Besluit mandaat, volmacht en machtiging Centraal Bureau Voor de Statistiek 2012

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    CBS: het Centraal Bureau voor de Statistiek;

  • b.

    de directeur-generaal: de directeur-generaal van de Statistiek;

  • c.

    de plaatsvervangend directeur-generaal: de plaatsvervangend directeur-generaal van de Statistiek, een rol die is belegd bij één van de hoofddirecteuren bij een langdurige niet beschikbaarheid van de directeur-generaal van de Statistiek;

  • d.

    de hoofddirecteur: de hoofddirecteur van een hoofddirectie;

  • e.

    de plaatsvervangend hoofddirecteur: de plaatsvervangend hoofddirecteur vervangt zijn/haar hoofddirecteur alleen bij een (langdurige) niet beschikbaarheid, verder kunnen ze belast worden met eventueel speciale taken;

  • f.

    de directeur: de directeur van een directie ressorterend onder een hoofddirectie, belast met een bepaald werkterrein en (programma- /project)directeuren onder direct gezag van de DG dan wel ressorterend onder een hoofddirectie, belast met een bepaald programma bestaande uit een geheel van projecten van zwaarwegend bestuurlijk of bedrijfsmatig dienstbelang alsmede beheer van budget en personeel t.b.v. de dienstuitoefening van de directie dan wel de vervulling van het programma;

  • g.

    het hoofd Centrale Beleidsstaf: de sectormanager van de Centrale Beleids- en managementondersteuning van de directeur-generaal;

  • h.

    sectormanager: hoofd van een sector binnen een hoofddirectie van het CBS;

  • i.

    teammanager: manager van een team binnen een sector van een hoofddirectie van het CBS;

  • j.

    ARAR: het Algemeen Rijksambtenarenreglement;

  • k.

    bedrag: bedrag exclusief de verschuldigde omzetbelasting (BTW);

  • l.

    wet: de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek;

  • m.

    BBRA: het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijks Ambtenaren 1984, kaders voor de algemene en in bijzondere gevallen te gunnen bezoldigingsmaatregelen

Toelichting:

Bij een (langdurige) niet beschikbaarheid: Onverlet moderne media voor bereikbaarheid, ziet deze bepaling op situaties waarin bij ontstentenis van DG/hoofddirecteuren toch aan DG/hoofddirecteuren voorbehouden besluiten onverwijld genomen moeten worden vanwege zwaarwegend dienstbelang of urgente beslissingen vanwege politiek-bestuurlijke ontwikkelingen.

Artikel

2

Algemene instructies en informatie over uitoefening van mandaat

Artikel

3

Aan de directeur-generaal voorbehouden besluiten en rechtshandelingen

Aan de directeur-generaal blijft voorbehouden het nemen van besluiten, het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en het verrichten van andere handelingen met betrekking tot:

  • a.

    onderwerpen op het gebied van beleid(ontwikkeling), strategie, statistisch programma, programmavernieuwing, het onderhouden van nationale onderwerpen met een niet-routinematig karakter;

  • b.

    het vaststellen van het werkterrein van de hoofddirecteuren, hun plaatsvervangers, directeuren en het hoofd Centrale Beleidsstaf of programma’s van CBS-breed belang waarbij de leiding over het programma direct ressorteert onder de directeur-generaal of een hoofddirecteur;

  • c.

    het vaststellen van het budget voor de bedrijfsvoering op de werkterreinen, bedoeld onder b;

  • d.

    onderwerpen die twee of meer hoofddirecties van het CBS raken;

  • e.

    personeelsaangelegenheden betreffende hoofddirecteuren, directeuren en sectormanagers en hun respectieve plaatsvervangers en het hoofd Centrale beleidsstaf alsmede binnen een reorganisatie-procedure, plaatsingsbesluiten met betrekking tot ‘sleutelfuncties’;

  • f.

    algemeen personeelsbeleid en personeelsinstrumenten;

  • g.

    Formeel overleg met Georganiseerd Overleg Vakcentrales (het GO) alsmede de Ondernemingsraad (de OR);

  • h.

