Beleidsregels ter verdeling besteedbare middelen beheerskosten verbindingskantoren AWBZ 2014

Beleidsregels ter verdeling besteedbare middelen beheerskosten zorgkantoren AWBZ 2014

Het College voor zorgverzekeringen,

heeft in zijn vergadering van 20 januari 2014 besloten:

§

1

Algemeen

Artikel

1

Dit besluit verstaat onder:

Artikel

2

§

2

Voorlopige vaststelling beheerskostenbudget 2014

Artikel

3

Het college stelt in januari 2014 voor ieder verbindingskantoor een voorlopig beheerskostenbudget vast ter bepaling van de besteedbare middelen voor de beheerskosten ten laste van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten.

Artikel

4

Zorginstituut Nederland verdeelt het in de Aanwijzing voor de zorgkantoren bedoelde totaalbedrag ad 169,665 miljoen euro:

  • a.

    een bedrag van 24,327 miljoen euro op basis van een bedrag van € 193,30 per budgethouder uitgaande van 125.850 budgethouders op grond van het aantal budgethouders per verbindingskantoor;

  • b.

    een bedrag van 3,366 miljoen euro op basis van een bedrag van € 256,20 per nieuwe budgethouder uitgaande van 13.140 nieuwe budgethouders in 2014 op grond van het aantal nieuwe budgethouders per verbindingskantoor;

  • c.

    een bedrag van 5,295 miljoen euro op basis van een gelijk bedrag per verbindingskantoor;

  • d.

    een bedrag van 2,888 miljoen euro voor vier verbindingskantoren die in 2014 geen deel uitmaken van een concern;

  • e.

    een bedrag van 0,578 miljoen euro voor een verbindingskantoor dat, volgens opgave van Zorgverzekeraars Nederland, coördinerende activiteiten verricht voor doventolkvoorzieningen;

  • f.

    een bedrag van 0,500 miljoen euro voor een verbindingskantoor dat het mogelijk maakt zelfstandige zorgondernemers (zzp’ers) te contracteren;

  • g.

    een bedrag van 0,800 miljoen euro voor de overdracht van cliëntgegevens vanuit de systemen van de verbindingskantoren naar gemeenten en zorgverzekeraars;

  • h.

    een bedrag van 1,711 miljoen euro voor verbindingskantoren die meewerken aan de Pilot trekkingsrechten PGB op basis van het aantal budgethouders per verbindingskantoor.

Artikel

5

Het college verdeelt het na toepassing van artikel 4 resterende bedrag als volgt:

  • a.

    15% op basis van een vast bedrag per verbindingskantoor, vermeerderd met een zelfde bedrag per regio waarvoor het verbindingskantoor is aangewezen in de in artikel 1, onderdeel a genoemde Beschikking;

  • b.

    85% op basis van het aantal inwoners per 1 januari 2013 in de regio’s, waarvoor het verbindingskantoor als zodanig is aangewezen, waarbij inwoners die op die datum vijfenzestig jaar of ouder zijn, dubbel tellen. Voor de bepaling van het aantal inwoners, waaronder die van vijfenzestig jaar en ouder, gebruikt het college de gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Artikel

6

§

3

Nadere vaststelling beheerskostenbudget 2014

Artikel

6a

Artikel

6b

Op 1 april 2015 stelt Zorginstituut Nederland het in artikel 2 genoemde totaalbedrag, verminderd met 28,400 miljoen euro, als volgt voor de zorgkantoren beschikbaar:

  • a.

    een bedrag van 23,121 miljoen euro op basis van een bedrag van € 193,30 per budgethouder en 119.614 budgethouders op 30 juni 2014;

  • b.

    een bedrag van 3,214 miljoen euro op basis van € 256,20 per bewuste-keuze-gesprek uitgaande van 12.546 bewuste-keuze-gesprekken in 2014;

  • c.

    een bedrag van 5,295 miljoen euro op basis van een gelijk bedrag per zorgkantoor;

  • d.

    een bedrag van 7,702 miljoen euro voor vier zorgkantoren die in 2014 geen deel uitmaken van een concern;

  • e.

    een bedrag van 0,578 miljoen euro voor een zorgkantoor dat, volgens opgave van Zorgverzekeraars Nederland, coördinerende activiteiten verricht voor doventolkvoorzieningen;

  • f.

    een bedrag van 0,597 miljoen euro voor een zorgkantoor dat het mogelijk maakt zelfstandige ondernemers (zzp’ers) te contracteren;

  • g.

    een bedrag van 1,711 miljoen euro voor zorgkantoren die meewerken aan de Pilot trekkingsrechten PGB op basis van het aantal budgethouders per zorgkantoor;

  • h.

    een bedrag van 1,700 miljoen euro voor de zorgkantoren die niet hebben deelgenomen aan de Pilot trekkingsrechten PGB. Dit bedrag wordt verdeeld op basis van het aantal PGB-budgethouders per 1 juli 2014;

  • i.

    een bedrag van 4,500 miljoen euro voor de zorgkantoren die niet hebben deelgenomen aan de Pilot trekkingsrechten PGB. Dit bedrag wordt verdeeld naar rato van het aantal PGB-budgethouders per 1 juli 2014.

Artikel

6c

Het Zorginstituut verdeelt het na toepassing van artikel 6b resterende bedrag als volgt:

  • a.

    15% op basis van een vast bedrag per zorgkantoor, vermeerderd met een zelfde bedrag per regio waarvoor het zorgkantoor is aangewezen in de in artikel 1, onderdeel d genoemde Besluit;

  • b.

    85% op basis van het aantal inwoners per 1 januari 2014 in de regio’s waarvoor het zorgkantoor als zodanig is aangewezen, waarbij inwoners die op die datum vijfenzestig jaar of ouder zijn, dubbel tellen. Voor de bepaling van het aantal inwoners, waaronder die van vijfenzestig jaar en ouder, gebruikt Zorginstituut Nederland de gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Artikel

6d

Vervallen

Artikel

6e

Vervallen

Artikel

6f

Vervallen

§

4

Definitieve vaststelling beheerskostenbudget 2014

Artikel

7

Artikel

7a

Zorginstituut Nederland stelt het bedrag van 28,400 miljoen euro beschikbaar met inachtneming van de artikelen 7b tot en met 7d.

Artikel

7b

Artikel

7c

Artikel

7d

Artikel

7e

Artikel

8

§

5

Slot

Artikel

9

Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin deze worden geplaatst, en werken terug tot en met 1 januari 2014.

Artikel

10

Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregels ter verdeling besteedbare middelen beheerskosten zorgkantoren AWBZ 2014.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Voorzitter Raad van Bestuur A. Moerkamp