Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 2 december 2013, nr. WJZ/13150516, houdende regels ten aanzien van de uitvoering van de gemeenschappelijke marktordening groenten en fruit (Regeling uitvoering GMO groenten en fruit)

Regeling uitvoering GMO groenten en fruit

De Staatssecretaris van Economische Zaken;
Gelet op artikelen 1 tot en met 3, 103 ter tot en met 103 octies, 122 tot en met 124, 125 bis, 125 ter, 125 quinquies en 193 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (PBEU L 299);
Gelet op artikelen 19 tot en met 35, 50 tot en met 90, 96 tot en met 110, 113 tot en met 115, 117 tot en met 127 en 143 tot en met 148 Verordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (PBEU L 157);

Besluit:

Deel

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    minister: Minister van Economische Zaken;

  • b.

    verordening 1308/2013: Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PBEU 2013, L 347);

  • c.

    verordening 543/2011: Verordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (PBEU 2011, L 157);

  • d.

    verordening 2100/94: Verordening (EG) nr. 2100/94 van de Raad van 27 juli 1994 inzake het communautaire kwekersrecht (PBEU 1994, L 227);

  • e.

    verordening 874/2009: Verordening (EG) nr. 874/2009 van de Commissie van 17 september 2009 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 2100/94 van de Raad wat betreft de procedures voor het Communautair Bureau voor plantenrassen (PBEU 2009, L 251);

  • f.

    verordening 834/2007: Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad van 28 juni 2007 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2092/91 (PBEU 2007, L 189);

  • g.

    verordening 889/2008: Verordening (EG) nr. 889/2008 van de Commissie van 5 september 2008 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten, wat de biologische productie, de etikettering en de controle betreft (PBEU 2008, L 250);

  • h.

    verordening 1857/2006: Verordening (EG) nr. 1857/2006 van de Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen die landbouwproducten produceren, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 70/2001 (PBEU 2006, L 358);

  • i.

    richtlijn 2000/29: Richtlijn 2000/29/EG van de Raad van 8 mei 2000 betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap van voor planten en voor plantaardige producten schadelijke organismen (PBEU 2000, L 169);

  • j.

    richtlijn 2002/63: Richtlijn 2002/63/EG van de Commissie van 11 juli 2002 houdende vaststelling van communautaire bemonsteringsmethoden voor de officiële controle op residuen van bestrijdingsmiddelen in en op producten van plantaardige en van dierlijke oorsprong en tot intrekking van Richtlijn 79/700/EEG (PBEU 2002, L 187);

  • k.

    operationeel programma: het programma, bedoeld in artikel 33 van verordening 1308/2013;

  • l.

    uitvoeringsjaar: een jaar van uitvoering van een operationeel programma;

  • m.

    tussentijdse wijziging: een wijziging van het operationeel programma in de loop van het jaar als bedoeld in artikel 66, eerste lid, van verordening 543/2011;

  • n.

    waarde afgezette productie: de waarde van de afgezette productie van een producentenorganisatie als bedoeld in artikel 50 van verordening 543/2011;

  • o.

    erkenningsaanvraag: een verzoek als bedoeld in artikel 154, eerste lid, van verordening 1308/2013;

  • p.

    erkenningsbesluit: een besluit van de minister op een verzoek als bedoeld in artikel 154, eerste lid, van verordening 1308/2013;

  • q.

    actiefonds: actiefonds als bedoeld in artikel 32 van verordening 1308/2013;

  • r.

    producentenorganisatie: door de minister erkende producentenorganisatie als bedoeld in artikel 152 van verordening 1308/2013;

  • s.

    unie van erkende producentenorganisaties: unie van erkende producentenorganisaties als bedoeld in artikel 156 van verordening 1308/2013;

  • t.

    subsidie: financiële steun van de Unie als bedoeld in artikel 34 van verordening 1308/2013;

  • u.

    steunaanvraag: een aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 69, eerste lid, van verordening 543/2011;

  • v.

    gedeeltelijke betaling: gedeeltelijke betaling als bedoeld in artikel 72 van verordening 543/2011;

  • w.

    voorschotaanvraag: aanvraag als bedoeld in artikel 71, eerste lid, van verordening 543/2011;

  • x.

    nationale strategie: nationale strategie als bedoeld in artikel 36, tweede lid, van verordening 1308/2013;

  • y.

    nationaal kader: nationaal kader als bedoeld in artikel 36, tweede lid, van verordening 1308/2013;

  • z.

    lid: een aangesloten producent als bedoeld in artikel 19, eerste lid, onder b) van Verordening (EG) nr. 543/2011;

  • aa.

    niet-producerend lid: een lid van een producentenorganisatie dat meer dan één teeltseizoen geen producten teelt waarvoor de producentenorganisatie is erkend;

  • bb.

    verkoper: natuurlijke of rechtspersoon die door een producentenorganisatie is belast met de verkoop van producten van de leden van de producentenorganisatie waarvoor de producentenorganisatie is erkend;

  • cc.

    areaalenquête: inventarisatie van een door een lid van de producentenorganisatie beteeld areaal en de door dit lid geteelde producten;

  • dd.

    aanvoerprognose: opgave door een lid van een producentenorganisatie van de hoeveelheid en aard van de producten die het lid in een door de producentenorganisatie te bepalen tijdvak bij de producentenorganisatie verwacht aan te voeren;

  • ee.

    project: een samenhangend geheel van activiteiten die subsidiabel zijn gesteld in deze regeling ter uitvoering van een strategisch doel dat door een producentenorganisatie wordt nagestreefd met haar operationeel programma;

  • ff.

    activiteit: een activiteit ter uitvoering van een project en een actie als bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel h, van verordening 543/2011;

  • gg.

    goederenlogistiek: het verzamelen, ophalen, sorteren, opslaan, verpakken, transporteren en distribueren van het product;

  • hh.

    forfaitair standaardtarief: een vast of maximaal bedrag per eenheid dat wordt gebruikt om de te declareren bedragen vast te stellen;

  • ii.

    accountant: een accountant die is ingeschreven in het accountantsregister, bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Wet op het Accountantsberoep;

  • jj.

    stadium af producentenorganisatie: het moment waarop er een verkooptransactie plaatsvindt door of namens de producentenorganisatie met een derde partij of een minder dan 90 procent dochteronderneming;

  • kk.

    denatureren: het ongeschikt maken voor menselijke consumptie.

