Wet van 25 november 2013, houdende regels omtrent de Kamer van Koophandel (Wet op de Kamer van Koophandel)

Wet op de Kamer van Koophandel

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is te komen tot één Kamer van Koophandel en in verband daarmee nieuwe regels te stellen omtrent bestuur, taken en financiering daarvan;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk

1

Algemeen

Artikel

1

Hoofdstuk

2

Instelling en indeling van de Kamer

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Hoofdstuk

3

Samenstelling van de Kamer

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

De leden van de Kamer worden benoemd voor een periode van vier jaren. Zij kunnen ten hoogste tweemaal worden herbenoemd.

Hoofdstuk

4

Centrale Raad en regionale raden

§

1

Centrale Raad

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Onze Minister stelt de schadeloosstelling van de leden van de Centrale Raad vast.

Artikel

12

§

2

Regionale raden

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

15

Onze Minister stelt de schadeloosstelling van de leden van de regionale raden vast.

Artikel

16

Hoofdstuk

5

Werkwijze van de Kamer

Artikel

17

Artikel

18

Artikel

19

De Kamer legt het activiteitenplan en de wijzigingen in het activiteitenplan voor advies voor aan de Centrale Raad.

Artikel

20

Artikel

21

Hoofdstuk

6

Taak en werkwijze van de Centrale Raad en de regionale raden

Artikel

22

De Centrale Raad adviseert de Kamer desgevraagd of uit eigen beweging met betrekking tot:

  • a.

    uitvoering van het meerjarenprogramma,

  • b.

    het activiteitenplan,

  • c.

    de vraag of uit te oefenen werkzaamheden, waaronder in het bijzonder de werkzaamheden ter uitvoering van taken als bedoeld in de artikelen 30 en 31, leiden tot uit oogpunt van goede marktwerking ongewenste mededinging met ondernemingen of vrije beroepsbeoefenaren, en

  • d.

    de vergoedingen voor de activiteiten ter uitvoering van de taken, bedoeld in de artikelen 25 tot en met 28, eerste lid, 30 en 31.

Artikel

23

Hoofdstuk

7

Taken van de Kamer en voorwaarden voor de taakuitoefening

Artikel

24

De Kamer is belast met de inrichting en het beheer van de regionale ondernemerspleinen.

Artikel

25

De Kamer heeft tot taak desgevraagd inlichtingen van algemene aard te verstrekken ten aanzien van het oprichten en drijven van een onderneming.

Artikel

26

De Kamer heeft tot taak:

  • a.

    gerichte voorlichting te geven op juridisch en economisch terrein ten aanzien van een gevestigde of nog te vestigen onderneming, en

  • b.

    voorlichting te geven over aangelegenheden op juridisch en economisch terrein aan groepen van personen die een onderneming drijven of overwegen een onderneming op te richten.

Artikel

27

De Kamer heeft tot taak het stimuleren van economische ontwikkeling door middel van het adviseren van ondernemingen over innovatieve ontwikkelingen alsmede het in voorkomende gevallen begeleiden van personen of groepen van personen die een onderneming drijven of overwegen een onderneming op te richten bij het ontwikkelen en implementeren van innovaties.

Artikel

28

Artikel

29

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de in de artikelen 24 tot en met 28 bedoelde taken.

Artikel

30

Artikel

31

Artikel

32

Artikel

33

Hoofdstuk

8

Financiering

Artikel

34

Artikel

35

Artikel

35a

De artikelen 34 en 35 zijn van overeenkomstige toepassing op de uitvoering van bij of krachtens andere wetten dan deze wet geregelde taken, voor zover bij of krachtens die wetten de financiering van de aan de uitvoering van die taken verbonden kosten niet geregeld is.

Hoofdstuk

9

Informatievoorziening

Artikel

36

Artikel

37

Het vastgestelde jaarverslag ligt gedurende acht weken ter inzage bij de Kamer. Hiervan geeft de Kamer kennis in de Staatscourant.

Hoofdstuk

10

Financieel toezicht

§

1

Begroting

Artikel

39

Artikel

41

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de inrichting van en de toelichting op de begroting alsmede eisen met betrekking tot de hoogte en samenstelling van het eigen vermogen.

Artikel

42

§

2

Beheer en verantwoording

Artikel

43

Artikel

44

Hoofdstuk

11

Informatievoorziening, sturing en toezicht

Artikel

45

De verplichting, bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, geldt ook ten aanzien van rechtspersonen van wie de meerderheid van de aandelen of de stemrechten in de algemene vergadering direct of indirect in handen is van de Kamer of van wie de meerderheid van de bestuurders of de commissarissen direct of indirect door de Kamer wordt benoemd.

Artikel

46

Hoofdstuk

12

Wijzigingen in andere wetten

Artikel

47

Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel

48

Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 2.

Artikel

49

Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 6.

Artikel

50

Wijzigt de Comptabiliteitswet 2001.

Artikel

51

Wijzigt de Handelsregisterwet 2007.

Artikel

52

Wijzigt de Handelsnaamwet.

Artikel

53

Wijzigt de Uitvoeringswet EGTS-verordening.

Artikel

54

Wijzigt de Waterschapswet.

Artikel

55

Wijzigt de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

Artikel

56

Wijzigt het Wetboek van Koophandel.

Artikel

57

Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.

Artikel

58

Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers.

Artikel

59

Wijzigt de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens.

Artikel

60

Wijzigt de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen.

Artikel

61

Wijzigt de Wet op de kansspelen.

Artikel

62

Wijzigt de Wet privatisering FVP.

Artikel

63

Wijzigt Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.

Artikel

64

Wijzigt de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.

Artikel

65

Wijzigt de Wet toezicht accountantsorganisaties.

Artikel

66

Wijzigt de Wet toezicht trustkantoren.

Artikel

67

Wijzigt de Wet werk en bijstand.

Artikel

68

Wijzigt de Woningwet.

Hoofdstuk

13

Fusiebepalingen

§

1

Beëindiging bestaande rechtspersonen

Artikel

69

De vereniging Kamer van Koophandel Nederland is ontbonden en houdt op te bestaan.

Artikel

70

De stichting Syntens is ontbonden en houdt op te bestaan.

Artikel

71

§

2

Overgang personeel

Artikel

72

Artikel

73

Artikel

74

§

3

Overgang rechten en verplichtingen

Artikel

75

Artikel

76

Artikel

77

Archiefbescheiden van de kamers van koophandel en fabrieken, van de vereniging Kamer van Koophandel Nederland en van stichting Syntens worden overgedragen aan de Kamer, voor zover zij niet overeenkomstig de Archiefwet 1995 zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats.

Hoofdstuk

14

Overgangsrecht

Artikel

78

Artikel

79

Artikel

83

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de gevolgen van de inwerkingtreding van deze wet voor zover een goede overgang naar de Kamer dit vordert. Deze regels gelden uiterlijk tot en met 31 december van het kalenderjaar volgend op het jaar waarin zij in werking zijn getreden.

Hoofdstuk

15

Slotbepalingen

Artikel

85

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende hoofdstukken, artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld.

Artikel

86

Deze wet wordt aangehaald als: Wet op de Kamer van Koophandel.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

Wassenaar
Willem-Alexander
De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp
DeMinistervoorWonen en Rijksdienst, S.A. Blok
De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten