtarief: een vast of maximaal bedrag per eenheid dat wordt gebruikt om de te declareren bedragen vast te stellen;

  • accountant: een accountant die is ingeschreven in het accountantsregister, bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Wet op het Accountantsberoep;

  • stadium af producentenorganisatie: het moment waarop er een verkooptransactie plaatsvindt door of namens de producentenorganisatie met een derde partij of een minder dan 90 procent dochteronderneming.

Artikel

2

Hoofdstuk

2

Erkenningen

Titel

1

Erkenning van producentenorganisaties

Afdeling

1

Erkenningsvereisten

Paragraaf

1

Rechtspersoonlijkheid

Artikel

3

De rechtspersoonlijkheid van een producentenorganisatie als bedoeld in artikel 125 ter, eerste lid, van verordening 1234/2007 blijkt uit:

  • a.

    een in het handelsregister neergelegd authentiek afschrift van de oprichtingsakte van de producentenorganisatie, of

  • b.

    een in het handelsregister van de Kamer van Koophandel neergelegd authentiek afschrift van de statuten van de producentenorganisatie, en

  • c.

    een inschrijving bij het Handelsregister van de Kamer van Koophandel.

Paragraaf

2

Lidmaatschap

Artikel

4

Van een producentenorganisatie kunnen lid zijn:

  • a.

    een natuurlijk persoon;

  • b.

    een rechtspersoon als bedoeld in artikel 2:3 Burgerlijk Wetboek of een rechtspersoon naar buitenlands recht, of

  • c.

    een in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel ingeschreven maatschap, vennootschap onder firma of commanditaire vennootschap.

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Een producentenorganisatie kan niet-producerende leden hebben, indien in de statuten van de producentenorganisatie wordt bepaald dat deze leden:

  • a.

    reeds aangesloten waren bij de producentenorganisatie vóór zij gedurende meer dan één productieseizoen geen producten meer teelden waarvoor de producentenorganisatie is erkend;

  • b.

    opgenomen worden in een afzonderlijke ledenadministratie, en

  • c.

    niet mogen deelnemen aan de stemming van de algemene vergadering over besluiten inzake het actiefonds van de producentenorganisatie.

Paragraaf

3

Verplichtingen voor producentenorganisaties

Artikel

8

Artikel

9

Een afnemer van producten waarvoor de producentenorganisatie is erkend is ingevolge artikel 122, onderdeel c, onder ii, van verordening 1234/2007 geen lid van het bestuur of de Raad van Commissarissen van de producentenorganisatie.

Artikel

10

Producentenorganisaties verbieden hun leden op grond van artikel 122, onderdeel c, onder ii, van verordening 1234/2007 om activiteiten te ontplooien die het vermoeden doen ontstaan dat de verkoop van het product waarvoor zij bij de producentenorganisatie zijn aangesloten niet uitsluitend via de producentenorganisatie verloopt.

Artikel

11

Producentenorganisaties bepalen op grond van artikel 122, onderdeel c, onder ii, van verordening 1234/2007 op welke moment leden hun product aan de producentenorganisatie ter verkoop aanbieden.

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

15

Producentenorganisaties beschikken op grond van artikel 23, onderdeel a, van verordening 543/2011 tenminste over een deugdelijk en accuraat systeem van areaalenquêtes en aanvoerprognoses.

Artikel

16

Producentenorganisaties beschikken op grond van artikel 125 ter, eerste lid, onderdeel c, van verordening 1234/2007 tenminste over een volledige beschrijving van de interne organisatie en van de administratieve en interne beheersing van:

  • a.

    de verkoop en prijsbepaling;

  • b.

    de goederenlogistiek;

  • c.

    de financiële administratie;

  • d.

    de beoordeling van investeringen en uitgaven waarvoor subsidie wordt aangevraagd;

  • e.

    het aannemen van nieuwe leden en het beëindigen van het lidmaatschap;

  • f.

    het vergaren van informatie van de leden en de verwerking van mutaties daarin, waaronder de controle op de juistheid van de ledenlijst;

  • g.

    de beoordeling van areaalenquêtes en aanvoerprognoses, waaronder de vergelijking met realisaties;

  • h.

    de controle op naleving van artikel 125 bis, eerste lid onderdeel c, van verordening 1234/2007 door de leden waaronder het verlenen van toestemming als bedoeld in artikel 125 bis, tweede lid, van verordening 1234/2007;

  • i.

    het opleggen van sancties, en

  • j.

    het uitbesteden van activiteiten als bedoeld in artikel 125 quinquies van verordening 1234/2007.

Artikel

17

Artikel

18

Artikel

19

Artikel

20

Artikel

21

Paragraaf

4

Eisen aan de statuten van producentenorganisaties

Artikel

22

Producentenorganisaties nemen in hun statuten op dat zij alle in artikel 122, onderdeel c, en 125ter, eerste lid, onderdeel a, van verordening 1234/2007 genoemde doelstellingen nastreven en tonen aan dat zij uitvoering geven aan deze doelstellingen.

Artikel

23

Artikel

24

Afdeling

2

Aanvraag en verlening erkenning

Artikel

25

Een erkenning als bedoeld in artikel 125 ter, eerste lid, van verordening 1234/2007 wordt verleend indien de aanvrager kan aantonen dat hij voldoet aan de op grond van de artikelen 122, 125bis, 125ter en 125 quinquies van verordening 1234/2007, titel III, sectie 2, van verordening 543/2011 en afdeling 1 van deze paragraaf gestelde eisen.

Artikel

26

Artikel

27

Indien de minister op grond van artikel 26, tweede lid, aanvullende bewijsstukken opvraagt wordt de in artikel 125 ter, eerste lid, van verordening 1234/2007 bedoelde termijn opgeschort tot de op grond van artikel 26, tweede lid, verzochte aanvullende bewijsstukken door de producentenorganisatie aan de minister zijn overlegd.

Afdeling

3

Informatie -en rapportageverplichtingen

Artikel

28

De producentenorganisatie informeert Dienst Regelingen onverwijld over:

  • a.

    wijzigingen in hun statuten;

  • b.

    wijzigingen in hun organisatiestructuur, en

  • c.

    voornemens tot fusie of samenwerking.

Artikel

29

Titel

2

Erkenning van unies van producentenorganisaties

Artikel

30

Artikel

31

De artikelen 6, 16, 17 en 24 zijn van overeenkomstige toepassing op unies van producentenorganisaties.

Hoofdstuk

3

Actiefonds

Titel

1

Vaststellen van de waarde afgezette productie

Artikel

33

De referentieperiode voor het bepalen van de waarde van de afgezette productie, bedoeld in artikel 51, eerste lid, van verordening 543/2011, is het kalenderjaar twee jaar vóór het uitvoeringsjaar waarvoor de waarde afgezette productie wordt vastgesteld.

Artikel

34

Artikel

35

De waarde van de afgezette productie van leden die zijn toegetreden tot de producentenorganisatie gedurende de referentieperiode, bedoeld in in artikel 33, eerste lid, wordt in aanmerking genomen voor de bepaling van de waarde afgezette productie van de producentenorganisatie vanaf de datum die door het bestuur van de producentenorganisatie in haar schriftelijke bevestiging als bedoeld in artikel 6, vierde lid, is aangewezen als de datum waarop het lidmaatschap in werking treedt.

Artikel

36

Artikel

37

Artikel

38

Artikel

39

De waarde van de afgezette productie die is gerealiseerd door verkoop van producten van leden die op 1 januari van het uitvoeringsjaar waarvoor de waarde van de afgezette productie wordt berekend en niet meer bij de producentenorganisatie zijn aangesloten, wordt aantoonbaar uit de waarde van de afgezette productie van de producentenorganisatie verwijderd voor het betreffende jaar.

Artikel

40

Titel

2

Beheer van het actiefonds

Artikel

41

Artikel

42

Hoofdstuk

4

Operationele programma’s

Titel

1

Eisen aan operationale programma’s

Artikel

43

Artikel

44

Artikel

45

Titel

2

Algemene voorschriften voor subsidiabele uitgaven

Afdeling

1

Algemeen

Artikel

46

Afdeling

2

Personeelskosten

Artikel

47

Onder personeelskosten als bedoeld in punt twee van bijlage IX van verordening 543/2011 wordt verstaan:

  • a.

    kosten voor personeel in dienst van:

    • de producentenorganisatie;

    • een dochteronderneming die voor minimaal 90% eigendom is van de producentenorganisatie;

    • een kleindochteronderneming die voor minimaal 90% eigendom is van de producentenorganisatie;

    • leden, en

  • b.

    kosten voor gedetacheerd personeel en uitzendkrachten.

Artikel

48

Artikel

49

Artikel

50

Artikel

51

Artikel

52

Artikel

53

Artikel

54

Personeelskosten voor uren besteed aan deelname aan cursussen, symposia, seminars, studiereizen en excursies zijn niet subsidiabel, tenzij het een opleidingsmaatregel als bedoeld in artikel 103 quater, tweede lid, onderdeel d, van verordening 1234/2007 betreft.

Afdeling

3

Duurzame productiemiddelen

Paragraaf

1

Algemeen

Artikel

55

Artikel

56

Indien een duurzaam productiemiddel slechts gedeeltelijk wordt gebruikt voor de uitvoering van het operationeel programma van de producentenorganisatie, zijn slechts de uitgaven die betrekking hebben op het operationeel programma subsidiabel.

Artikel

57

Artikel

58

Duurzame productiemiddelen die zijn gefinancierd met behulp van subsidie uit het actiefonds zijn toegankelijk voor alle leden.

Artikel

59

Artikel

60

Artikel

61

Artikel

62

Artikel

63

Investeringen die voor 1 januari 2008 reeds in een operationeel programma waren opgenomen en ook na 1 januari 2008 nog in een operationeel programma zijn opgenomen, zijn voor het deel dat betrekking heeft op de periode voor 1 januari 2008 subsidiabel naar rato van het aandeel van de investering dat wordt gebruikt voor producten waarvoor de producentenorganisatie is erkend.

Artikel

64

Artikel

65

Artikel

66

De producentenorganisatie overlegt bij de indiening van het operationeel programma aan de minister een financiële onderbouwing van begrote investeringen voor duurzame productiemiddelen.

Artikel

67

Artikel

68

Artikel

69

Kosten voor het recht van opstal zijn niet subsidiabel.

Artikel

70

Artikel

71

Artikel

72

Artikel

73

Uitgaven voor duurzame productiemiddelen, inclusief duurzame productiemiddelen die worden verworven door middel van langlopende leasecontracten, kunnen over meerdere operationele programma’s worden gespreid, indien de producentenorganisatie daarvoor gegronde economische redenen aanvoert.

Artikel

74

Artikel

75

Artikel

76

Paragraaf

2

Duurzame productiemiddelen voor energiebesparende en waterbesparende maatregelen

Artikel

77

Artikel

78

De minister beoordeelt, aan de hand van het projectplan en de energiebelans, bedoeld in artikel 77, tweede lid, onderdelen b en c, de realiteit van de verwachte energiebesparing of reductie van het energiegebruik uit fossiele brandstoffen per energiesysteem bij de jaarlijkse indiening van het geraamde bedrag, bedoeld in artikel 54, eerste lid van verordening 543/2011.

Artikel

79

Ter verantwoording van de gerealiseerde energiebesparing overlegt de producentenorganisatie één jaar na de inbedrijfstelling van de installaties, bedoeld in artikel 77, eerste lid, doch uiterlijk bij de indiening van de eerstvolgende steunaanvraag, aan de minister:

  • a.

    het declaratieformulier energiebesparende investeringen;

  • b.

    een overzicht van de bereikte energiebesparing volgens de geactualiseerde energiebalans;

  • c.

    de jaaropgave van het energieverbruik in het kader van de uniforme milieuregistratie die is overlegd aan de Uitvoeringsorganisatie Glastuinbouw en Milieu en het voor deze registratie bijgehouden logboek of de meest recente jaarafrekening van de energieleverancier.

Artikel

80

De minister kan uitgaven voor investeringen in energiebesparingen niet subsidiabel oordelen indien de afwijking van de verwachte energiebesparing niet voldoende wordt gemotiveerd.

Artikel

81

Artikel

82

Artikel

83

  • 1.

    Producentenorganisaties die uitgaven voor investeringen in installaties voor verbeterde waterkwaliteit, waterbesparing of besparing op het mineralenverbruik willen opnemen in hun operationeel programma dienen hiertoe, met gebruikmaking van een door de minister vastgesteld formulier, een verzoek tot het opnemen van deze uitgaven in hun operationeel programma in bij de minister.

  • 2.

    De producentenorganisatie onderbouwt het in het eerste lid bedoelde verzoek met:

    • a.

      de offertes behorend bij de aanvraag, en

    • b.

      de verwachte waterbesparing per systeem.

  • 3.

    Het in het eerste lid bedoelde formulier is verkrijgbaar bij Dienst Regelingen.

Artikel

84

De minister beoordeelt aan de hand van een technische specificatie van de leverancier of deskundige per systeem de realiteit van de verwachte verbeterde waterkwaliteit, waterbesparing of besparing op het watergebruik bij de jaarlijkse indiening van het geraamde bedrag, bedoeld in artikel 54, eerste lid van verordening 543/2011.

Artikel

85

Artikel

86

Artikel

87

Afdeling

4

Overige kosten

Artikel

88

Artikel

89

Artikel

90

Artikel

91

Artikel

92

Titel

3

Subsidiabele maatregelen

Afdeling

1

Acties die gericht zijn op de productieplanning

Artikel

93

Uitgaven van de producentenorganisatie voor activiteiten en subactiviteiten ter uitvoering van de maatregel, bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel g, onder i, van verordening 543/2011, zijn subsidiabel, indien wordt voldaan:

Paragraaf

1

Uitgaven ten behoeve van aankoop van vaste activa en andere vormen van verwerving van vaste activa

Artikel

94

Artikel

95

Artikel

96

De uitgaven, bedoeld in artikel 95, eerste lid, zijn slechts subsidiabel indien zij niet omvatten:

  • a.

    koelkosten, en

  • b.

    kosten van het chemisch ontsmetten.

Artikel

97

Artikel

98

Artikel

99

Uitgaven van de producentenorganisatie ten behoeve van de bevordering van concentratie van het aanbod van de producten van de leden van de producentenorganisatie zijn subsidiabel, indien het gaat om:

  • a.

    sorteer- en verpakcentra;

  • b.

    distributiecentra, of

  • c.

    fustopslag.

Artikel

100

Artikel

101

Paragraaf

2

Uitgaven ten behoeve van andere acties

Artikel

102

Artikel

103

Artikel

104

Uitgaven van de producentenorganisatie voor koeling ten behoeve van lange bewaring zijn subsidiabel indien het gaat om uitgaven voor:

  • a.

    personeel ten behoeve van koeling;

  • b.

    personeel en externe diensten ten behoeve van de uitbreiding en verbetering van koelfaciliteiten die subsidiabel zijn op grond van artikel 94, eerste lid, en titel 3 van dit hoofdstuk, of

  • c.

    personeel en externe diensten voor ICT werkzaamheden ten behoeve van koelfaciliteiten die subsidiabel zijn op grond van artikel artikel 94, eerste lid, en titel 3 van dit hoofdstuk.

Artikel

105

Artikel

106

Afdeling

2

Acties die gericht zijn op verbetering of behoud van de productkwaliteit

Artikel

107

Uitgaven van de producentenorganisatie voor activiteiten en subactiviteiten ter uitvoering van de maatregel, bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel g, onder ii, van verordening 543/2011, zijn subsidiabel, indien wordt voldaan aan:

Paragraaf

1

Uitgaven ten behoeve van aankoop van vaste activa en andere vormen van verwerving van vaste activa

Artikel

108

Artikel

109

Artikel

110

Artikel

111

Artikel

112

Artikel

113

Artikel

114

Uitgaven van de producentenorganisatie, inclusief grond, in sorteercentra, verpakcentra, distributiecentra, verwerkingscentra en dockboards zijn subsidiabel.

Artikel

115

Artikel

116

Uitgaven van de producentenorganisatie in droogsystemen voor aanzuiging van buitenlucht op basis van een zuigwand met centrifugaalventilator ten behoeve van het drogen van knoflook zijn subsidiabel.

Artikel

117

Artikel

118

Uitgaven van de producentenorganisatie voor kwaliteitsbehoud en optimalisering van producten zijn subsidiabel, indien het onder meer gaat om investeringen in:

  • a.

    sorteer- en verpakkingslijnen met uitzondering van het vervangen van onderdelen;

  • b.

    sorteer- en verpakkingsapparatuur;

  • c.

    weegunits of weegbruggen bestemd voor in- en uitgaand product;

  • d.

    ontstapelaars;

  • e.

    opvoerbanden;

  • f.

    ontnesters;

  • g.

    ombindmachines;

  • h.

    snij- en wasapparatuur voor zover niet bestemd voor de champignonteelt;

  • i.

    sorteerdermachines van witlofpennen met uitzondering van vulstations;

  • j.

    verenkelingsrekken bestemd voor witlof;

  • k.

    kantelsystemen, of

  • l.

    waterdumpers.

Artikel

119

Artikel

120

Artikel

121

Artikel

122

Artikel

123

Artikel

124

Artikel

125

Artikel

126

Artikel

127

Artikel

128

Uitgaven van de producentenorganisatie in duurzame productiemiddelen voor tracking & tracing systemen in het kader van voedselveiligheid bestemd voor de registratie van productherkomst, registratie van ziekten, plagen, middelen en meststoffen zijn subsidiabel.

Artikel

129

Uitgaven van de producentenorganisatie voor benodigde hardware bestemd voor oogstkarren, weeginstallaties of kantelinstallaties in het kader van voedselveiligheid is, in afwijking van artikel 103 quinquies, eerste lid, verordening 1234/2007, voor maximaal 50% van de aanschafwaarde subsidiabel.

Artikel

130

Artikel

131

Artikel

132

Paragraaf

2

Uitgaven ten behoeve van andere acties

Artikel

134

Artikel

135

Artikel

136

Artikel

137

Uitgaven van de producentenorganisatie voor personeelskosten bestemd voor de kwaliteitszorgsystemen, genoemd in artikel 134, tweede lid, zijn subsidiabel.

Artikel

138

Uitgaven van de producentenorganisatie voor het ontwikkelen van materialen bestemd voor de kwaliteitszorgsystemen, genoemd in artikel 134, tweede lid, zijn subsidiabel.

Artikel

139

Artikel

140

Artikel

141

Uitgaven van de producentenorganisatie voor externe diensten bestemd voor begeleiding en audits van kwaliteitscontrolesystemen zijn subsidiabel.

Artikel

142

Artikel

143

Uitgaven van de producentenorganisatie voor gekwalificeerde externe diensten ten behoeve van productcontrole inclusief begeleiding en audits zijn subsidiabel.

Artikel

144

Uitgaven van de producentenorganisatie voor Reglement Interne Kwaliteitscontrole certificering en audits zijn subsidiabel en omvatten mede de kosten van jaarlijks toezicht bij minimaal 30% van de bij een producentenorganisatie aangesloten leden.

Artikel

145

Uitgaven van de producentenorganisatie voor houdbaarheidscontroles en kwaliteitsanalyses zijn subsidiabel.

Artikel

146

Uitgaven van de producentenorganisatie voor certificering van meet- en weegapparatuur voor zover het betreft kosten van inspecteren, testen, kalibreren en certificeren zijn subsidiabel.

Artikel

147

Artikel

148

Artikel

149

Artikel

150

Uitgaven van de producentenorganisatie voor personeel zijn subsidiabel als het gaat om monsternames.

Artikel

151

  • a.

    Uitgaven van de producentenorganisatie voor externe diensten zijn subsidiabel als het gaat om:

    • a.

      residu analyses;

    • b.

      monsternames;

    • c.

      analyses op microbiologische of fysische productkwaliteit;

    • d.

      begeleiding, audits en certificering van het residumonitoring systeem;

    • e.

      verstrekken van een residucertificaat of een voedselveiligheidscertificaat, of

    • f.

      ondersteuning en abonnementen in geval van een chemische, microbiële of fysische calamiteit.

  • b.

    Indien de uitgaven voor een analyse als bedoeld in het eerste lid als een sanctie in geval van een overtreding door het lid doorbelast worden aan dat lid, dan zijn deze uitgaven niet subsidiabel.

Afdeling

3

Acties die gericht zijn op de verbetering van de afzet

Artikel

152

Uitgaven van de producentenorganisatie voor activiteiten en subactiviteiten ter uitvoering van de maatregel, bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel g, onder iii, van verordening 543/2011, zijn subsidiabel, indien wordt voldaan aan:

Paragraaf

1

Uitgaven ten behoeve van aankoop van vaste activa en andere vormen van verwerving van vaste activa

Artikel

153

Uitgaven van de producentenorganisatie ten behoeve van marktgerichte investeringen in de naoogstfase zijn subsidiabel, indien het gaat om:

  • a.

    sorteer- en verpakcentra;

  • b.

    distributiecentra;

  • c.

    verwerkingscentra, of

  • d.

    fustopslag.

Artikel

154

Artikel

155

Uitgaven van de producentenorganisatie ten behoeve van marktgerichte investeringen in de naoogstfase zijn subsidiabel, indien het gaat om, onder meer:

  • a.

    sorteer- en verpakkingslijnen;

  • b.

    sorteer- en verpakkingsapparatuur;

  • c.

    flowpackmachines;

  • d.

    weeg-, prijs- en etiketteerapparatuur;

  • e.

    snij- en wasapparatuur, met uitzondering van snijmachines voor champignons;

  • f.

    sorteerders bestemd voor witlofpennen met uitzondering van vulstations;

  • g.

    palletiseersystemen;

  • h.

    ombindmachines;

  • i.

    stapelaar;

  • j.

    trayopzetmachines en dozenopzetmachines;

  • k.

    plano-feeders, of

  • l.

    schilmachines en slicers bestemd voor de voorbereiding van producten zonder daarvan een verwerkt product te maken.

Artikel

156

Artikel

157

Artikel

158

Artikel

159

Artikel

160

Artikel

161

Uitgaven van de producentenorganisatie voor investeringen in aardwarmte in het kader van maatschappelijk verantwoord ondernemen zijn subsidiabel indien deze investeringen leiden tot een besparing op het energieverbruik uit fossiele brandstoffen van minimaal 15% en maximaal 25%.

Artikel

162

Uitgaven van de producentenorganisatie met uitzondering van glastuinbouwbedrijven voor investeringen in warmtepompen, warmtewisselaars, warmte- en koudebuffering in het kader van maatschappelijk verantwoord ondernemen zijn subsidiabel indien deze investeringen leiden tot een besparing op het energieverbruik uit fossiele brandstoffen van minimaal 15% en maximaal 25%.

Artikel

163

Artikel

164

Uitgaven van de producentenorganisatie voor investeringen in installaties en helofytenfilters in het kader van maatschappelijk verantwoord ondernemen ten behoeve van waterzuivering zijn subsidiabel indien het de meerkosten van de bovenwettelijke zuivering ten opzichte van een standaardzuivering betreft.

Artikel

165

Artikel

166

Artikel

167

Paragraaf

2

Uitgaven ten behoeve van andere acties

Artikel

168

Uitgaven van de producentenorganisatie voor personeel en de inhuur van externe diensten ten behoeve van het ontwerpen, bouwen en implementeren van geautomatiseerde systemen voor warehouse management zijn subsidiabel.

Artikel

169

Uitgaven van de producentenorganisatie voor software ten behoeve van het ontwerpen, bouwen en implementeren van geautomatiseerde systemen voor warehouse management zijn, in afwijking van artikel 103 quinquies, eerste lid, van verordening 1234/2007, voor maximaal 50% subsidiabel, indien de producentenorganisatie aan de minister op basis van een offerte niet kan aantonen dat deze software uitsluitend bestemd is voor de functionaliteiten, genoemd in artikel 167, onderdelen a tot en met d.

Artikel

170

Uitgaven van de producentenorganisatie voor marketing en promotie als bedoeld in punt 15 van bijlage IX van verordening 543/2011 zijn subsidiabel indien:

  • a.

    de activiteiten een logisch onderdeel vormen van het operationeel programma van de producentenorganisatie;

  • b.

    de activiteiten jaarlijks beschreven zijn in het jaarplan afzetbevordering van de producentenorganisatie, en

  • c.

    per activiteit geformuleerd is de doelgroep, het doel, de inhoud, de looptijd, het verwachtte resultaat en de begrote kosten.

Artikel

171

Uitgaven van de producentenorganisatie voor personeelskosten in het kader van promotie en communicatie zijn subsidiabel, indien het gaat om, onder meer:

  • a.

    het bouwen van nieuwe websites, of

  • b.

    het uitbreiden van bestaande websites met aantoonbare nieuwe elementen.

Artikel

172

Artikel

173

Artikel

174

Artikel

175

Artikel

176

Uitgaven van de producentenorganisatie voor het ontwikkelen van een communicatiestrategie en een merk voor de producentenorganisatie zijn subsidiabel.

Artikel

177

Artikel

178

Uitgaven van de producentenorganisatie voor collectieve acties door meerdere producentenorganisaties voor generieke promotie-uitingen zijn subsidiabel.

Artikel

179

Uitgaven van de producentenorganisatie voor personeelskosten en externe diensten in het kader van subsidiabele ICT-activiteiten bestemd voor marketing en verkoopbevordering zijn subsidiabel.

Artikel

180

Artikel

181

Uitgaven van de producentenorganisatie voor de aankoop van paneldata of voor het testen van een product waarvoor de producentenorganisatie is erkend door een smaakpanel bestemd voor marktonderzoek groenten en fruit zijn subsidiabel.

Artikel

182

Uitgaven van de producentenorganisatie voor personeelskosten en externe diensten in het kader van marktonderzoeken en productmarktanalyses voor groenten en fruit zijn subsidiabel indien het onder meer gaat om:

  • a.

    consumentenonderzoek, of

  • b.

    onderzoek naar de business opportunities op een afzetmarkt.

Artikel

183

Artikel

184

Afdeling

4

Onderzoek en experimentele productie

Artikel

185

Uitgaven van de producentenorganisatie voor activiteiten en subactiviteiten ter uitvoering van de maatregel, bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel g, onder iv, van verordening 543/2011, zijn subsidiabel, indien wordt voldaan aan:

Artikel

186

  • a.

    Bij de indiening of gedurende de looptijd van het operationeel programma wordt door de producentenorganisatie aan de minister een onderzoeksvoorstel of innovatie voorstel voorgelegd in geval van de uitgaven, bedoeld in deze afdeling.

  • b.

    Het voorstel, bedoeld in het eerste lid, bevat, voor zover van toepassing, de volgende beschrijvingen:

    • a.

      naam project;

    • b.

      looptijd;

    • c.

      het soort gewas;

    • d.

      locatie van het onderzoek;

    • e.

      de probleemstelling;

    • f.

      doel van het project;

    • g.

      bestaande kennis zowel binnen als buiten de eigen organisatie;

    • h.

      plan van aanpak inhoudende opzet, werkwijze, eventueel fasering;

    • i.

      te bereiken resultaten;

    • j.

      plan voor kennisoverdracht onder de eigen leden van de producentenorganisatie of de gehele sector groenten en fruit;

    • k.

      naam uitvoerder(s);

    • l.

      begroting;

    • m.

      externe advisering, en

    • n.

      onderbouwing van de kosten met verwijzing naar overlegde offertes.

  • c.

    De producentenorganisatie kan personeelskosten voor de eigen werkzaamheden van de leden of medewerkers van de leden in het kader van uitgaven als bedoeld in deze afdeling opvoeren voor maximaal 20% van de totale begroting van het onderzoek, exclusief investeringen en gebruikelijke teeltkosten, met een maximum op jaarbasis van in totaal 400 uur per lid.

  • d.

    In het kader van de personeelskosten, bedoeld in het derde lid, bevat een onderzoeksvoorstel als bedoeld in het tweede lid:

    • a.

      een onderbouwing van de personeelskosten;

    • b.

      een beschrijving van de uit te voeren werkzaamheden, en

    • c.

      een planning van het aantal uren per medewerker gedurende de looptijd van het onderzoek.

  • e.

    Bij de indiening van de steunaanvraag overlegt de producentenorganisatie aan de minister een onderzoeksverslag voor het onderzoek dat op grond van deze afdeling wordt gesubsidieerd.

Paragraaf

1

Uitgaven ten behoeve van aankoop van vaste activa en andere vormen van verwerving van vaste activa

Artikel

187

Uitgaven van de producentenorganisatie voor onderzoek en experimentele productie door investeringen in laboratoria zijn subsidiabel, indien de in het laboratorium uit te voeren onderzoeken betrekking hebben op activiteiten die op grond van titel 3 van dit hoofdstuk worden gesubsidieerd.

Artikel

188

Onder innovatieve investeringen in deze paragraaf wordt verstaan:

  • a.

    innovaties die niet langer dan 3 jaar op de markt zijn, of

  • b.

    langer dan 3 jaar bestaande perspectiefvolle innovaties, die nog niet of nauwelijks zijn ingevoerd.