  • ll.

    strategisch doel: een doelstelling als bedoeld in artikel 36, tweede lid, onderdeel c, van verordening 1308/2013 of een doel als bedoeld in artikel 59, onderdeel b, van verordening 543/2011, dat een producentenorganisatie nastreeft met haar operationeel programma;

  • mm.

    gekwantificeerd streefdoel: gekwantificeerd streefdoel als bedoeld in artikel 55, derde lid, van verordening 543/2011;

  • nn.

    meetbaar streefdoel: meetbaar streefdoel als bedoeld in artikel 59, onderdeel b, van verordening 543/2011;

  • oo.

    SWOT analyse: een bedrijfskundig model dat intern de sterktes en zwaktes en in de omgeving de kansen en bedreigingen analyseert.

Artikel

2

Deel

2

Erkenningen

Hoofdstuk

1

Erkenning van producentenorganisaties

Titel

1

Erkenningsvereisten

Afdeling

1

Rechtspersoonlijkheid

Artikel

3

De rechtspersoonlijkheid van een producentenorganisatie als bedoeld in artikel 154, eerste lid, van verordening 1308/2013 blijkt uit:

  • a.

    een in het handelsregister neergelegd authentiek afschrift van de oprichtingsakte van de producentenorganisatie, of

  • b.

    een in het handelsregister van de Kamer van Koophandel neergelegd authentiek afschrift van de statuten van de producentenorganisatie, en

  • c.

    een inschrijving bij het Handelsregister van de Kamer van Koophandel.

Afdeling

2

Lidmaatschap

Artikel

4

Van een producentenorganisatie kunnen lid zijn:

  • a.

    een natuurlijk persoon;

  • b.

    een rechtspersoon als bedoeld in artikel 2:3 Burgerlijk Wetboek of een rechtspersoon naar buitenlands recht, of

  • c.

    een in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel ingeschreven maatschap, vennootschap onder firma of commanditaire vennootschap.

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Een producentenorganisatie kan niet-producerende leden hebben, indien in de statuten van de producentenorganisatie wordt bepaald dat deze leden:

  • a.

    reeds aangesloten waren bij de producentenorganisatie vóór zij gedurende meer dan één productieseizoen geen producten meer teelden waarvoor de producentenorganisatie is erkend;

  • b.

    opgenomen worden in een afzonderlijke ledenadministratie, en

  • c.

    niet mogen deelnemen aan de stemming van de algemene vergadering over besluiten inzake het actiefonds van de producentenorganisatie.

Afdeling

3

Verplichtingen voor producentenorganisaties

Artikel

8

Artikel

9

Een afnemer van producten waarvoor de producentenorganisatie is erkend is ingevolge artikel 152, eerste lid, onderdeel c, onder ii, van verordening 1308/2013 geen lid van het bestuur of de Raad van Commissarissen van de producentenorganisatie.

Artikel

10

Producentenorganisaties verbieden hun leden op grond van artikel 152, eerste lid, onderdeel c, onder ii, van verordening 1308/2013 om activiteiten te ontplooien die het vermoeden doen ontstaan dat de verkoop van het product waarvoor zij bij de producentenorganisatie zijn aangesloten niet uitsluitend via de producentenorganisatie verloopt.

Artikel

11

Producentenorganisaties bepalen op grond van artikel 152, eerste lid, onderdeel c, onder ii, van verordening 1308/2013 op welke moment leden hun product aan de producentenorganisatie ter verkoop aanbieden.

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

15

Producentenorganisaties beschikken op grond van artikel 23, onderdeel a, van verordening 543/2011 tenminste over een deugdelijk en accuraat systeem van areaalenquêtes en aanvoerprognoses.

Artikel

16

Producentenorganisaties beschikken op grond van artikel 154, eerste lid, onderdeel c, van verordening 1308/2013 tenminste over een volledige beschrijving van de interne organisatie en van de administratieve en interne beheersing van:

  • a.

    de verkoop en prijsbepaling;

  • b.

    de goederenlogistiek;

  • c.

    de financiële administratie;

  • d.

    de beoordeling van investeringen en uitgaven waarvoor subsidie wordt aangevraagd;

  • e.

    het aannemen van nieuwe leden en het beëindigen van het lidmaatschap;

  • f.

    het vergaren van informatie van de leden en de verwerking van mutaties daarin, waaronder de controle op de juistheid van de ledenlijst;

  • g.

    de beoordeling van areaalenquêtes en aanvoerprognoses, waaronder de vergelijking met realisaties;

  • h.

    de controle op naleving van artikel 160 van verordening 1308/2013 door de leden waaronder het verlenen van toestemming als bedoeld in artikel 26 bis van verordening 543/2011;

  • i.

    het opleggen van sancties, en

  • j.

    het uitbesteden van activiteiten als bedoeld in artikel 155 van verordening 1308/2013.

Artikel

17

Artikel

18

Artikel

19

Artikel

20

Artikel

21

Afdeling

4

Eisen aan de statuten van producentenorganisaties

Artikel

22

Producentenorganisaties nemen in hun statuten op dat zij alle in artikel 152, eerste lid, onderdeel c, onder i, ii en iii, van verordening 1308/2013 genoemde doelstellingen nastreven en tonen aan dat zij uitvoering geven aan deze doelstellingen.

Artikel

23

Artikel

24

Titel

2

Aanvraag en verlening erkenning

Artikel

25

Een erkenning als bedoeld in artikel 154, eerste lid, van verordening 1308/2013 wordt verleend indien de aanvrager kan aantonen dat hij voldoet aan de op grond van de artikelen 152, 153, 154 en 155 van verordening 1308/2013 en titel 1 van deze afdeling gestelde eisen.

Artikel

26

Artikel

27

Indien de minister op grond van artikel 26, tweede lid, aanvullende bewijsstukken opvraagt wordt de in artikel 154, vierde lid, van verordening 1308/2013 bedoelde termijn opgeschort tot de op grond van artikel 26, tweede lid, verzochte aanvullende bewijsstukken door de producentenorganisatie aan de minister zijn overlegd.

Titel

3

Informatie -en rapportageverplichtingen

Artikel

28

De producentenorganisatie informeert de minister onverwijld over:

  • a.

    wijzigingen in hun statuten;

  • b.

    wijzigingen in hun organisatiestructuur, en

  • c.

    voornemens tot fusie of samenwerking.

Artikel

29

Hoofdstuk

2

Erkenning van unies van producentenorganisaties

Artikel

30

Artikel

31

De artikelen 6, 16, 17 en 24 zijn van overeenkomstige toepassing op unies van producentenorganisaties.