    Reorganisatie-besluit c.q. vaststellen van een nieuwe strategische ondernemingsvisie, een nieuw organisatie- en formatieplan c.q. voornemen tot het aanpassen van de topstructuur / inrichting van een meervoud van hoofddirecties van het CBS alsmede bepaling van de zwaarte van functies c.q. (on-)gewijzigde vaststelling van functieschalen volgens artikel 5 BBRA lid 3;

  • i.

    personeelsaangelegenheden met een gezichtsbepalend karakter betreffende alle personeelsleden:

    • 1

      detachering bij een internationale organisatie, de Rijksdienst Caribisch Nederland c.q. organisaties onder gezag van andere Koninkrijksdelen of een universiteit dan wel wijziging standplaats buiten de geografische landsgrenzen;

    • 2

      ontslag op grond van de artikelen 81 (lid 1 sub l ofwel strafontslag), 98 (speciale ontslaggronden waaronder 98.1.h ‘leeftijdsontslag’ 65 jaar), 98a (ongeschikt gebleken na plaatsing) en 99 (‘andere gronden’ zoals onverenigbaarheid van karakters) van het ARAR;

    • 3

      ontslag op grond van artikel 96, A, B en C van het ARAR bij ontslag van verplaatsing van dienst, van terugkeer van langdurig non-activiteitsverlof als bedoeld in artikel 16 van het ARAR respectievelijk van langdurig buitengewoon verlof als bedoeld in artikel 34 van het ARAR en ontslag bij benoeming tot minister of staatsecretaris.

  • j.

    het instellen van externe adviescommissies en ambtelijke commissies en benoeming van commissieleden.

Toelichting:

Ad e: Instrument ‘sleutelfuncties’ is nader geregeld in de Leidraad Reorganisatie CBS 2012.

Ad f: betreft zowel de verantwoordelijkheid voor het werkgeverschap in algemene zin van CAO, ARAR en BBRA als ook de in diverse wet- en regelgeving toegeschreven verantwoordelijkheid van de bestuurder, de ondernemer c.q. de werkgever (ARBO-wet, Verzuimbeleidskaders, UWV-procedures)

Ad g: Wet Ondernemings Raad behoudt formeel overleg voor aan DG: ‘Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde worden de bestuurder of de bestuurders van een onderneming geacht niet te behoren tot de in de onderneming werkzame personen.’

Artikel

4

Specifieke mandaatverlening

Bij een langdurige niet beschikbaarheid van de directeur-generaal neemt, voor de duur van die afwezigheid of verhindering, de plaatsvervangende directeur-generaal de taken en bevoegdheden waar zoals genoemd in artikel 3 onder de volgende voorwaarden:

  • a.

    De bevoegdheden genoemd in artikel 3 leden a, b, d en e worden bij langdurige niet beschikbaarheid van de directeur-generaal neergelegd bij de plaatsvervangend directeur-generaal. Deze neemt geen besluiten dan nadat hij overleg heeft gepleegd met hoofd Centrale Beleidsstaf en directeur Methoden en Statistisch beleid.

  • b.

    De bevoegdheden genoemd in artikel 3 leden c en f worden bij langdurige niet beschikbaarheid van de directeur-generaal neergelegd bij de plaatsvervangend directeur-generaal. Deze neemt geen besluiten dan nadat hij overleg heeft gepleegd met de hoofddirecteur Bedrijfsvoering en Communicatie en het hoofd Centrale Beleidsstaf.

  • c.

    De bevoegdheden genoemd in artikel 3 leden g tot en met j worden bij langdurige niet beschikbaarheid van de directeur-generaal neergelegd bij de hoofddirecteur Bedrijfsvoering en Communicatie. Deze neemt geen besluiten dan nadat hij overleg heeft gepleegd met de plaatsvervangend directeur-generaal en het hoofd Centrale Beleidsstaf.

§

2

Verlening mandaat, volmacht en machtiging terzake van publiekrechtelijke bevoegdheden

Artikel

5

Personeelsaangelegenheden

Artikel

6

Verwerving, gebruik en verstrekking van gegevens

Artikel

7

Handhaving; bestuurlijke boete en last onder dwangsom

Artikel

8

Uitoefening van overige publiekrechtelijke bevoegdheden

§

3

Verlening volmacht en machtiging terzake van privaatrechtelijke rechtshandelingen

Artikel

9

Volmacht en machtiging

§

4

Slotbepalingen

Den Haag
De Directeur-Generaal van de statistiek, G. van der Veen