Artikel

189

Uitgaven van de producentenorganisatie in innovatieve investeringen, als bedoeld in deze paragraaf, zijn subsidiabel, indien het gaat om:

  • a.

    een voor de sector groenten en fruit vernieuwende investering;

  • b.

    welk een uitstralingseffect heeft naar de leden van de producentenorganisatie;

  • c.

    waarbij de producentenorganisatie een financieel risico loopt en

  • d.

    waarvan de producentenorganisatie de resultaten onder de eigen leden of de gehele sector groenten en fruit bekend maakt.

Artikel

190

Uitgaven van de producentenorganisatie in innovatieve meetapparatuur ten behoeve van onderzoek en geleidebestrijding zijn subsidiabel, indien zij betrekking hebben op activiteiten die op grond van titel 3 van dit hoofdstuk worden gesubsidieerd.

Artikel

191

Uitgaven van de producentenorganisatie in ontwikkelingskosten van innovatieve machines en de aanschaf van het eerste prototype zijn subsidiabel.

Artikel

192

Artikel

193

Artikel

194

Uitgaven van de producentenorganisatie in innovatieve investeringen op het gebied van aanbod en afzet in het kader van praktijkonderzoek zijn subsidiabel.

Paragraaf

2

Uitgaven ten behoeve van andere acties

Artikel

195

Uitgaven van de producentenorganisatie in kosten voor het uitvoeren van een experiment bestemd voor onderzoek en experimentele productie zijn subsidiabel, indien het gaat om:

  • a.

    een voor de sector groenten en fruit vernieuwende pilot;

  • b.

    welk een uitstralingseffect heeft naar de leden van de producentenorganisatie;

  • c.

    waarbij de producentenorganisatie een financieel risico loopt, en

  • d.

    waarvan de producentenorganisatie de resultaten onder de eigen leden of de gehele sector groenten en fruit bekend maakt.

Artikel

196

Uitgaven van de producentenorganisatie in onderzoek gericht op productieplanning zijn subsidiabel, indien het onder meer gaat om onderzoek naar:

  • a.

    nieuwe rassen, of

  • b.

    verlenging van het oogstseizoen van producten met behoud van kwaliteit.

Artikel

197

Uitgaven van de producentenorganisatie gericht op verbetering of behoud van de productkwaliteit zijn subsidiabel, indien het onder meer gaat om:

  • a.

    aankoop van producten voor proeven;

  • b.

    onderzoek naar kwaliteitsproblemen;

  • c.

    rassenproeven ten behoeve van kwaliteit;

  • d.

    de vaststelling van het optimale bestuivingsmoment bij fruit ter verbetering van de vruchtzetting en de kwaliteit van vruchten;

  • e.

    onderzoek naar pluktijdstip van appel of peer;

  • f.

    testen van nieuwe methoden om de rijpheid of om de bewaarbaarheid te meten, of

  • g.

    onderzoek naar de gevolgen van lange bewaring op de kwaliteit.

Artikel

198

Artikel

199

Uitgaven van de producentenorganisatie voor rassenproeven op het gebied van smaak, functional foods en productinnovatie bestemd voor de verbetering van afzet zijn subsidiabel.

Artikel

200

Artikel

201

Uitgaven van de producentenorganisatie voor onderzoek naar het onderhouden van een winkelschap of retailpositionering zijn subsidiabel.

Artikel

202

Artikel

203

Afdeling

5

Opleidingsacties of acties die gericht zijn op bevordering van de toegang tot adviesdiensten

Artikel

204

Uitgaven van de producentenorganisatie voor activiteiten en subactiviteiten ter uitvoering van de maatregel, bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel g, onder v, van verordening 543/2011, zijn subsidiabel, indien wordt voldaan aan de voorwaarden zoals gesteld door:

Paragraaf

1

Algemene bepalingen inzake opleidingsacties en adviesdiensten

Artikel

205

Artikel

206

Artikel

207

Paragraaf

2

Uitgaven ten behoeve van biologische productie

Artikel

208

Uitgaven van de producentenorganisatie voor advies en begeleiding ten behoeve van de teelt bestemd voor biologische productie zijn subsidiabel indien:

  • a.

    voldaan is aan de bepalingen opgenomen in verordening 834/2007, en verordening 889/2008, en

  • b.

    deelnemende leden van de producentenorganisatie beschikken over een geldig Skal certificaat of een bevestiging van Stichting Skal dat het bedrijf van het lid in omschakeling is naar biologische productie.

Artikel

209

Uitgaven van de producentenorganisatie voor advies en begeleiding ten behoeve van de teelt bestemd voor biologische productie zijn subsidiabel indien het gaat om:

  • a.

    biologische teelt;

  • b.

    bodemvruchtbaarheid;

  • c.

    biologische bemesting;

  • d.

    compostering;

  • e.

    vruchtwisseling;

  • f.

    rassenkeuze;

  • g.

    biologische bestrijding en biologisch evenwicht, of

  • h.

    biologische teelttechniek.

Artikel

210

Uitgaven van de producentenorganisatie voor educatieve bijeenkomsten op het gebied van biologische productie zijn subsidiabel.

Paragraaf

3

Uitgaven ten behoeve van geïntegreerde productie of geïntegreerde plaagbestrijding

Artikel

211

Uitgaven van de producentenorganisatie voor advies en begeleiding ten behoeve van de teelt bestemd voor geïntegreerde plaagbestrijding zijn subsidiabel als het gaat om:

  • a.

    biologische of geïntegreerde bestrijding;

  • b.

    geleide bestrijding;

  • c.

    het voorkomen van ziekten en plagen met inbegrip van gewas-, water- of bodemanalyses gericht op het vaststellen van ziekten en plagen, of

  • d.

    scouting

Artikel

212

Artikel

213

Artikel

214

Uitgaven van de producentenorganisatie voor advies en begeleiding ten behoeve van de teelt bestemd voor geïntegreerde productie of geïntegreerde plaagbestrijding betreffende kwaliteit en milieu zijn subsidiabel indien het onder meer gaat om:

  • a.

    aansturing van de voorlichters door de producentenorganisatie, of

  • b.

    opstellen van bedrijfsvergelijkingen door de producentenorganisatie met betrekking tot het verbruik en reductie van mineralen, gewasbeschermingsmiddelen en energie.

Artikel

215

Uitgaven van de producentenorganisatie voor educatieve bijeenkomsten op het gebied van geïntegreerde bestrijding, ziekten en plagen en cursussen scouting zijn subsidiabel.

Artikel

216

Uitgaven van de producentenorganisatie voor educatieve bijeenkomsten op het gebied van kwaliteit en milieuzorgsystemen zijn subsidiabel.

Artikel

217

Uitgaven van de producentenorganisatie voor algemeen educatieve bijeenkomsten op het gebied van kwaliteit en milieu zijn, in afwijking van artikel 103 quinquies, eerste lid, van verordening 1234/2007, voor 50% subsidiabel.

Paragraaf

4

Uitgaven ten behoeve van andere milieukwesties

Artikel

218

Uitgaven van de producentenorganisatie voor het uitvoeren van een energiescan in het kader van milieukwesties zijn subsidiabel.

Artikel

219

Uitgaven van de producentenorganisatie voor educatieve bijeenkomsten in het kader van milieukwesties zijn subsidiabel indien het onder meer gaat om:

  • a.

    energiereductie;

  • b.

    mineralenreductie, of

  • c.

    het stimuleren van kennisverwerving bestemd voor het geconditioneerde teelt of het ter uitvoering van het programma ‘ Het nieuwe telen’.

Paragraaf

5

Uitgaven ten behoeve van productkwaliteit

Artikel

220

Uitgaven van de producentenorganisatie voor advies en begeleiding bestemd voor het verbeteren van de productkwaliteit en kwaliteitscontrole met inbegrip van residuen van bestrijdingsmiddelen en traceerbaarheid zijn subsidiabel.

Artikel

221

Uitgaven van de producentenorganisatie voor educatieve bijeenkomsten op het gebied van productkwaliteit met inbegrip van residuen van bestrijdingsmiddelen en opfriscursussen voor kwaliteitsmedewerkers en keurmeesters zijn subsidiabel.

Paragraaf

6

Uitgaven ten behoeve van andere kwesties

Artikel

222

Uitgaven van de producentenorganisatie voor advies en begeleiding ten behoeve van de teelt bestemd voor aanbodplanning zijn subsidiabel indien het onder meer gaat om:

  • a.

    opstellen teeltplan met inbegrip van aaltjes beheersingstrategie;

  • b.

    teelten voor de verwerkende industrie;

  • c.

    perceelsbeoordeling;

  • d.

    tactische perceelsplanning;

  • e.

    oogstspreiding;

  • f.

    nieuwe rassen;

  • g.

    zaaibegeleiding, of

  • h.

    monitoring teelt met inbegrip van proefrooiïngen en bemonstering van het eindproduct.

Artikel

223

Artikel

224

Uitgaven van de producentenorganisatie voor algemene op de voedingstuinbouw gerichte educatieve bijeenkomsten zijn, in afwijking van artikel 103 quinquies, eerste lid, van verordening 1234/2007, voor 50% subsidiabel.

Artikel

225

Uitgaven van de producentenorganisatie voor advies en begeleiding ter voorbereiding op en bij uitvoering van investeringen zijn subsidiabel.

Afdeling

6

Crisispreventie maatregelen

Artikel

226

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  • a.

    incidentele crisis: een crisis veroorzaakt door een aanwijsbaar incident dat een belangrijke invloed heeft op de prijsvorming gedurende een kortere periode en

  • b.

    structurele crisis: een crisis met een langdurige periode van lage prijzen, die onder de kostprijs liggen.

