Organisatie- en mandaatbesluit Rijksvastgoedbedrijf 2014

De directeur-generaal Rijksvastgoedbedrijf, in overeenstemming met de secretaris-generaal van BZK;

Besluit vast te stellen het navolgende Organisatie- en Mandaatbesluit Rijksvastgoedbedrijf 2014:

Artikel

1

Definitie

Onder mandaat wordt in dit besluit tevens verstaan volmacht en machtiging.

Artikel

2

Organisatie en taken

Artikel

3

Aanwijzing plaatsvervangend directeur-generaal

De directeur-generaal Rijksvastgoedbedrijf wijst jaarlijks één van de directeuren van de organisatieonderdelen hier genoemd aan als plaatsvervangend directeur-generaal, met inachtneming van artikel 4.14 van het Mandaatbesluit BZK.

Artikel

4

Mandatering RVB directeuren

De directeur-generaal Rijksvastgoedbedrijf verleent ondermandaat, met inachtneming van artikel 8, aan de directeuren van het Rijksvastgoedbedrijf voor zover dit betrekking heeft op het eigen werkterrein van de directeuren.

Artikel

5

Aanwijzing plaatsvervangend directeur

De directeur wijst jaarlijks één van zijn afdelingshoofden aan als plaatsvervangend directeur, met inachtneming van artikel 6.11 van het Mandaatbesluit BZK.

Artikel

6

Mandatering organisatieonderdelen

Artikel

7

Verlening volmacht en machtiging juridische zaken

Alleen het hoofd van de afdeling Juridisch Advies binnen het Rijksvastgoedbedrijf kan een (lands-)advocaat inschakelen. De aan hem verleende machtiging met betrekking tot vertegenwoordiging bij geschillen kan door hem eveneens doorgegeven worden aan adviseurs voor zover het hun juridische werkterrein betreft.

Artikel

8

Grensbedragen en bijzondere financiële bepalingen

Artikel

9

Instructies

Artikel

10

Bevoegdheid bij afwezigheid

Artikel

11

Bevoegdheid bij organisatieonderdeel overschrijdende aangelegenheden

Artikel

12

Het register

Artikel

13

Overgangsbepaling

Het mandaat is tevens van toepassing op functionarissen die bevoegd zijn per project krachtens een benoeming waartoe vóór de inwerkingtreding van dit besluit is besloten en ze blijven bevoegd dit af te handelen conform hun toen verleend mandaat. Het betreft functionarissen van de voormalige diensten: Rijksgebouwendienst en het Rijksvastgoed- en Ontwikkelingsbedrijf.

Artikel

14

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juli 2014.

Den Haag
De directeur-generaal Rijksvastgoedbedrijf, J.J.M. Uijlenbroek