Artikel
1
Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
a.
verhuurder: een rechtspersoon die een of meer voor verhuur bestemde woningen in eigendom heeft;
-
b.
woningcorporatie: een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 70 van de Woningwet;
-
c.
woning: een gebouwde onroerende zaak, met inbegrip van de onroerende aanhorigheden, voor zover deze bestemd is om als zelfstandige woonruimte te worden verhuurd, tenzij het een woning betreft waarin het een huurder niet is toegestaan om zijn hoofdverblijf te hebben;
-
d.
maximale huurgrens: het bedrag, genoemd in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag;
-
e.
project: een project als bedoeld in artikel 2, eerste lid, of artikel 3, eerste lid;
-
f.
energieklasse: een energieklasse als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de Regeling energieprestatie gebouwen;
-
g.
energieprestatiecertificaat: een energieprestatiecertificaat als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, van het Besluit energieprestatie gebouwen;
-
h.
labelstap: het bereiken van de naast hogere energieklasse;
-
i.
minister: de minister voor Wonen en Rijksdienst;
-
j.
Kaderbesluit: het Kaderbesluit BZK-subsidies;
-
k.
DAEB-Vrijstellingsbesluit: het Besluit van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 20 december 2011, betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde, met beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen (PbEU C 9380), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving.