Artikel
1
Definities
In dit besluit wordt onder Minister verstaan: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Besluit:
In dit besluit wordt onder Minister verstaan: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Er is een Taskforce beter benutten onderwijs en openbaar vervoer, verder aan te duiden als de taskforce.
De taskforce heeft de volgende taken:
Identificeren van (toekomstige) spitsproblematiek in het openbaarvervoersysteem op nationaal en regionaal niveau waarbij studenten een significant deel van de reizigers vormen.
Uitwerken van de geïdentificeerde spitsproblemen, waarbij per geval oplossingsrichtingen en aanbevelingen worden geformuleerd. Hierbij wordt ook gebruik gemaakt van kennis uit bestaande initiatieven.
Stimuleren van experimenteerruimte en pilots om spitsproblematiek terug te dringen door gebouwen van onderwijsinstellingen en het openbaarvervoersysteem beter te benutten en het aantal reiskilometers van studenten in de spitsen te verlagen, waarbij de kwaliteit van onderwijs centraal blijft staan.
Opstellen van conclusies en aanbevelingen over het beter benutten van gebouwen van de onderwijsinstellingen en het openbaarvervoersysteem.
Opstellen van een vervolgaanpak voor de periode tot 2025 (incl. de doelstelling van € 750 miljoen euro).
De taskforce wordt ingesteld met ingang van 1 september 2014 en wordt opgeheven per 31 december 2015 of zoveel eerder wanneer het eindrapport van de taskforce is opgeleverd en aanvaard.
Als leden van de taskforce worden benoemd:
De heer drs. J.H. Schutte, te Wageningen
De heer mr. drs. J.B. Dijkstra, te Heemstede
De heer drs. W.J. Vossers, te Gouda
In aansluiting op het vorige lid kan de Minister, wanneer daar aanleiding toe bestaat, aanvullende leden benoemen, tot een maximum van tien leden.
De voorzitter van de taskforce, voor zover niet vallend onder de uitzondering van artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies, ontvangt per maand een vergoeding.
De toepasselijke salarisschaal voor de voorzitter is 18 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984. De arbeidsduurfactor voor de voorzitter is in beginsel 16/36.
De Minister kan de in het tweede lid genoemde arbeidsduurfactor nader vaststellen indien de omvang van de werkzaamheden van de voorzitter daartoe aanleiding geeft.
Voor de overige en eventuele aanvullende leden kan de Minister een vergoeding en nadere arbeidsduurfactor vaststellen.
De voorzitter en andere leden van de taskforce ontvangen een vergoeding van reis- en verblijfkosten op de voet van het Reisbesluit binnenland en het Reisbesluit buitenland.
De taskforce verstrekt aan de Minister desgevraagd de door de Minister gewenste inlichtingen.
De taskforce biedt de Minister uiterlijk 31 december 2015 een eindrapport aan met conclusies en aanbevelingen over het beter benutten van gebouwen van de onderwijsinstellingen en het openbaarvervoersysteem. Het rapport bevat ook een voorstel voor de vervolgaanpak voor de periode tot 2025 (incl. de doelstelling van € 750 miljoen euro).
Rapporten, notities, verslagen en andere producten welke door of namens de taskforce worden vervaardigd, worden niet door de taskforce openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de Minister uitgebracht.
De leden van de taskforce werken mee aan het tot stand komen van een overeenkomst indien dit naar het oordeel van de Minister noodzakelijk is om te komen tot het kosteloos overdragen aan de Minister van rechten met betrekking tot intellectuele eigendom.
De taskforce draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de directie FM&ICT van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Taskforce beter benutten onderwijs en openbaar vervoer.
Dit besluit zal met de bijbehorende toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.