Artikel

32

Een erkenning als bedoeld in artikel 156 van verordening 1308/2013 wordt slechts verleend indien wordt voldaan aan de op grond van artikel 156 van verordening 1308/2013, hoofdstuk III, sectie 3, van verordening 543/2011 en de in artikelen 30 en 31 gestelde eisen.

Deel

3

Actiefonds

Hoofdstuk

1

Vaststellen van de waarde afgezette productie

Artikel

33

De referentieperiode voor het bepalen van de waarde van de afgezette productie, bedoeld in artikel 51, eerste lid, van verordening 543/2011, is het kalenderjaar twee jaar vóór het uitvoeringsjaar waarvoor de waarde afgezette productie wordt vastgesteld.

Artikel

34

Artikel

35

De waarde van de afgezette productie van leden die zijn toegetreden tot de producentenorganisatie gedurende de referentieperiode, bedoeld in artikel 33, wordt in aanmerking genomen voor de bepaling van de waarde afgezette productie van de producentenorganisatie vanaf de datum die door het bestuur van de producentenorganisatie in haar schriftelijke bevestiging als bedoeld in artikel 6, vierde lid, is aangewezen als de datum waarop het lidmaatschap in werking treedt.

Artikel

36

Artikel

37

Artikel

38

Artikel

39

De waarde van de afgezette productie die is gerealiseerd door verkoop van producten van leden die op 1 januari van het uitvoeringsjaar waarvoor de waarde van de afgezette productie wordt berekend en niet meer bij de producentenorganisatie zijn aangesloten, wordt aantoonbaar uit de waarde van de afgezette productie van de producentenorganisatie verwijderd voor het betreffende jaar.

Artikel

40

Hoofdstuk

2

Beheer van het actiefonds

Artikel

41

Artikel

42

Artikel

42a

Deel

4

Operationele programma’s

Hoofdstuk

1

Eisen aan operationale programma’s

Artikel

43

Artikel

44

Artikel

45

De beschrijving van de uitgangssituatie, bedoeld in artikel 59, onderdeel a, van verordening 543/2011 bevat een SWOT analyse waarin tenminste:

  • a.

    een beschrijving en onderbouwing is opgenomen van de sterke en zwakke punten van de producentenorganisatie, en

  • b.

    een beschrijving en onderbouwing is opgenomen van de kansen en bedreigingen voor de producentenorganisatie bij het realiseren van de visie, bedoeld in artikel 44, en de strategische doelen, bedoeld in artikel 43, van de producentenorganisatie.

Artikel

46

In de beschrijving van de doelen, bedoeld in artikel 59, onderdeel b, van verordening 543/2011, onderbouwt de producentenorganisatie aan de hand van de SWOT analyse, bedoeld in artikel 45, de keuze om de strategische doelen, bedoeld in artikel 43, wel of niet na te streven met het operationeel programma.

Artikel

47

Artikel

48

Een operationeel programma dat is ingediend in 2015 heeft, in afwijking van artikel 33, eerste lid, van verordening 1308/2013, een maximale looptijd van 3 jaar.

Artikel

50

Hoofdstuk

2

Indienen en wijzigingen operationeel programma

Artikel

51

Artikel

52

Artikel

53

Artikel

54

Hoofdstuk

3

Algemene voorschriften voor subsidiabele uitgaven

Titel

1

Algemeen

Artikel

55

Titel

2

Personeelskosten

Artikel

56

Onder personeelskosten als bedoeld in punt twee van bijlage IX van verordening 543/2011 worden verstaan:

  • a.

    de loonkosten voor personeel in dienst van:

    • de producentenorganisatie, of

    • een dochteronderneming die voor minimaal 90% eigendom is van de producentenorganisatie;

  • b.

    de kosten voor het inhuren van gedetacheerd personeel en uitzendkrachten ingehuurd door de in onderdeel a genoemde ondernemingen, en

  • c.

    de arbeidskosten van:

    • een lid, indien het lid een natuurlijk persoon is, of

    • de eigenaar of directeur van een lid, indien het lid een rechtspersoon is.

Artikel

57

Artikel

58

Artikel

59

Artikel

60

Artikel

61

Titel

3

Duurzame productiemiddelen

Afdeling

1

Algemeen

Artikel

62

Artikel

63

Duurzame productiemiddelen die zijn gefinancierd met behulp van steun uit het actiefonds zijn toegankelijk voor alle leden.

Artikel

64

Artikel

65

Artikel

66

Investeringen die voor 1 januari 2008 reeds in een operationeel programma waren opgenomen en ook na 1 januari 2008 nog in een operationeel programma zijn opgenomen, zijn voor het deel dat betrekking heeft op de periode voor 1 januari 2008 subsidiabel naar rato van het aandeel van de investering dat wordt gebruikt voor producten waarvoor de producentenorganisatie is erkend.

Artikel

67

Artikel

68

Artikel

69

Artikel

70

Artikel

71

Artikel

72

Artikel

73

Artikel

74

Artikel

75

Artikel

76

Artikel

77

Artikel

78

Artikel

79

Artikel

80

Artikel

81

Producentenorganisaties houden voor alle duurzame productiemiddelen die zijn opgenomen in een lopend operationeel programma, met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel, een actueel register bij.

Afdeling

2

Duurzame productiemiddelen voor maatregelen op het gebied van energiebesparing, verbetering van de waterkwaliteit, waterbesparing en mineralenbesparing

Artikel

82

Artikel

83

Artikel

84

Artikel

85

Titel

4

Overige kosten

Artikel

86

Artikel

87

Artikel

88

Artikel

89

Hoofdstuk

4

Subsidiabele activiteiten

Titel

1

Verduurzaming

Afdeling

1

Algemene bepalingen

Artikel

90

Uitgaven van de producentenorganisatie voor activiteiten ter realisatie van het strategisch doel, bedoeld in artikel 43, eerst lid, onderdeel a, en ter uitvoering van de maatregel, bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel g, onder vii, van verordening 543/2011, zijn subsidiabel, indien wordt voldaan aan:

Artikel

91

De minister kan subsidie voor in het operationeel programma opgenomen milieuacties aanpassen wanneer het relevante referentieniveau wijzigt.

Artikel

92

Artikel

93

Investeringen in duurzame productiemiddelen die op grond van deze afdeling subsidiabel zijn kunnen gedurende de bedrijfseconomische levensduur vervangen worden, indien er significante milieuvoordelen zijn.

Afdeling

2

Uitgaven ten behoeve van aankoop van vaste activa en andere vormen van verwerving van vaste activa

Artikel

94

Artikel

95

Artikel

96

Uitgaven voor hygiënesluizen en hygiënestations ter voorkoming van insleep van ziekten in kassen door medewerkers en bezoekers zijn subsidiabel indien de sluis de enige toegang vormt tot de te betreden ruimte onder quarantaine.

Artikel

97

Artikel

98

Artikel

99

Artikel

100

Artikel

101

Artikel

102

Artikel

103

Artikel

104

Artikel

105

Uitgaven voor investeringen in zelfpersende containers zijn subsidiabel.

Artikel

106

Artikel

107

Afdeling

3

Uitgaven voor behoeve overige activiteiten ten behoeve van biologische productie

Artikel

108

Ter uitvoering van artikel 58, vierde lid, van verordening 543/2011 kunnen in uitzonderlijke gevallen de werkelijke kosten van milieuacties, anders dan de verwerving van vaste activa, subsidiabel worden gesteld indien de producentenorganisatie in haar operationeel programma onderbouwt dat dit, gezien de hoogte van de werkelijk uit de milieuactie voortvloeiende kosten, nodig is om rekening te houden met de specifieke omstandigheden van de milieuactie.

Artikel

109

Artikel

110

Artikel

111

Afdeling

4

Uitgaven voor overige activiteiten ten behoeve van geïntegreerde productie

Artikel

112

Ter uitvoering artikel 58, vierde lid, van verordening 543/2011 kunnen in uitzonderlijke gevallen de werkelijke kosten van milieuacties, anders dan de verwerving van vaste activa, subsidiabel worden gesteld indien de producentenorganisatie in haar operationeel programma onderbouwt dat het, gezien de hoogte van de werkelijk uit de milieuactie voortvloeiende kosten, nodig is om rekening te houden met de specifieke omstandigheden van de milieuactie.

Artikel

113

Artikel

114

Artikel

115

Artikel

116

Uitgaven voor middelen voor biologische of geïntegreerde gewasbescherming en het voorkomen van ziekten en plagen zijn subsidiabel indien het uitgaven betreft voor:

Artikel

117

Artikel

118

Artikel

119

Uitgaven voor materialen, monitoring en begeleiding van biologische grondontsmetting zijn voor 50% subsidiabel.

Afdeling

5

Uitgaven voor activiteiten om afvalproductie te verminderen en afvalbeheer te verbeteren

Artikel

120

Ter uitvoering van artikel 58, vierde lid, van verordening 543/2011 kunnen in uitzonderlijke gevallen de werkelijke kosten van milieuacties, anders dan de verwerving van vaste activa, subsidiabel worden gesteld indien de producentenorganisatie in haar operationeel programma onderbouwt dat het, gezien de hoogte van de werkelijk uit de milieuactie voortvloeiende kosten, nodig is om rekening te houden met de specifieke omstandigheden van de milieuactie.

Artikel

121

Artikel

122

Afdeling

6

Uitgaven voor overige activiteiten

Artikel

123

Titel

2

Marktgericht produceren

Afdeling

1

Activiteiten gericht op productieplanning

Artikel

124

Uitgaven van de producentenorganisatie voor activiteiten ter realisatie van het strategisch doel marktgericht produceren, bedoeld in artikel 43, eerste lid, onderdeel b, en ter uitvoering van de maatregel, bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel g, onder i, van verordening 543/2011, zijn subsidiabel, indien wordt voldaan aan:

Paragraaf

1

Duurzame productiemiddelen

Artikel

125

Paragraaf

2

Uitgaven voor overige kosten

Artikel

126

Indien dit noodzakelijk is voor het functioneren van de belichtingsinstallatie, bedoeld in artikel 125, eerste lid, zijn uitgaven van de producentenorganisatie voor de aansluiting van een extern trafostation van het energiebedrijf of de verzwaring van de netkoppeling op de warmte-krachtkoppelingsinstallatie subsidiabel.

Afdeling

2

Activiteiten gericht op verbetering of handhaving van productkwaliteit

Artikel

127

Uitgaven van de producentenorganisatie voor activiteiten ter realisatie van het strategisch doel marktgericht produceren, bedoeld in artikel 43, eerste lid, onderdeel b, en ter uitvoering van de maatregel, bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel g, onder ii, van verordening 543/2011, zijn subsidiabel, indien wordt voldaan aan:

Paragraaf

1

Uitgaven voor duurzame productiemiddelen

Artikel

128

Artikel

129

Paragraaf

2

Uitgaven voor overige kosten

Artikel

130

Artikel

131

Afdeling

3

Activiteiten gericht op afzetverbetering

Artikel

132

Uitgaven van de producentenorganisatie voor activiteiten ter realisatie van het strategisch doel marktgericht produceren, bedoeld in artikel 43, eerste lid, onderdeel b, en ter uitvoering van de maatregel, bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel g, onder iii, van verordening 543/2011, zijn subsidiabel, indien wordt voldaan aan:

Paragraaf

1

Duurzame productiemiddelen

Artikel

133

Artikel

134

Artikel

135

Artikel

136

Artikel

137

Artikel

138

Artikel

139

Paragraaf

2

Overige kosten/activiteiten

Artikel

140

Artikel

141

Artikel

142

Artikel

143

Artikel

144

Artikel

145

Artikel

146

Artikel

147

Artikel

148

Artikel

149

Titel

3

Versterking afzetstructuur

Afdeling

1

Activiteiten gericht op productieplanning

Artikel

150

Uitgaven van de producentenorganisatie voor activiteiten ter realisatie van het doel versterking afzetstructuur, bedoeld in artikel 43, tweede lid, en ter uitvoering van de maatregel, bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel g, onder i, van verordening 543/2011, zijn subsidiabel, indien wordt voldaan aan:

Paragraaf

1

Uitgaven voor duurzame productiemiddelen

Artikel

151

Artikel

152

Artikel

153

Artikel

154

Artikel

155

Paragraaf

2

Uitgaven voor overige activiteiten

Artikel

156

Artikel

157

Uitgaven voor jaarlijkse licenties voor aanvoermodules voor systemen voor aanvoerprognoses en areaalenquêtes als bedoeld in artikel 152 zijn voor maximaal 50% subsidiabel.

