Artikel
1
In deze aanwijzing wordt verstaan onder:
-
a.
minister: Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
- b.
-
c.
zorgautoriteit: Nederlands zorgautoriteit, genoemd in artikel 3 van de wet;
-
d.
Besluit Sportgeneeskunde: Besluit van 11 september 2013 van de Commissie geneeskundige specialismen houdende opleidings- en erkenningseisen voor het specialisme sportgeneeskunde;
-
e.
sportgeneeskunde: sportgeneeskunde als bedoeld in het Besluit Sportgeneeskunde;
-
f.
erkenningsbesluit: Besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 8 april 2014, kenmerk 329185-117646-MEVA, houdende de wettelijke erkenning van de specialistentitel sportarts en de instemming met het Besluit Sportgeneeskunde (Stcrt. 2014, 11817);
-
g.
sportarts: degene die gerechtigd is tot het dragen van de titel sportarts als bedoeld in het erkenningsbesluit;
-
h.
prestatiebeschrijving: prestatiebeschrijving als bedoeld in artikel 50, eerste lid, aanhef en onder d, van de wet;
-
i.
vrij tarief: tarief als bedoeld in artikel 50, eerste lid, onder a, van de wet, dat voor een prestatie in rekening mag worden gebracht;
-
j.
medisch specialistische zorg: zorg als bedoeld in artikel I.1 van de aanwijzing inzake invoering integrale tarifering medisch specialistische zorg en kaakchirurgie.