Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Economische Zaken van 20 februari 2014, nr. WJZ / 14012112, gedaan in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en na overleg met de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelet op
richtlijn nr. 2007/45 van het Europees Parlement en de Raad van 5 september 2007 tot vaststelling van regels betreffende nominale hoeveelheden voor voorverpakte producten, tot intrekking van de
Richtlijnen 75/106/EEG en
80/232/EEG van de Raad en tot wijziging van
Richtlijn 76/211/EEG van de Raad (PbEU 2007, L 247),
richtlijn 90/167/EEG van de Raad van 26 maart 1990 tot vaststelling van de voorwaarden voor de bereiding, het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders met medicinale werking (PbEG 1990, L 092),
artikel 2 van de Landbouwkwaliteitswet,
artikel 3 van de Plantenziektenwet en de
artikelen 2.20, eerste en tweede lid,
7.1,
7.3, derde lid,
7.4,
7.5, vierde lid,
7.6,
7.8 en
7.9, van de Wet dieren;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 19 maart 2014, nr. W15.14.0049/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Economische Zaken van 9 april 2014, nr. WJZ / 14051595, uitgebracht in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en na overleg met de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;