Artikel

158

Afdeling

2

Activiteiten gericht op afzetverbetering

Artikel

159

Uitgaven van de producentenorganisatie voor activiteiten ter realisatie van het doel versterking afzetstructuur, bedoeld in artikel 43, tweede lid, en ter uitvoering van de maatregel, bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel g, onder iii, van verordening 543/2011, zijn subsidiabel, indien wordt voldaan aan:

Paragraaf

1

Uitgaven voor duurzame productiemiddelen

Artikel

160

Artikel

161

Artikel

162

Artikel

163

Artikel

164

Paragraaf

2

Uitgaven voor overige activiteiten

Artikel

165

Uitgaven van producentenorganisaties voor de van ICT systemen voor markt en afzet, bedoeld in artikel 160, eerste lid, zijn subsidiabel indien het gaat om de kosten van de benodigde aanpassingen van het systeem en de interface, inclusief de benodigde aanpassingen ten behoeve van de werking van de interface, met:

  • a.

    een aanvoerregistratiesysteem;

  • b.

    een verkoopsysteem;

  • c.

    een verladingssysteem;

  • d.

    een orderregistratiesysteem, of

  • e.

    een facturatiesyteem

Artikel

166

Artikel

167

Afdeling

3

Onderzoeksactiviteiten en activiteiten gericht op experimentele productie

Artikel

168

Uitgaven van de producentenorganisatie voor activiteiten ter realisatie van het doel versterking afzetstructuur, bedoeld in artikel 43, tweede lid, en ter uitvoering van de maatregel, bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel g, onder iv, van verordening 543/2011, zijn subsidiabel, indien wordt voldaan aan:

Paragraaf

1

Uitgaven voor overige activiteiten

Artikel

169

Uitgaven van de producentenorganisatie voor activiteiten ten behoeve van versterking van de interne structuur van de producentenorganisatie door professionalisering van de producentenorganisatie richting de markt zijn subsidiabel, indien het gaat om de kosten voor:

  • a.

    onderzoek naar activiteiten van de producentenorganisatie op het gebied van:

    • afzet;

    • logistiek;

    • kwaliteit;

    • milieubescherming, en

    • teelttechnisch onderzoek.

  • b.

    experimentele productie.

Afdeling

4

Opleidingsactiviteiten en activiteiten ter bevordering van toegang tot adviesdiensten

Artikel

170

Uitgaven van de producentenorganisatie voor activiteiten ter realisatie van het doel versterking afzetstructuur, bedoeld in artikel 43, tweede lid, en ter uitvoering van de maatregel, bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel g, onder v, van verordening 543/2011, zijn subsidiabel, indien wordt voldaan aan:

Artikel

171

Paragraaf

1

Uitgaven voor overige activiteiten

Artikel

172

Artikel

173

Artikel

174

Artikel

175

Bij de indiening van de steunaanvraag verstrekt de producentenorganisatie in geval van de uitgaven voor advies en begeleiding ten behoeve van de teelttechniek, bedoeld in artikel 173, eerste lid, onderdeel e, per lid per gewas, met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel, aan de minister:

  • a.

    de naam en het aanvoernummer of lidnummer;

  • b.

    de naam van de voorlichter;

  • c.

    het soort gewas;

  • d.

    het areaal;

  • e.

    conform de overeenkomst tussen producentenorganisatie en voorlichter:

    • het aantal bezoeken;

    • de gemiddelde duur per bezoek in uren, en

    • het totaalbedrag per lid;

  • f.

    het extra aantal bezoeken;

  • g.

    het totaalbedrag van de extra in rekening gebrachte kosten;

  • h.

    het subsidiabele percentage.

Artikel

176

Uitgaven van de producentenorganisatie voor advies en begeleiding ten behoeve van de teelt in geval van biologische productie zijn subsidiabel indien:

  • a.

    het gaat om:

    • biologische teelt;

    • bodemvruchtbaarheid;

    • biologische bemesting;

    • compostering;

    • vruchtwisseling;

    • rassenkeuze;

    • biologische bestrijding en biologisch evenwicht, of

    • biologische teelttechniek;

  • b.

    voldaan is aan de bepalingen opgenomen in verordening 834/2007, en verordening 889/2008, en

  • c.

    deelnemende leden van de producentenorganisatie beschikken over een geldig Skal certificaat of een bevestiging van Stichting Skal dat het bedrijf van het lid in omschakeling is naar biologische productie.

Artikel

177

Artikel

178

Afdeling

5

Activiteiten gericht op crisispreventie en crisisbeheer

Paragraaf

1

Algemene bepalingen inzake crisispreventie maatregelen

Artikel

179

Uitgaven van de producentenorganisatie voor activiteiten ter realisatie van het doel versterking afzetstructuur, bedoeld in artikel 43, tweede lid, en ter uitvoering van de maatregel, bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel g, onder vi, van verordening 543/2011, zijn subsidiabel, indien wordt voldaan aan:

Artikel

180

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  • a.

    incidentele crisis: een crisis veroorzaakt door een aanwijsbaar incident dat een belangrijke invloed heeft op de prijsvorming gedurende een kortere periode en

  • b.

    structurele crisis: een crisis met een langdurige periode van lage prijzen, die onder de kostprijs liggen.

Artikel

181

Paragraaf

2

Uitgaven ten behoeve van afzetbevorderings- en communicatieactiviteiten

Artikel

182

Artikel

183

Paragraaf

3

Uitgaven ten behoeve van het uit de markt nemen van producten

Artikel

184

Artikel

185

Artikel

186

De minister stelt de door de lidstaten vast te stellen maximale steunbedragen, bedoeld in artikel 79, eerste lid, van verordening 543/2011 vast.

Artikel

187

Artikel

188

Artikel

189

Uit de bewijsstukken bedoeld in artikel 81, tweede lid, van verordening 543/2011 blijkt:

  • a.

    vanaf welk adres de uit de markt genomen producten bestemd voor gratis uitreiking vervoerd zijn;

  • b.

    het adres waar de uit de markt genomen goederen bestemd voor gratis uitreiking zijn afgeleverd aan een voedselbank als bedoeld in artikel 187, eerste lid, en

  • c.

    het aantal afgelegde kilometers.

Paragraaf

4

Uitgaven ten behoeve van het groen oogsten of niet oogsten van groenten en fruit

Artikel

190

Artikel

191

De minister stelt de voor groen oogsten en niet oogsten te betalen vergoedingen, vast op grond van artikel 85, vierde lid, onderdeel b, van verordening 543/2011.

Artikel

192

Artikel

193

Voor producten waarvan de normale oogst reeds begonnen is maar die een langere oogstperiode dan een maand hebben wordt de resterende oogstcapaciteit door de producentenorganisatie ten genoegen van de minister bepaald aan de hand van:

  • a.

    afleverbonnen van de planten;

  • b.

    de normale productiecyclus van een gewas, en

  • c.

    de oorspronkelijk geplande ruimdatum.

