Artikel
1
In dit besluit wordt verstaan onder:
-
a.
minister: Minister van Veiligheid en Justitie;
-
b.
commissie: de commissie, bedoeld in artikel 2, eerste lid.
Besluit:
In dit besluit wordt verstaan onder:
minister: Minister van Veiligheid en Justitie;
commissie: de commissie, bedoeld in artikel 2, eerste lid.
De commissie heeft tot taak de minister te adviseren over specifieke juridische vraagstukken inzake de modernisering van het Wetboek van Strafvordering.
Met ingang van de datum van inwerkingtreding van dit besluit worden tot lid van de commissie benoemd:
het hoofd van de sector straf- en sanctierecht van het ministerie van Veiligheid en Justitie, tevens voorzitter;
de programmamanager Versterking Prestaties Strafrechtketen van het ministerie van Veiligheid en Justitie;
prof. mr. M. Borgers (Vrije Universiteit Amsterdam);
mr. D. Brouwer (advocaat te Utrecht/Den Haag);
prof. mr. B.F. Keulen (Rijksuniversiteit Groningen); en
prof. mr. P.A.M. Mevis (Erasmus Universiteit Rotterdam).
De leden, genoemd in artikel 3, eerste lid, onder c tot en met f, ontvangen per vergadering een vergoeding.
De vergoeding per vergadering bedraagt 3% van het maximum van salarisschaal 18 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.
De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden de eventuele bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de Directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Commissie modernisering Wetboek van Strafvordering.
Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan betrokkenen.