Artikel

227

Uitgaven van de producentenorganisatie voor activiteiten en subactiviteiten ter uitvoering van de maatregel, bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel g, onder vi, van verordening 543/2011, zijn subsidiabel, indien wordt voldaan aan:

Paragraaf

1

Algemene bepalingen inzake crisispreventie maatregelen

Artikel

228

Paragraaf

2

Uitgaven ten behoeve van afzetbevorderings- en communicatieactiviteiten

Artikel

229

Artikel

230

Paragraaf

3

Uitgaven ten behoeve van opleidingsacties

Artikel

231

Paragraaf

4

Uitgaven ten behoeve van oogstverzekering

Artikel

232

Paragraaf

5

Uitgaven ten behoeve van steun voor de administratieve kosten van de onderlinge fondsen

Artikel

233

Paragraaf

6

Uitgaven ten behoeve van aflossing van kapitaal en rente van leningen

Artikel

234

Indien de producentenorganisatie, met inachtneming van artikel 74 van verordening 543/2011, een lening overhevelt naar het volgende operationele programma, mag de lening in totaal niet zijn opgenomen in meer dan drie opeenvolgende operationele programma’s.

Afdeling

7

Milieuacties

Paragraaf

1

Algemene bepalingen voor milieuacties

Artikel

235

Uitgaven van de producentenorganisatie voor activiteiten en subactiviteiten ter uitvoering van de doelstelling, bedoeld in artikel 103 quater, eerste lid onderdeel e, van verordening 1234/2007, zijn subsidiabel, indien wordt voldaan aan:

Artikel

236

De minister kan subsidie voor in het operationeel programma opgenomen milieuacties aanpassen wanneer het relevante referentieniveau wijzigt.

Artikel

237

Artikel

238

Duurzame productiemiddelen die op grond deze afdeling subsidiabel zijn kunnen gedurende de bedrijfseconomische levensduur vervangen worden, indien er significante milieuvoordelen zijn.

Paragraaf

2

Uitgaven ten behoeve van aankoop van vaste activa en andere vormen van verwerving van vaste activa

Artikel

239

Artikel

240

Artikel

241

Uitgaven voor hygiënesluizen en hygiënestations ter voorkoming van insleep van ziekten in kassen door medewerkers en bezoekers zijn subsidiabel indien de sluis de enige toegang vormt tot de te betreden ruimte onder quarantaine.

Artikel

242

Artikel

243

Artikel

244

Artikel

245

Artikel

246

Artikel

247

Artikel

248

Artikel

249

  • 1.

    Uitgaven voor investeringen in het kader van het programma ‘Kas als Energiebron’ of ‘Het nieuwe telen’ zijn subsidiabel indien:

    • a.

      de specificatie van de investering een reductie van het energieverbruik uit fossiele brandstoffen van minimaal 25% geeft;

    • b.

      het gaat om installaties ten behoeve van semi-gesloten kassen die een combinatie vormen van:

      • buitenluchtaanzuiging in combinatie met een tweede beweegbaar energiescherm;

      • energiebesparend ventilatiesysteem met warmteterugwinning of voorverwarming;

      • luchtbehandelingsystemen ter ontvochtiging van lucht;

      • hogedrukvernevelingsysteem met een adiabatische koeling waarbij de druppelgrootte 5 tot maximaal 15 micron bedraagt;

      • warmtewisselingsysteem;

      • warmtepomp;

      • seizoensopslagsysteem voor warmte en koude;

      • warmtebuffertank;

      • tweede energiescherm, waarbij de energiebesparing met het doek dicht minimaal 45% bedraagt;

      • 10°

        eerste energiescherm voor bedrijven met een verbruik van minder dan 25 Nm3 aardgasequivalent/m2, waarbij de energiebesparing met het doek dicht minimaal 35% bedraagt, of

      • 11°

        gevelscherm, waarbij de energiebesparing met het scherm dicht minimaal 40% bedraagt.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid kan de minister in uitzonderlijke gevallen een reductie van het energieverbruik uit fossiele brandstoffen van minimaal 10% toestaan, indien de actie andere milieuvoordelen waarborgt.

  • 3.

    Het scherm, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, onder ix tot en met xi, is geen scherm voor lichtafscherming.

  • 4.

    De vervanging van bestaande schermen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, onder ix tot en met xi, is niet subsidiabel.

Artikel

250

Uitgaven voor investeringen in zelfpersende containers zijn subsidiabel.

Artikel

251

Artikel

252

Paragraaf

3

Uitgaven voor behoeve overige acties ten behoeve van biologische productie

Artikel

253

In het operationeel programma kunnen, ter realisatie van de doelstelling, bedoeld in artikel 103 quater, eerste lid onderdeel e, van verordening 1234/2007, acties ten behoeve van biologische productie worden opgenomen, indien wordt voldaan aan de vereisten voor biologische productie zoals opgenomen in verordeningen 834/2007 en 889/2008.

Artikel

254

Op grond van artikel 58, vierde lid, van verordening 543/2011 zijn in afwijking van dit lid de werkelijke kosten van milieuacties, andere dan de verwerving van vaste activa, subsidiabel indien de producentenorganisatie in haar operationeel programma onderbouwd dat dit, gezien de hoogte van de werkelijk uit de milieuactie voortvloeiende kosten, nodig is om rekening te houden met de specifieke omstandigheden van de milieuactie.

Artikel

255

Artikel

256

Artikel

257

Artikel

258

Artikel

259

Paragraaf

4

Uitgaven voor overige acties ten behoeve van geïntegreerde productie

Artikel

260

Artikel

261

Artikel

262

Artikel

263

Artikel

264

Artikel

265

Artikel

266

Artikel

267

Artikel

269

Artikel

270

Artikel

271

Uitgaven voor materialen, monitoring en begeleiding van biologische grondontsmetting zijn, in afwijking van artikel 103 quinquies, eerste lid, van verordening 1234/2007, voor 50% subsidiabel.

Paragraaf

5

Uitgaven voor acties om afvalproductie te verminderen en afvalbeheer te verbeteren

Artikel

272

Uitgaven voor biologisch afbreekbaar folie bestemd voor onkruidbestrijding zijn subsidiabel.

Artikel

273

Artikel

274

Paragraaf

6

Uitgaven voor overige acties

Artikel

275

Artikel

276

Artikel

277

Uitgaven voor personeelskosten voor milieuzorgsystemen zijn subsidiabel indien zij nodig zijn voor de deelname in milieuzorgsystemen als bedoeld in artikel 275, eerste lid.

Artikel

278

Artikel

279

Afdeling

8

Andere acties

Artikel

280

Uitgaven van de producentenorganisatie voor activiteiten en subactiviteiten ter uitvoering van de maatregel, bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel g, onder viii, van verordening 543/2011, zijn subsidiabel, indien wordt voldaan aan de voorwaarden zoals gesteld door:

Paragraaf

1

Uitgaven ten behoeve van aankoop van vaste activa in duurzame of strategische investeringen

Artikel

281

  • 1.

    Uitgaven van de producentenorganisatie voor beleggen in aandelen, onder de voorwaarden genoemd in punt 21 van Bijlage IX van verordening 543/2011, zijn subsidiabel indien het gaat om uitgaven voor de waarde van de materiële vaste activa.

  • 2.

    De producentenorganisatie toont de belegging, bedoeld in het eerste lid, bij de indiening van de steunaanvraag aan door middel van bankstukken.

Paragraaf

2

Uitgaven ten behoeve van andere acties

Artikel

282

Artikel

283

Artikel

284

Uitgaven van de producentenorganisatie ten behoeve van sectorale activiteiten zijn subsidiabel voor zover de producentenorganisatie een gedetailleerd jaarplan met activiteiten voorzien van een begroting bij de indiening van het operationeel programma ter goedkeuring aan de minister zendt.

Paragraaf

3

Uitgaven ten behoeve van internationale samenwerking

Artikel

285

Titel

4

Indienen en wijzigingen operationeel programma

Artikel

286

Artikel

287

Artikel

288

Hoofdstuk

5

Steunaanvraag, voorschotten en gedeeltelijke betalingen

Artikel

289

Artikel

290

Artikel

291

Artikel

292

Artikel

293

Artikel

294

Artikel

295

Artikel

296

Hoofdstuk

6

Rapportageverplichtingen

Artikel

297

Artikel

298

Producentenorganisaties overleggen uiterlijk op 15 februari van het jaar dat volgt op het laatste jaar van uitvoering van het operationeel programma, het eindverslag, bedoeld in artikel 96, vierde lid, van verordening 543/2011, aan Dienst Regelingen.

Artikel

299

Artikel

300

Hoofdstuk

7

Sancties

Artikel

302

Artikel

303

Artikel

304

Artikel

305

Artikel

306

Artikel

307

Artikel

308

Indien een aanvraag op grond van artikel 103 octies, eerste lid, van verordening 1234/2007 of de artikelen 65, eerste lid, 66, eerste lid, 69, eerste lid, 71, eerste lid, of 72, eerste lid, van verordening 543/2011 onvolledig is en niet binnen een redelijke termijn wordt aangevuld, wordt de aan de desbetreffende aanvraag gerelateerde subsidie, behoudens overmacht, met 5 procent verlaagd.

Artikel

309

Indien uit een onderzoek als bedoeld in artikel 115, tweede lid, van verordening 543/2011 blijkt dat sprake is van fraude, worden de kosten van dit onderzoek ten laste van de producentenorganisaties gebracht.

Artikel

310

Bij samenloop van diverse subsidieverlagende factoren als bedoeld in de artikelen 302 tot en met 304 en 306 tot en met 308 bedraagt de totale subsidieverlaging, indien er geen sprake is van opzet of grove nalatigheid, niet meer dan 50 procent.

Hoofdstuk

8

Slotbepalingen

Artikel

311

Archiefbescheiden van Productschap Tuinbouw betreffende zaken die op basis van deze regeling worden behartigd door de minister, worden overgedragen aan de minister, voor zover zij niet overeenkomstig de Archiefwet 1995 zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats.

Artikel

312

Artikel

313

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2014.

Artikel

314

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling uitvoering GMO groenten en fruit.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage
De Staatssecretaris van Economische Zaken,S.A.M.Dijksma

Bijlage

I

Niet limitatieve lijst van subsidiabele uitgaven en investeringen

  • 1.

    investeringen in kassen en tunnels;

  • 2.

    investeringen in substraat;

  • 3.

    investeringen in teeltgoten, teeltbakken en teeltstellingen;

  • 4.

    investeringen in dekwassers;

  • 5.

    investeringen in diamantglas;

  • 6.

    investeringen in verduisteringsschermen en zonwerende materialen;

  • 7.

    investeringen in vervroegingsdoek inclusief vliesdoek ter wering van insecten;

  • 8.

    investeringen in waterbassins;

  • 9.

    investeringen in uv-ontsmetting en drainwaterontsmetting ten behoeve van de recirculatie van water in de pré-oogstfase;

  • 10.

    investeringen in oogstmachines;

  • 11.

    investeringen in klimaatcomputers, meet- en regelapparatuur, tenzij deze op grond van andere punten specifiek subsidiabel zijn verklaard;

  • 12.

    investeringen in vernevelingsinstallaties; tenzij deze op grond van andere punten specifiek subsidiabel zijn verklaard; beregeningsinstallaties

  • 13.

    investeringen in watergoten;

  • 14.

    investeringen in verwarmingsbuizen, warmwaterslangen en leidingwerk (tenzij deze op grond van andere punten specifiek subsidiabel zijn verklaard);

  • 15.

    investeringen in bladzuigers;

  • 16.

    uitgaven voor water- en bodem- en bladanalyses voor bepaling hoeveelheid N en P;

  • 17.

    uitgaven voor verpakkingsmateriaal en werkzaamheden ten behoeve van het verpakken en marktklaarmaken van producten;

  • 18.

    investeringen in (magazijn) stellingen;

  • 19.

    investeringen in spuitleidingen;

  • 20.

    investeringen in biobranders;

  • 21.

    investeringen in elektrische hef- en pallettrucks;

  • 22.

    investeringen in palletkantelaars;

  • 23.

    uitgaven voor afdichtingsmateriaal ten behoeve van champignoncellen;

  • 24.

    uitgaven voor looftrekdoeken;

  • 25.

    uitgaven voor stomen van materialen in de kas;

  • 26.

    uitgaven voor messen ter voorkoming van verspreiding van virussen.

Bijlage

II

Subsidiabele en niet-subsidiabele ruimte

Deel

1

Subsidiabele ruimte

  • 1.

    inpandige deel van een dock, waarbij

    • a.

      de oppervlakte van het dock wordt niet meegerekend in de berekening van de subsidiabele oppervlakte, en

    • b.

      bij berekening van de oppervlakte voor de aankoop van de grond voor een dock wordt uitgegaan van een oppervlakte van 200 m2;

  • 2.

    dozenopzetruimte;

  • 3.

    fustopslag of fustloods;

  • 4.

    goederenlift van en naar ruimtes waar subsidiabele activiteiten plaatsvinden;

  • 5.

    jassenstraat;

  • 6.

    kantine en lunchruimte, indien

    • a.

      het personeel geen alternatief op de locatie kan worden geboden;

    • b.

      dergelijke ruimten in het kader van maatregelen voor hygiëne en voedselveiligheid noodzakelijk zijn, en

    • c.

      de producentenorganisatie voor deze ruimte beschikt over:

      • een HACCP certificaat;

      • een BRC certificaat;

      • een IFS certifcaat, of

      • een certificaat van een gelijkwaardig kwaliteitszorgsysteem;

  • 7.

    keuken, indien

    • a.

      deze ruimte in het kader van maatregelen voor hygiëne en voedselveiligheid noodzakelijk is, en

    • b.

      de producentenorganisatie voor deze ruimte beschikt over:

      • een HACCP certificaat;

      • een BRC certificaat;

      • een IFS certifcaat, of

      • een certificaat van een gelijkwaardig kwaliteitszorgsysteem;

  • 8.

    keurruimte en keurmeesterskantoor voor product waarvoor de producentenorganisatie erkend is;

  • 9.

    koelcellen en ruimte voor de koelinstallatie;

  • 10.

    kratten- of fustwasserij;

  • 11.

    laad- of loodskantoor;

  • 12.

    label- en stickerruimte;

  • 13.

    luchtbrug, entresol, galerij of balustrade;

  • 14.

    machinekamer of CV-ruimte;

  • 15.

    noodstroomaggregaat;

  • 16.

    noodtrap of vluchttrappenhuis van en naar ruimtes waar subsidiabele activiteiten plaatsvinden;

  • 17.

    opslagruimte voor verpakkingsmateriaal;

  • 18.

    ruimte voor bewaarproeven of shelve life room;

  • 19.

    sanitair, wasgelegenheden, kleedruimten, toiletten, indien

    • a.

      deze ruimten in het kader van maatregelen voor hygiëne en voedselveiligheid noodzakelijk zijn;

    • b.

      deze ruimten bestemd zijn voor personeel dat werkzaam is in het sorteer- en verpakproces en zo gelegen zijn dat aannemelijk is dit personeel hier gebruik van maakt, en

    • c.

      de producentenorganisatie voor deze ruimte beschikt over:

      • een HACCP certificaat;

      • een BRC certificaat;

      • een IFS certifcaat, of

      • een certificaat van een gelijkwaardig kwaliteitszorgsysteem;

  • 20.

    traforuimte;

  • 21.

    verladings- of expeditieruimte, of

  • 22.

    verpak- en sorteerruimte.

Deel

2

Niet subsidiabele ruimte

  • 2.1

    Inpandig

    • 1.

      archiefruimte;

    • 2.

      berging, werkkasten en schoonmaakkasten;

    • 3.

      ruimten voor bedrijfshulpverlening of eerste hulp verlening;

    • 4.

      chauffeursruimte;

    • 5.

      dealingroom of afmijnzaal;

    • 6.

      excursiebordes;

    • 7.

      gang of hal;

    • 8.

      kantoor;

    • 9.

      kledingwasserij;

    • 10.

      ontspanningsruimte;

    • 11.

      ontvangsthal, entree of receptie;

    • 12.

      ruimte voor P&O-faciliteiten;

    • 13.

      ruimte voor paspoortcontrole;

    • 14.

      presentatieruimte, projectieruimte of exclusieve ruimte;

    • 15.

      rookruimte en afgescheiden kantine voor rokers;

    • 16.

      serverruimte;

    • 17.

      spreekkamer;

    • 18.

      ruimte voor technische dienst of technische ruimte;

    • 19.

      terras of patio, of

    • 20.

      vergaderruimte of overlegruimte.

  • 2.2

    Buiten

    • 1.

      terreinverharding;

    • 2.

      groenvoorziening, inclusief groen- en grindstroken rondom gebouwen;

    • 3.

      ontsluiting op de openbare weg;

    • 4.

      parkeerterrein of Parkeergarage, of

    • 5.

      fietsenstalling.

  • 2.3

    Overig

    • 1.

      verhuurde ruimtes;

    • 2.

      ruimtes die niet in eigendom zijn van de producentenorganisatie, of

    • 3.

      overige opslagruimten.

Bijlage

III

Subsidiabele en niet-subsidiabele elementen bij nieuwbouw en volledige verbouwing (inclusief koelhuizen)

1.0

1.1

1.2

1.3

1.4

1.5

1.6

1.7

Voorbereidingen en overdracht

grondonderzoek

bodemonderzoek

sondering

architect/teken- en constructiewerk (staal- en fundering)

bouwkundig advies/deskundigenkosten

projectmanagement/bouwbegeleiding/toezicht

notariële kosten

1.0

1.1

1.2

1.3

1.4

1.5

1.6

Voorbereidingen en overdracht

bouwaanvragen (bij gemeente)

milieuaanvragen (bij gemeente)

Construction all risk verzekering

rentekosten

bankgaranties

leges, kadastrale tarieven

2.0

2.1

2.2

2.3

2.4

2.5

2.6

2.7

2.8

2.9

Bouwplaatsvoorzieningen

loodsen en keten

beschikbaarstelling personeel

schoonmaak en preventief onderhoud

inrichting werkterrein

tijdelijke terreinverharding

(peil) uitzetten of maatvoering

bouwstroom en -water

tijdelijke elektriciteitsvoorzieningen

overige tijdelijke voorzieningen bij de bouw

2.0

2.1

2.2

2.3.

Bouwplaatsvoorzieningen

afsluitingen

reclame voor de aannemer

vuilafvoer

3.0

3.1

3.2

3.3

3.4

Grondwerk – bouwrijp maken

ontgraven van de grond

verwerken van grond en grondvervangende materialen

verdichten van grond

aanvulwerkzaamheden

3.0

3.1

3.2

3.3.