Artikel

194

Paragraaf

5

Uitgaven ten behoeve van oogstverzekering

Artikel

195

Afdeling

6

Andere activiteiten

Artikel

196

Uitgaven van de producentenorganisatie voor activiteiten ter realisatie van het doel versterking afzetstructuur, bedoeld in artikel 43, tweede lid, en ter uitvoering van de maatregel, bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel g, onder viii, van verordening 543/2011, zijn subsidiabel, indien wordt voldaan aan:

Paragraaf

1

Uitgaven voor andere activiteiten

Artikel

197

Uitgaven van de producentenorganisatie voor activiteiten ten behoeve van versterking van de interne structuur van de producentenorganisatie door fusies en overnames zijn subsidiabel, indien het gaat om:

  • a.

    de juridische kosten en administratiekosten, en

  • b.

    de kosten van haalbaarheidsstudies.

Artikel

198

Artikel

199

Vervallen

Artikel

200

Vervallen

Artikel

201

Vervallen

Artikel

202

Vervallen

Artikel

203

Vervallen

Artikel

204

Vervallen

Artikel

205

Vervallen

Artikel

206

Vervallen

Artikel

207

Vervallen

Artikel

208

Vervallen

Artikel

209

Vervallen

Artikel

210

Vervallen

Artikel

211

Vervallen

Artikel

212

Vervallen

Artikel

213

Vervallen

Artikel

214

Vervallen

Artikel

215

Vervallen

Artikel

216

Vervallen

Artikel

217

Vervallen

Artikel

218

Vervallen

Artikel

219

Vervallen

Artikel

220

Vervallen

Artikel

221

Vervallen

Artikel

222

Vervallen

Artikel

223

Vervallen

Artikel

224

Vervallen

Artikel

225

Vervallen

Artikel

226

Vervallen

Artikel

227

Vervallen

Artikel

228

Vervallen

Artikel

229

Vervallen

Artikel

230

Vervallen

Artikel

231

Vervallen

Artikel

232

Vervallen

Artikel

233

Vervallen

Artikel

234

Vervallen

Artikel

235

Vervallen

Artikel

236

Vervallen

Artikel

237

Vervallen

Artikel

238

Vervallen

Artikel

239

Vervallen

Artikel

240

Vervallen

Artikel

241

Vervallen

Artikel

242

Vervallen

Artikel

243

Vervallen

Artikel

244

Vervallen

Artikel

245

Vervallen

Artikel

246

Vervallen

Artikel

247

Vervallen

Artikel

248

Vervallen

Artikel

249

Vervallen

Artikel

250

Vervallen

Artikel

251

Vervallen

Artikel

252

Vervallen

Artikel

253

Vervallen

Artikel

254

Vervallen

Artikel

255

Vervallen

Artikel

256

Vervallen

Artikel

257

Vervallen

Artikel

258

Vervallen

Artikel

259

Vervallen

Artikel

260

Vervallen

Artikel

261

Vervallen

Artikel

262

Vervallen

Artikel

263

Vervallen

Artikel

264

Vervallen

Artikel

265

Vervallen

Artikel

266

Vervallen

Artikel

267

Vervallen

Artikel

268

Vervallen

Artikel

269

Vervallen

Artikel

270

Vervallen

Artikel

271

Vervallen

Artikel

272

Vervallen

Artikel

273

Vervallen

Artikel

274

Vervallen

Artikel

275

Vervallen

Artikel

276

Vervallen

Artikel

277

Vervallen

Artikel

278

Vervallen

Artikel

279

Vervallen

Artikel

280

Vervallen

Artikel

281

Vervallen

Artikel

282

Vervallen

Artikel

283

Vervallen

Artikel

284

Vervallen

Artikel

285

Vervallen

Artikel

286

Vervallen

Artikel

287

Vervallen

Artikel

288

Vervallen

Deel

5

Steunaanvraag, voorschotten en gedeeltelijke betalingen

Artikel

289

Artikel

289a

Artikel

290

Artikel

291

Artikel

292

Producentenorganisaties overleggen ter uitvoering van artikel 106, eerste lid, van verordening 543/2011 jaarlijks tegelijk met de indiening van de steunaanvraag:

  • a.

    een digitale ledenlijst per 1 januari van het jaar volgend op het jaar waarop de steunaanvraag betrekking heeft met gebruikmaking van een door de minister vastgesteld formulier;

  • b.

    een overzicht van de leden die gedurende het jaar waarop de steunaanvraag betrekking heeft zijn uitgetreden, onder vermelding van de datum van uittreding, met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld model, en

  • c.

    een parafenlijst van tekeningbevoegde personen binnen de producentenorganisatie.

Artikel

293

Artikel

294

Artikel

295

Artikel

295a

Indien een producentenorganisatie werkt met een administratie van dertien perioden wordt, voor de toepassing van de artikelen 293, 294 en 295, onder kwartaal verstaan één keer een tijdvak van vier perioden en drie keer een tijdvak van drie perioden.

Artikel

296

Deel

6

Rapportageverplichtingen

Artikel

297

Artikel

298

Producentenorganisaties overleggen uiterlijk op 15 februari van het jaar dat volgt op het laatste jaar van uitvoering van het operationeel programma, het eindverslag, bedoeld in artikel 96, vierde lid, van verordening 543/2011, aan de minister.

Artikel

299

Ter uitvoering van artikel 97, onderdeel b, van verordening 543/2011 overleggen producentenorganisaties jaarlijks, uiterlijk op 25 oktober, aan de minister de informatie, bedoeld in bijlage XIV van verordening 543/2011, met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel.

Artikel

300

Deel

7

Sancties

Artikel

302

Artikel

303

Artikel

304

Artikel

305

Artikel

306

Artikel

307

Artikel

308

Indien een aanvraag op grond van de artikelen 65, eerste lid, 66, eerste lid, 69, eerste lid, 71, eerste lid, of 72, eerste lid, van verordening 543/2011 onvolledig is en niet binnen een redelijke termijn wordt aangevuld, wordt de aan de desbetreffende aanvraag gerelateerde subsidie, behoudens overmacht, met 5 procent verlaagd.

Artikel

309

Indien uit een onderzoek als bedoeld in artikel 115, tweede lid, van verordening 543/2011 blijkt dat sprake is van fraude, worden de kosten van dit onderzoek ten laste van de producentenorganisaties gebracht.

