Regeling van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 1 april 2014, houdende regels aangaande het verlaten van de justitiële jeugdinrichting bij wijze van verlof of scholings- en trainingsprogramma (Regeling verlof en STP jeugdigen)

Regeling verlof en STP jeugdigen

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemene en begripsbepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    reglement: het Reglement justitiële jeugdinrichtingen;

  • b.

    pij-maatregel: de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen als bedoeld in artikel 77s van het Wetboek van Strafrecht;

  • c.

    verlofstatus: een vorm van planmatig verlof als bedoeld in artikel 33, derde lid, van het reglement;

  • d.

    risicomanagementplan: een plan van de inrichting waarin staat beschreven een inschatting van de risico’s en hoe de risico’s met betrekking tot het verlof of scholings- en trainingsprogramma tot een aanvaardbaar niveau worden teruggebracht.

  • e.

    multidisciplinair overleg: overleg ter advisering omtrent de behandeling van de aanvragen bedoeld in bedoeld in de artikelen 3, 4 en 16, bestaande uit tenminste een vertegenwoordiger van de inrichting waar de jeugdige verblijft, één vertegenwoordiger van een andere jeugdinrichting, een vertegenwoordiger van de afdeling Individuele Jeugdzaken van de Dienst justitiële inrichtingen van het Ministerie van Veiligheid en Justitie en een onafhankelijke psychiater, die niet werkzaam is in de inrichting waar de jeugdige verblijft.

  • f.

    scholings- en trainingsprogrammaplan: een schriftelijke omschrijving van het scholings- en trainingsprogramma als bedoeld in artikel 2, derde lid, van het reglement.

Artikel

2

Verlofaanvragen en aanvragen voor de deelname aan een scholings- en trainingsprogramma worden door de directeur van de inrichting schriftelijk ingediend bij de minister.

Hoofdstuk

2

Incidenteel en planmatig verlof

Artikel

3

De aanvraag voor incidenteel verlof bevat in ieder geval:

Artikel

4

De aanvraag voor planmatig verlof bevat in ieder geval het perspectiefplan met

  • a.

    het verlofplan;

  • b.

    het risicomanagementplan;

  • c.

    de afspraken over het verlof, die tussen de inrichting en de jeugdige zijn gemaakt;

  • d.

    het advies van het openbaar ministerie in het geval een executie-indicator is geplaatst;

  • e.

    indien van toepassing de evaluatie van eerder verlof;

  • f.

    indien van toepassing meldingen van bijzondere voorvallen, als bedoeld in de Regeling melding bijzondere voorvallen jeugdigen.

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

Indien een verlofmachtiging is afgegeven en de directeur gebruikt maakt van zijn bevoegdheden op grond van de artikelen 36 of 39 van het reglement, wordt de duur van de machtiging door het tijdelijk niet toestaan van het verlof, niet opgeschort. De directeur maakt melding van het tijdelijk niet toestaan van het verlof in de verlofevaluatie.

Hoofdstuk

3

Scholings- en trainingsprogramma

Artikel

15

Deelname aan een scholings- en trainingsprogramma vindt plaats in aansluiting op planmatig verlof.

Artikel

16

Artikel

17

Artikel

18

Artikel

19

Hoofdstuk

4

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

20

Deze regeling is van toepassing op alle verlofaanvragen en aanvragen voor scholings- en trainingsprogramma’s die vier weken na de inwerkingtreding van deze regeling worden ingediend.

Artikel

21

Deze regeling treedt in werking op 1 april 2014.

Artikel

22

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling verlof en STP jeugdigen.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,F.Teeven.