Grondwerk – bouwrijp maken

sloopwerkzaamheden (onder meer hak, breek en graafwerk van betonresten/asfalt/bestaande bebouwing)

rooiwerkzaamheden

demontagekosten, tenzij de onderdelen voor de betreffende investering worden hergebruikt

5.0

5.1

5.2

5.3

Terreinverharding (inpandig)

beton- of asfaltverharding

verhardingslagen van steenmengsel

geleidingscontructies

vloercoating

5.0

5.0

5.1

5.2

5.3

5.4

Terreinverharding (in- en uitpandig)

niet subsidiabele voorzieningen zoals

parkeerplaatsen en (openbare) weg

bewegwijzering

stoplichten

belijning

6.0

Funderingspalen

7.0

Betonwerk

8.0

Metselwerk

9.0

Vooraf vervaardigde steenachtige elementen

10.0

Metaalconstructiewerk

11.0

Kozijnen, ramen en deuren

12.0

Systeembekleding

13.0

13.1

13.2

Trappen en balustrade

vaste trappen naar subsidiabele ruimtes

balustraden

13.0

13.1

Trappen en balustrade

naar niet subsidiabele ruimtes, bijvoorbeeld kantoren

14.0

Beglazing

15.0

Stukadoorswerk

16.0

Tegelwerk

17.0

Dekvloeren en vloersystemen

18.0

Metaal- en kunststofwerk

19.0

Plafond- en wandsystemen

20.0

Afbouwtimmerwerk

21.0

Schilderwerk

22.0

Dakgoten en hemelwaterafvoeren

23.0

Binnenriolering

24.0

Waterinstallaties

25.0

25.1

25.2

Binneninrichting

keukenblok met blad, spoelbak en mengkraan

banken, kapstokken, lockers voor kleedkamer

25.0

25.1

25.2

25.3

25.4

25.5

Binneninrichting

kasten

werk- en buffetbladen

stelposten

geluidsinstallatie/telefoon e.d.

entree, receptie, ontvangstruimte (incl. sanitair)

26.0

Behangwerk, vloerdekking en stoffering

26.0

26.1

26.2

26.3

Behangwerk, vloerdekking en stoffering

behang

vloerbedekking

stoffering

27.0

27.1

27.2

27.3

27.4

27.5

Sanitair

douchecombinaties

closet- en urinoircombinaties

wastafel- en wastrogcombinaties

kranen en kraanafvoercombinaties

wateraanvoer

27.0

27.1

Sanitair

toebehoren sanitair

28.0

28.1

28.2

28.3

Brandbestrijdingsinstallaties

Brandblustoestellen/bluswatervoorziening

sprinklerinstallatie

brandwand of gordijn

29.0

29.1

29.2

29.3

29.4

Brand, toegang- en inbraakbeveiliging

brand- toegangs- en inbraaksysteem

toegangcontrole-installatie

camera observatiesysteem

codesloten

29.0

29.1

Brand, toegang- en inbraakbeveiliging

aansluiting meldkamer/bewakingsdienst

30.0

Verwarmingsinstallaties

31.0

Ventilatie- en luchtbehandelingsinstallaties

32.0

Koeling

Bijlage

IV

Overzicht rassen met forfaitaire tarieven voor het enten van tomaten bedoeld in artikel 264, tweede lid

Admiro

DRS

vleestomaat

150–160

x

Adoration

Enza

cocktail

40–45

x

Altess

DRS

tros grof

140–150

x

Amoroso

RZ

cocktail

35–40

x

Annamay

Enza

cocktail

40

x

Angelle

S&G

mini pruim

10–12

x

Aranca

Enza

tros fijn

40

x

Arawak

S&G

coeur de boeuf

200–240

x

Ardiles

Enza

mini pruim

35–40

x

Arlyco

RZ

tros fijn-middel

85–90

x

RZ 72-385

Arlinta

Enza

tros fijn

40–45

x

Arvento

RZ

rond (los)

95–105

x

Autunno

RZ

tros grof

160–180

x

Avalantino

Enza

tros fijn-middel

85

x

E 23.34008

Avengance

DRS

rond (los)

100

x

Beorange

DRS

vleestomaat oranje

160

x

Bigdena

S&G

vleestomaat

220–240

x

Brightina

S&G

vleestomaat

200–220

x

Brilliant

Monsanto (vh Bruinsma)

tros middel

120–130

x

Brioso

RZ

cocktail

35–45

x

Campari

Enza

cocktail

50–55

x

Caprese

DRS

cocktail

22

x

Cappricia

RZ

tros middel

120–130

x

Capriccio

Gautier Semnces

minpruim/cherry

ca 12

x

Careza

Enza

rond (los)

85–100

x

Caroletta

Monsanto (Western Seeds)

tros middel

110–120

x

Celine

S&G

pruim (los)

90–100

x

Ceranto

RZ

tros middel

115–130

x

72-702 RZ

Cheramy

RZ

cherry

14

x

Claree

Enza

cherry

15–16

x

Classy

S&G

tros middel

95–100

x

Climberley

S&G

tros middel

120–130

x

Climstar

Syngenta

tros grof

150–170

x

T409057

Conchita

DRS

cherry

20

x

Confetto

RZ

minipruim (Santatype)

14–18

x

Delioso

RZ

cocktail

35–45

x

Diamantino

Enza

tros middel

120–140

x

Dometica

RZ

rond (los)

80

x

Dimple

S&G

mini pruim/cherry

10–12

x

Dirk

Enza

tros middel

120–140

x

Dunne

S&G

mini tros

20–30

x

Elanto

RZ

rond (los)

95–105

x

Elegance

DRS

tros middel

100

x

Encore

DRS

rond (los)

80

x

Endeauvour

RZ

tros grof

140–160

x

Espero

DRS

rond (los)

90

x

Euforia

S&G

rond (los)

150–160

x

Evolution

S&G

rond (los)

160–170

x

Foronti

DRS

vleestomaat

250–300

x

Garincha

Enza

minipruim (Santatype)

11–13

x

Gualdino

Enza

tros middel

110

x

Growdena

S&G

vleestomaat

220–240

x

Heartbreaker

Enza

minipruim (Santatype)

11–12

x

Idoia

S&G

mini tros

35–40

x

Idooll

DRS

tros grof

140–190

x

Ingar

Enza

rond (los)

95–105

x

Juanita

DRS

cherry

10–14

x

Kanavaro

Enza

vleestomaat

150–170

x

Komeett

DRS

tros grof

140–160

x

Levanzo

RZ

tros grof

140–160

x

Licorossa

DRS

tros middel

110

x

Livorno

DRS

tros middel

x

Lyterno

RZ

tros middel

100–110

x

Macarena

S&G

vleestomaat

220–240

x

Matrix

DRS

vleestomaat

250–300

x

Mecano

RZ

tros middel

110–120

x

Merlice

DRS

tros grof

130–150

x

DRW 7812

Ministar

Sakata

cherry

15–20

x

Mona Lisa

S&G

mini tros

35–40

x

Nun 3362 TO

Nunhem

pruim (los)

90–140

x

Nun 03395 TOF

Nunhem

rond (los)

90–140

x

Intense Round

Nun 03560 TOF

Nunhem

pruim (los)

120

x

Nun 09008 TOF

Nunhem

tros

120–150

x

Olmeca

S&G

rond (los)

80–120

x

Oskar

S&G

pruim (los)

90

x

Picolo

Gaultier Semances

cherry

12

x

Pinoso

RZ

cocktail

45–55

x

Proudesse

DRS

tros fijn-middel

80–100

x

DRW 7646

Prunus

Monsanto-DRS

pruim (tros)

105

x

Rebelski

DRS

vleestomaat

210–250

x

Red Delight

DRS

cocktail

50–55

x

Robino

Monsanto-Seminis

cherry

20

x

Romanella

S&G

pruim (los)

60–125

x

TMT 02405

Roterno

RZ

tros middel

80–100

x

Santa

diverse

mini pruim

< 20

x

segment: santatypes

Santella

Monsanto-Western Seed

minipruim/cherry

ca 10

x

Sassari

RZ

cherry

14–16

x

Savantas

Enza

pruim (tros)

100–110

x

Seviocard

S&G

pruim (los)

90–100

x

Solarino

RZ

minipruim

10

x

Soupless

DRS

tros grof

130–140

x

DRW 7659

Speedella

Monsanto-Western Seed

tros grof

ca 160

x

Starbuck

DRS

vleestomaat

260

x

Succes

DRS

tros grof

135–160

x

Summersun

Nickerson-Zwaan

cherry

15–18

x

Sunstream

Enza

minipruim

30

x

Susanti

Enza

pruim (tros)

110–115

x

E 24.34571

Sweetelle

S&G

mini pruim

10–12

x

Tastery

RZ

cherry tros

18–20

x

Temptation

Enza

tros fijn

65–70

x

Timotion

DRS

tros fijn

40

x

Tomawak

S&G

coeur de boeuf

180–220

x

Tomimaru Mucho

DRS

vleestomaat

x

DRK 568

Tourance

DRS

tros middel

120–140

x

Tovale

RZ

pruim (tros fijn)

30–40

x

Tricia

DRS

tros grof

140–150

x

Zouk

S&G

rond grof

170–180

x

72-389 RZ

RZ

rond (los)

100–110

x

Toelichting bij het Overzicht tomatenrassen met forfaitaire tarieven.

1

Beoordeling rassen en samenstelling lijst

De lijst is samengesteld op basis van de door producentenorganisaties voorgelegde aanvragen voor beoordeling van tomatenrassen. De rassen zijn beoordeeld voor zover voldoende informatie beschikbaar was. Rassen waarvan geen of onvoldoende gegevens beschikbaar waren zijn niet vermeld op de lijst.

Alle op de lijst opgenomen rassen zijn ingeschreven in het Nederlandse rassenregister of komen voor op de Lijst Autorisaties voor het in het verkeer brengen van rassen die nog niet officieel zijn toegelaten.

2

Indeling van rassen

De forfaits zijn bepaald op basis van de berekeningen door het LEI van de meeropbrengsten van de volgende typen tomaat: rond, vlees, tros, cocktail en cherry. Dit heeft geleid tot 3 forfaits: € 0,30 voor ronde en vleestomaten (losse tomaten), € 0,35 voor trostomaten en € 0,00 voor cocktailtomaten en cherrytomaten.

Voor een verdeling van de rassen over de 3 forfaits is dit nader gedefinieerd. Onder trostomaten vallen tros grof, tros middelgrof en tros fijn > 55 g (inclusief pruim tros). Onder cocktailtomaten vallen ook tros fijn < 55 g en minipruim al dan niet los geoogst. Losse pruimtomaten > 55 g vallen onder het forfait voor losse tomaten (€ 0,30).