Artikel

310

Bij samenloop van diverse subsidieverlagende factoren als bedoeld in de artikelen 302 tot en met 304 en 306 tot en met 308 bedraagt de totale subsidieverlaging, indien er geen sprake is van opzet of grove nalatigheid, niet meer dan 50 procent.

Deel

8

Slotbepalingen

Artikel

311

Archiefbescheiden van Productschap Tuinbouw betreffende zaken die op basis van deze regeling worden behartigd door de minister, worden overgedragen aan de minister, voor zover zij niet overeenkomstig de Archiefwet 1995 zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats.

Artikel

312

Artikel

312a

Artikel

313

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2014.

Artikel

314

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling uitvoering GMO groenten en fruit.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage
De Staatssecretaris van Economische Zaken,S.A.M.Dijksma

Bijlage

I

Niet limitatieve lijst van niet subsidiabele uitgaven en investeringen

  • 1.

    investeringen in kassen en tunnels;

  • 2.

    investeringen in substraat;

  • 3.

    investeringen in teeltgoten, teeltbakken en teeltstellingen;

  • 4.

    investeringen in dekwassers;

  • 5.

    investeringen in diamantglas;

  • 6.

    investeringen in verduisteringsschermen en zonwerende materialen;

  • 7.

    investeringen in vervroegingsdoek inclusief vliesdoek ter wering van insecten;

  • 8.

    investeringen in waterbassins;

  • 9.

    investeringen in uv-ontsmetting en drainwaterontsmetting ten behoeve van de recirculatie van water in de pré-oogstfase;

  • 10.

    investeringen in oogstmachines;

  • 11.

    investeringen in klimaatcomputers, meet- en regelapparatuur, tenzij deze op grond van andere punten specifiek subsidiabel zijn verklaard;

  • 12.

    investeringen in vernevelingsinstallaties; tenzij deze op grond van andere punten specifiek subsidiabel zijn verklaard; beregeningsinstallaties

  • 13.

    investeringen in watergoten;

  • 14.

    investeringen in verwarmingsbuizen, warmwaterslangen en leidingwerk (tenzij deze op grond van andere punten specifiek subsidiabel zijn verklaard);

  • 15.

    investeringen in bladzuigers;

  • 16.

    uitgaven voor water- en bodem- en bladanalyses voor bepaling hoeveelheid N en P;

  • 17.

    uitgaven voor verpakkingsmateriaal en werkzaamheden ten behoeve van het verpakken en marktklaarmaken van producten;

  • 18.

    investeringen in (magazijn) stellingen;

  • 19.

    investeringen in spuitleidingen;

  • 20.

    investeringen in biobranders;

  • 21.

    investeringen in elektrische hef- en pallettrucks;

  • 22.

    investeringen in palletkantelaars;

  • 23.

    uitgaven voor afdichtingsmateriaal ten behoeve van champignoncellen;

  • 24.

    uitgaven voor looftrekdoeken;

  • 25.

    uitgaven voor stomen van materialen in de kas;

  • 26.

    uitgaven voor messen ter voorkoming van verspreiding van virussen.

Bijlage

II

Subsidiabele en niet-subsidiabele ruimte

Deel

1

Subsidiabele ruimte

  • 1.

    inpandige deel van een dock, waarbij

    • a.

      de oppervlakte van het dock wordt niet meegerekend in de berekening van de subsidiabele oppervlakte, en

    • b.

      bij berekening van de oppervlakte voor de aankoop van de grond voor een dock wordt uitgegaan van een oppervlakte van 200 m2;

  • 2.

    dozenopzetruimte;

  • 3.

    fustopslag of fustloods;

  • 4.

    goederenlift van en naar ruimtes waar subsidiabele activiteiten plaatsvinden;

  • 5.

    jassenstraat;

  • 6.

    kantine en lunchruimte, indien

    • a.

      het personeel geen alternatief op de locatie kan worden geboden;

    • b.

      dergelijke ruimten in het kader van maatregelen voor hygiëne en voedselveiligheid noodzakelijk zijn, en

    • c.

      de producentenorganisatie voor deze ruimte beschikt over:

      • een HACCP certificaat;

      • een BRC certificaat;

      • een IFS certifcaat, of

      • een certificaat van een gelijkwaardig kwaliteitszorgsysteem;

  • 7.

    keuken, indien

    • a.

      deze ruimte in het kader van maatregelen voor hygiëne en voedselveiligheid noodzakelijk is, en

    • b.

      de producentenorganisatie voor deze ruimte beschikt over:

      • een HACCP certificaat;

      • een BRC certificaat;

      • een IFS certifcaat, of

      • een certificaat van een gelijkwaardig kwaliteitszorgsysteem;

  • 8.

    keurruimte en keurmeesterskantoor voor product waarvoor de producentenorganisatie erkend is;

  • 9.

    koelcellen en ruimte voor de koelinstallatie;

  • 10.

    kratten- of fustwasserij;

  • 11.

    laad- of loodskantoor;

  • 12.

    label- en stickerruimte;

  • 13.

    luchtbrug, entresol, galerij of balustrade;

  • 14.

    machinekamer of CV-ruimte, indien daar subsidiabele machines worden geplaatst;

  • 15.

    noodstroomaggregaat;

  • 16.

    noodtrap of vluchttrappenhuis van en naar ruimtes waar subsidiabele activiteiten plaatsvinden;

  • 17.

    opslagruimte voor verpakkingsmateriaal;

  • 18.

    ruimte voor bewaarproeven of shelve life room;

  • 19.

    sanitair, wasgelegenheden, kleedruimten, toiletten, indien

    • a.

      deze ruimten in het kader van maatregelen voor hygiëne en voedselveiligheid noodzakelijk zijn;

    • b.

      deze ruimten bestemd zijn voor personeel dat werkzaam is in het sorteer- en verpakproces en zo gelegen zijn dat aannemelijk is dit personeel hier gebruik van maakt, en

    • c.

      de producentenorganisatie voor deze ruimte beschikt over:

      • een HACCP certificaat;

      • een BRC certificaat;

      • een IFS certifcaat, of

      • een certificaat van een gelijkwaardig kwaliteitszorgsysteem;

  • 20.

    traforuimte;

  • 21.

    verladings- of expeditieruimte, of

  • 22.

    verpak- en sorteerruimte.

