Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 16 juni 2014, nr. 2014-0000293800, houdende vaststelling van regels voor het verstrekken van subsidie in verband met het stimuleren van de verduurzaming van de bestaande woningvoorraad in de sociale huursector (Stimuleringsregeling energieprestatie huursector)

Stimuleringsregeling energieprestatie huursector

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    verhuurder: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die een of meer voor verhuur bestemde woningen in eigendom heeft;

  • b.

    woningcorporatie: een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet;

  • c.

    maximale huurgrens: het bedrag, genoemd in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van Wet op de huurtoeslag;

  • d.

    woning: een woning als bedoeld in artikel 1, onderdeel k, van de Wet op de huurtoeslag met een huurprijs onder de maximale huurgrens, tenzij het een woning betreft waarin het een huurder niet is toegestaan om zijn hoofdverblijf te hebben en met uitzondering van een woning die onzelfstandige woonruimte is;

  • e.

    energieklasse: een energieklasse als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de Regeling energieprestatie gebouwen, zoals die vóór 1 januari 2015 luidde;

  • f.

    energieprestatiecertificaat: een energieprestatiecertificaat als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van het Besluit energieprestatie gebouwen, zoals dat vóór 1 januari 2015 luidde;

  • g.

    energie-index: het cijfer dat het energieverbruik aangeeft op basis van de verschillende behoeften die verband houden met een gestandaardiseerd gebruik van een woning en dat is vastgesteld en afgegeven door een bedrijf met een geldig NL-EPBD procescertificaat en volgens de voorschriften, bedoeld in BRL 9500, delen 00 en 01;

  • h.

    minister: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

  • i.

    Kaderbesluit: het Kaderbesluit BZK-subsidies;

  • j.

    DAEB-Vrijstellingsbesluit: het Besluit van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 20 december 2011, betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde, met beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen (PbEU C 9380), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving;

  • k.

    BRL 9500: Beoordelingsrichtlijn 9500, zoals vastgesteld op 31 augustus 2011, inclusief het wijzigingsblad, zoals vastgesteld op 5 juni 2014, en eventueel latere wijzigingen;

  • l.

    EPA-opnemer: een persoon die voldoet aan de eisen aan de vakbekwaamheid van de ‘EPA-opnemer’ conform bijlage 3 van BRL 9500, deel 01;

  • m.

    EPA-adviseur: een persoon die voldoet aan de eisen aan de vakbekwaamheid van de ‘EPA-adviseur’ conform bijlage 2 van BRL 9500, deel 01;

  • n.

    representativiteit: representativiteit conform BRL 9500, deel 01;

  • o.

    opnamedatum: de datum waarop een woning ter bepaling van de energie-index door een EPA-opnemer of een EPA-adviseur is bezichtigd en opgenomen.

Artikel

2

Artikel

3

Subsidieplafond

Artikel

4

Maximum subsidie

Artikel

4a

Hoogte subsidie

Indien de verhuurder een woningcorporatie is:

  • 1.

    bedraagt de subsidie per woning met een energie-index van 1,41 of hoger, maar ten hoogste 1,80, dan wel met energieklasse C:

    a. voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 1,20:

    € 1.500;

    b. voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 0,80

    € 2.800;

    c. voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 0,60:

    € 3.600;

    d. voor het realiseren van een energie-index van 0,40 of lager:

    € 4.800;

  • 2.

    bedraagt de subsidie per woning met een energie-index van 1,81 of hoger, maar ten hoogste 2,10, dan wel met energieklasse D:

    a. voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 1,40:

    € 1.500;

    b. voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 1,20:

    € 2.800;

    c. voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 0,80:

    € 3.600;

    d. voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 0,60:

    € 4.800;

    e. voor het realiseren van een energie-index van 0,40 of lager:

    € 6.200;

  • 3.

    bedraagt de subsidie per woning met een energie-index van 2,11 of hoger, maar ten hoogste 2,40, dan wel energieklasse E:

    a. voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 1,40:

    € 2.800;

    b. voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 1,20:

    € 3.600;

    c. voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 0,80:

    € 4.800;

    d. voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 0,60:

    € 6.200;

    e. voor het realiseren van een energie-index van 0,40 of lager:

    € 7.200;

  • 4.