Het forfait € 0,00 is van toepassing op hoogsalderende rassen (‘specialties’). In het algemeen zijn dit de typen cocktail, cherry, maar ook fijne tros, minitros, minipruim, Santatypen. Om hiervoor een duidelijk criterium te bepalen is uitgegaan van het vruchtgewicht. De grens is hierbij gelegd bij 55 g. Dit wordt o.a. ondersteund door omschrijvingen voor cocktailtomaten door enkele zaadbedrijven (RZ 25–55 g; Enza 30–50 g) en in artikelen van Groenten en Fruit en Proeftuinnieuws.

3

Indiening van aanvragen voor rassen, die nog niet in de lijst zijn opgenomen

De lijst kan door de minister uitgebreid worden met nog niet beoordeelde rassen. Producentenorganisaties kunnen hiervoor per email een verzoek indienen bij het Dienst Regelingen. Het verzoek dient onderbouwd te worden met een NAK rasbeschrijving of een rasbeschrijving van het zaadbedrijf, waaruit in ieder geval de naam van het ras (of de voorlopige aanduiding), het type tomaat en het vruchtgewicht blijken. Rassen die niet ingeschreven zijn in ‘het Nederlandse rassenregister of ‘de Lijst Autorisaties voor het in het verkeer brengen van rassen die nog niet officieel zijn toegelaten’ worden niet in aanmerking genomen.

Bijlage

V

Overzicht van de biologische of geïntegreerde gewasbescherming bedoeld artikel 266, tweede lid

Tabel 1: Toegelaten GNO’s op basis van microörganismen

Carpovirusine Plus

11819 N

1997

09-09-9999*

Cydia pomonella-granulosevirus

insecticide

appels en peren

BIO 1020

12589N

2004

30-04-2014

Metarhizium anisopliae

insecticide

aardbeien, houtiig kleinfruit, druiven

Boni Protect

13789 N

2012 (27-09)

01-09-2015

Aureobasidium pullulans stammen DSM 14940 en DSM 14941

fungicide

bewaarziekten in appels, vanaf 5 weken vóór de oogst, max. 3 x

BOTANIGARD WP

12612N

2004

30-04-2014

Beauveria bassiana

insecticide

glasteelten: aarbei, aubergine, courgette, komkommer, meloen, paprika

BOTANIGARD VLOEIBAAR

12611N

2004

30-04-2014

Beauveria bassiana

insecticide

Contans WG

12423 N

2003

31-12-2013

Coniothyrium minitans

Fungicide

grondbehandeling vs Sclerotina,

pennenbehandeling witlof, direct na het rooien

Cyd-X

13248 N

2009

01-10-2019

Cydia pomonella-granulosevirus

insecticide

appels en peren

Cyd-X Xtra

13329 N

11-05-2010

01-06-2020

Cydia pomonella-granulosevirus

insecticide

Delfin

10944 N

1991

09-09-9999*

Bacillus thuringiensis ssp. kurstaki

insecticide

appels en peren, diverse kool,

diverse vrucht-groenten onder glas

Madex

12202 N

2001

09-09-9999*

Cydia pomonella granulose virus

insecticide

appels en peren

Madex plus

13302 N

2010

01-04-2020

Cydia pomonella granulose virus

insecticide

Milbeknock

12364 N

2002

30-11-2015

Milbemectine

insecticide

aardbeien vs insecten en spint vollegrond en vermeerdering

Mycostop

11708 N

1996

09-09-9999*

Streptomyces griseoviridis

fungicide

vs bodemschimmels

Mycotal

10980 N

1992

30-04-2014

Verticillium lecanii

insecticide

vruchtgroenten onder glas

Naturalis-L

13857 N

2012 (02-11)

30-04-2020

Beauveria bassiana ATCC74040

insecticide

bedekte teelt van goenten vs kaswittevlieg en tabakswittevlieg

Prestop

13413 N

04-03-2011

15-04-2015

Gliocladium catenulatum stam J1446

fungicide

bedekte teelt van goenten en kruiden vs wortelziekten bedekte teelt van goenten en kruiden vs wortelziekten en botrytis

tomaat, komkommer, paprika vs botrytis

Prestop Mix

13414 N

04-03-2011

15-04-2015

Gliocladium catenulatum stam J1446

fungicide

bedekte teelt van goenten en kruiden vs wortelziekten

Pomonellix

13054 N

2008

09-09-9999*

Cydia pomonella-granulosevirus

insecticide

appels en peren

PreFeRal

12694N

2005

31-12-2015

Paecilomyces fumosoroseus

insecticide

tomaat en komkommer

Scutello

11420 N

1994

09-09-9999*

Bacillus thuringiensis ssp. kurstaki

insecticide

appels en peren, diverse kool, diverse vrucht-groenten onder glas

Scutello L

11695 N

1996

09-09-9999*

Bacillus thuringiensis ssp. kurstaki

insecticide

Tracer

12567 N

2004

01-05-2020

Spinosad

insecticide

bedekte teelt van:

– aardbeien

– sla, andijvie, rucola, tuinkers, veldsla

– vruchtgroenten

vollegrond: kool, prei m.u.v. opkweek

trayplaatbehandel

ing koolsoorten

Trianum-P

12699N

2005

30-04-2014

Trichoderma harzianum Rifai T-22

groeiregulator

aangietbehandeling

Trianum-G

12841 N

2006

30-04-2014

Trichoderma harzianum Rifai T-22

groeiregulator

mengen door het teeltmedium

Turex 50 WP

11702 N

1996

09-09-9999*

Bacillus thuringiensis ssp. aizawai

insecticide

brede toepassing

Xen Tari WG

12437 N

2003

30-04-2014

Bacillus thuringiensis ssp. aizawai

insecticide

brede toepassing

* De expiratiedatum 09-09-9999 betreft een ‘van rechtswege toelating’ waarvan de duur wordt bepaald door besluitvorming in de EU (artikel 122, lid 1 Wgb).

Tabel 2: Toegelaten GNO’s op basis van feromonen

Exomone

13309 N

05-03-2010

01-03-2020

Codlemon

insecticide (lokstof)

appels en peren feromoonverwarring

Isomate CLR

13415 N

04--03-2011

26-11-2019

Codlemon

insecticide (lokstof)

RAK 3

11815 N

1997

09-09-9999*

Codlemon

insecticide (lokstof)

appels en peren feromoonverwarring

RAK 3+4

12467 N

2003

01-08-2013

Codlemon en (Z)-11-tetradecenylacetaat

insecticide (lokstof)

RAK 4

12469 N

2003

01-08-2013

(Z)-11-tetradecenylacetaat

insecticide (lokstof)

* De expiratiedatum 09-09-9999 betreft een ‘van rechtswege toelating’ waarvan de duur wordt bepaald door besluitvorming in de EU (artikel 122, lid 1 Wgb).

Tabel 3: Toegelaten GNO’s op basis van plantextracten of planteigen-verbindingen

Spruzit vloeibaar

7229 N

1988

09-09-9999*

pyrethrinen/piperonylbutoxide

insecticide

groenten en kleinfruit

NeemAzal T/S

12455 N

2003

31-05-2015

azadirachtine

Insecticide

appel vs spint en larven van diverse insecten

* De expiratiedatum 09-09-9999 betreft een ‘van rechtswege toelating’ waarvan de duur wordt bepaald door besluitvorming in de EU (artikel 122, lid 1 Wgb).

Tabel 4: Toegelaten overige GNO’s

Armicarb

13856

2012 (02-11)

01-09-2019

kaliumbicarbonaat (kaliumwaterstofcarbonaat)

fungicide

appel vs schurft

Enzicur

12940 N

2007

01-07-2014

kalium jodide en kaliumthiocyanaat

fungicide

bedekte teelt van aardbei, tomaat, komkommer, aubergine en paprika

Escar-Go tegen slakken ferramol

12167N

2000

31-12-2015

ferri fosfaat

molluscicide

vs naaktslakken

Ferramol Ecostyle slakkenkorrels

12118 N

2000

31-12-2015

ferri fosfaat

molluscicide

Luxan spuitzwavel

4960 N

1969

09-09-9999*

zwavel

fungicide, acaricide

vs mijten:

peren, bramen

vs schimmels:

appels, peren, kersen, perziken, pruimen, aardbeien, bessen, druiven (vollegrond),

schorseneren

Kumulus S

6147 N

1973

09-09-9999*

zwavel

fungicide, acaricide

Karma

13854 N

2012 (02-11)

01-09-2019

kaliumbicarbonaat (kaliumwaterstofcarbonaat)

fungicide

appel vs schurft

NEU 1181 M

13318 N

2010

31-12-2015

ferri fosfaat

molluscicide

vs naaktslakken

Roxasect slakkenkorrels

12410 N

2003

31-12-2015

ferri fosfaat

molluscicide

vs wegslakken in sla (m.u.v. veldsla), andijvie.

diverse kool

Sluxx

13316 N

2010

31-12-2015

ferri fosfaat

molluscicide

vs naaktslakken

Smart Bayt

13107 N

2008

01-10-2018

ferri fosfaat

molluscicide

vs huisjesslakken, naaktslakken

Thiovit Jet

5395 N

1970

09-09-9999*

zwavel

fungicide, acaricide

vs mijten:

peren, bramen

vs schimmels:

appels, peren, kersen, perziken, pruimen, aardbeien, bessen, druiven (vollegrond), schorseneren

* De expiratiedatum 09-09-9999 betreft een ‘van rechtswege toelating’ waarvan de duur wordt bepaald door besluitvorming in de EU (artikel 122, lid 1 Wgb).

Toegelaten toepassingen

Plaatsing op deze lijst is onder voorbehoud van toegelaten toepassingen en de gebruiksvoorschriften. In de toegevoegde kolom zijn de belangrijkste toepassingen (belangrijkste gewassen of gewasgroepen) vermeld. Check voor individuele gewassen altijd de actuele gebruiksvoorschriften in de ‘Bestrijdingsmiddelen databank’ op www.ctgb.nl/toelatingen/Bestrijdingsmiddelendatabank.