Deel

2

Niet subsidiabele ruimte

  • 2.1

    Inpandig

    • 1.

      archiefruimte;

    • 2.

      berging, werkkasten en schoonmaakkasten;

    • 3.

      ruimten voor bedrijfshulpverlening of eerste hulp verlening;

    • 4.

      chauffeursruimte;

    • 5.

      dealingroom of afmijnzaal;

    • 6.

      excursiebordes;

    • 7.

      gang of hal;

    • 8.

      kantoor;

    • 9.

      kledingwasserij;

    • 10.

      ontspanningsruimte;

    • 11.

      ontvangsthal, entree of receptie;

    • 12.

      ruimte voor P&O-faciliteiten;

    • 13.

      ruimte voor paspoortcontrole;

    • 14.

      presentatieruimte, projectieruimte of exclusieve ruimte;

    • 15.

      rookruimte en afgescheiden kantine voor rokers;

    • 16.

      serverruimte;

    • 17.

      spreekkamer;

    • 18.

      ruimte voor technische dienst of technische ruimte;

    • 19.

      terras of patio, of

    • 20.

      vergaderruimte of overlegruimte.

  • 2.2

    Buiten

    • 1.

      terreinverharding;

    • 2.

      groenvoorziening, inclusief groen- en grindstroken rondom gebouwen;

    • 3.

      ontsluiting op de openbare weg;

    • 4.

      parkeerterrein of Parkeergarage, of

    • 5.

      fietsenstalling.

  • 2.3

    Overig

    • 1.

      verhuurde ruimtes;

    • 2.

      ruimtes die niet in eigendom zijn van de producentenorganisatie, of

    • 3.

      overige opslagruimten.

Bijlage

III

Subsidiabele en niet-subsidiabele elementen bij nieuwbouw en volledige verbouwing (inclusief koelhuizen)

1.0

1.1

1.2

1.3

1.4

1.5

1.6

1.7

Voorbereidingen en overdracht

grondonderzoek

bodemonderzoek

sondering

architect/teken- en constructiewerk (staal- en fundering)

bouwkundig advies/deskundigenkosten

projectmanagement/bouwbegeleiding/toezicht

notariële kosten

1.0

1.1

1.2

1.3

1.4

1.5

1.6

Voorbereidingen en overdracht

bouwaanvragen (bij gemeente)

milieuaanvragen (bij gemeente)

Construction all risk verzekering

rentekosten

bankgaranties

leges, kadastrale tarieven

2.0

2.1

2.2

2.3

2.4

2.5

2.6

2.7

2.8

2.9

Bouwplaatsvoorzieningen

loodsen en keten

beschikbaarstelling personeel

schoonmaak en preventief onderhoud

inrichting werkterrein

tijdelijke terreinverharding

(peil) uitzetten of maatvoering

bouwstroom en -water

tijdelijke elektriciteitsvoorzieningen

overige tijdelijke voorzieningen bij de bouw

2.0

2.1

2.2

2.3.

Bouwplaatsvoorzieningen

afsluitingen

reclame voor de aannemer

vuilafvoer

3.0

3.1

3.2

3.3

3.4

Grondwerk – bouwrijp maken

ontgraven van de grond

verwerken van grond en grondvervangende materialen

verdichten van grond

aanvulwerkzaamheden

3.0

3.1

3.2

3.3.

Grondwerk – bouwrijp maken

sloopwerkzaamheden (onder meer hak, breek en graafwerk van betonresten/asfalt/bestaande bebouwing)

rooiwerkzaamheden

demontagekosten, tenzij de onderdelen voor de betreffende investering worden hergebruikt

5.0

5.1

5.2

5.3

Terreinverharding (inpandig)

beton- of asfaltverharding

verhardingslagen van steenmengsel

geleidingscontructies

vloercoating

5.0

5.0

5.1

5.2

5.3

5.4

Terreinverharding (in- en uitpandig)

niet subsidiabele voorzieningen zoals

parkeerplaatsen en (openbare) weg

bewegwijzering

stoplichten

belijning

6.0

Funderingspalen

7.0

Betonwerk

8.0

Metselwerk

9.0

Vooraf vervaardigde steenachtige elementen

10.0

Metaalconstructiewerk

11.0

Kozijnen, ramen en deuren

12.0

Systeembekleding

13.0

13.1

13.2

Trappen en balustrade

vaste trappen naar subsidiabele ruimtes

balustraden

13.0

13.1

Trappen en balustrade

naar niet subsidiabele ruimtes, bijvoorbeeld kantoren

14.0

Beglazing

15.0

Stukadoorswerk

16.0

Tegelwerk

17.0

Dekvloeren en vloersystemen

18.0

Metaal- en kunststofwerk

19.0

Plafond- en wandsystemen

20.0

Afbouwtimmerwerk

21.0

Schilderwerk

22.0

Dakgoten en hemelwaterafvoeren

23.0

Binnenriolering

24.0

Waterinstallaties

25.0

25.1

25.2

Binneninrichting

keukenblok met blad, spoelbak en mengkraan

banken, kapstokken, lockers voor kleedkamer

25.0

25.1

25.2

25.3

25.4

25.5

Binneninrichting

kasten

werk- en buffetbladen

stelposten

geluidsinstallatie/telefoon e.d.

entree, receptie, ontvangstruimte (incl. sanitair)

26.0

Behangwerk, vloerdekking en stoffering

26.0

26.1

26.2

26.3

Behangwerk, vloerdekking en stoffering

behang

vloerbedekking

stoffering

27.0

27.1

27.2

27.3

27.4

27.5

Sanitair

douchecombinaties

closet- en urinoircombinaties

wastafel- en wastrogcombinaties

kranen en kraanafvoercombinaties

wateraanvoer

27.0

27.1

Sanitair

toebehoren sanitair

28.0

28.1

28.2

28.3

Brandbestrijdingsinstallaties

Brandblustoestellen/bluswatervoorziening

sprinklerinstallatie

brandwand of gordijn

29.0

29.1

29.2

29.3

29.4

Brand, toegang- en inbraakbeveiliging

brand- toegangs- en inbraaksysteem

toegangcontrole-installatie

camera observatiesysteem

codesloten

29.0

29.1

Brand, toegang- en inbraakbeveiliging

aansluiting meldkamer/bewakingsdienst

30.0

Verwarmingsinstallaties

31.0

Ventilatie- en luchtbehandelingsinstallaties

32.0

Koeling

Bijlage

IV

Overzicht rassen met forfaitaire tarieven voor het enten van tomaten bedoeld in artikel 264, tweede lid

Vervallen

Bijlage

V

Overzicht van de biologische of geïntegreerde gewasbescherming bedoeld artikel 266, tweede lid

Vervallen