    bedraagt de subsidie per woning met een energie-index van 2,41 of hoger, maar ten hoogste 2,70, dan wel met energieklasse F:

    a. voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 1,40:

    € 3.600;

    b. voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 1,20:

    € 4.800;

    c. voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 0,80:

    € 6.200;

    d. voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 0,60:

    € 7.200;

    e. voor het realiseren van een energie-index van 0,40 of lager:

    € 8.300;

  • 5.

    bedraagt de subsidie per woning met een energie-index van 2,71 of hoger dan wel met energieklasse G:

    a. voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 1,40:

    € 4.800;

    b. voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 1,20:

    € 6.200;

    c. voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 0,80

    € 7.200;

    d. voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 0,60:

    € 8.300;

    e. voor het realiseren van een energie-index van 0,40 of lager:

    € 9.500.

Artikel

4b

Hoogte subsidie andere verhuurders

Indien de verhuurder geen woningcorporatie is:

  • 1.

    bedraagt de subsidie per woning met een energie-index van 1,41 of hoger, maar ten hoogste 1,80, dan wel met energieklasse C:

    a. voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 1,20:

    € 1.500;

    b. voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 0,80

    € 2.800;

    c. voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 0,60:

    € 3.600;

    d. voor het realiseren van een energie-index van 0,40 of lager:

    € 4.800;

  • 2.

    bedraagt de subsidie per woning met een energie-index van 1,81 of hoger, maar ten hoogste 2,10, dan wel met energieklasse D:

    a. voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 1,40:

    € 1.500;

    b. voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 1,20:

    € 2.800;

    c. voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 0,80:

    € 3.600;

    d. voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 0,60:

    € 4.800;

    e. voor het realiseren van een energie-index van 0,40 of lager:

    € 6.200;

  • 3.

    Bedraagt de subsidie per woning met een energie-index van 2,11 of hoger, maar ten hoogste 2,40, dan wel energieklasse E:

    a. voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 1,80:

    € 1.500;

    b. voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 1,40:

    € 2.800;

    c. voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 1,20:

    € 3.600;

    d. voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 0,80:

    € 4.800;

    e. voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 0,60:

    € 6.200;

    f. voor het realiseren van een energie-index van 0,40 of lager:

    € 7.200;

  • 4.

    bedraagt de subsidie per woning met een energie-index van 2,41 of hoger, maar ten hoogste 2,70, dan wel met energieklasse F:

    a. voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 1,80:

    € 2.800;

    b. voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 1,40:

    € 3.600;

    c. voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 1,20:

    € 4.800;

    d. voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 0,80:

    € 6.200;

    e. voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 0,60:

    € 7.200;

    f. voor het realiseren van een energie-index van 0,40 of lager:

    € 8.300;

  • 5.

    bedraagt de subsidie per woning met een energie-index van 2,71 of hoger dan wel met energieklasse G:

    a. per voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 1,80:

    € 3.600;

    b. voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 1,40:

    € 4.800;

    c. voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 1,20:

    € 6.200;

    d. voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 0,80

    € 7.200;

    e. voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 0,60:

    € 8.300;

    f. voor het realiseren van een energie-index van 0,40 of lager:

    € 9.500.

Artikel

4c

Europees kader

Subsidie op grond van deze regeling aan een onderneming, anders dan een woningcorporatie, wordt verstrekt met toepassing van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

Artikel

5

Aanvraag

Artikel

6

Wachtlijst

Artikel

7

Subsidieverplichtingen

Artikel

7a

Subsidieverlening vóór 1 januari 2015

Artikel

8

Wijze van subsidieverstrekking

Artikel

9

Vaststelling van de subsidie

Artikel

9a

De minister kan van artikel 9 afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat dit artikel beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel

10

Betaling

De betaling van de subsidie geschiedt na 31 december 2017 en niet eerder dan nadat er sprake is van een vaststelling van de subsidie.

Artikel

10a

Deze regeling blijft na 30 juni 2019 van toepassing op voor 1 januari 2019 ingediende aanvragen om subsidie.

Artikel

11

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2014 en vervalt op 1 juli 2019.

Artikel

12

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Stimuleringsregeling energieprestatie huursector.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Wonen en Rijksdienst,S.A.Blok