Regeling registratie en aanlevering kostprijzen zorgproducten medisch specialistische zorg

Artikel

1

Grondslag

Gelet op artikel 36 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) de volgende regeling vast.

Ingevolge artikel 61, eerste lid van de Wmg is een ieder gehouden om desgevraagd aan de NZa of een door haar aangewezen personen kosteloos de gegevens en inlichtingen te verstrekken welke voor de uitvoering van de Wmg van belang kunnen zijn.

Ingevolge artikel 68, eerste lid van de Wmg, kan de NZa regels stellen die inhouden door wie, aan wie en op welke wijze deze gegevens en inlichtingen moeten worden verstrekt, alsmede dat een accountant de juistheid en volledigheid van de verstrekte gegevens en inlichtingen bevestigt.

Artikel

2

Reikwijdte

Deze regeling is van toepassing op alle categorieën van instellingen voor medisch specialistische zorg die zorgproducten in het gereguleerde segment kunnen leveren:

  • algemene ziekenhuizen

  • universitaire medische centra

  • zelfstandige behandelcentra

  • instellingen voor revalidatiezorg

  • categorale instellingen voor long/astmazorg

  • huisartsenlaboratoria

  • trombosediensten

Dit betekent dat onderhavige regeling niet van toepassing is op de volgende categorieën:

  • categorale instellingen voor epilepsiezorg

  • radiotherapeutische centra

  • dialysecentra

  • audiologische centra

  • instellingen die geriatrische revalidatiezorg leveren

Artikel

3

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op 17 november 2014.

Indien de Staatscourant waarin de mededeling als bedoeld in artikel 20, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 17 november 2014, treedt de regeling in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin de regeling wordt geplaatst.

Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze regeling wordt de regeling ‘Registratie en aanlevering kostprijzen zorgproducten medisch specialistische zorg’, met kenmerk NR/CU-252, ingetrokken.

De verplichtingen als beschreven in artikel 5, 6 en 7 van deze regeling zijn van toepassing op het gehele jaar 2013 en volgende jaren. De verplichtingen als beschreven in artikel 8 van deze regeling treden in werking per 1 januari 2014.

Deze regeling kan worden aangehaald als ‘Regeling registratie en aanlevering kostprijzen zorgproducten medisch specialistische zorg’.

Artikel

4

Begrippen en afkortingen

  • 4.1

    Accountant

    Een accountant zoals bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek

  • 4.2

    Add-on

    Add-ons zijn overige zorgproducten, uitgedrukt in zorgactiviteiten, behorend bij een DBC-zorgproduct (aanhaakprestatie). Alleen zorg op de Intensive Care (IC) alsmede een limitatief aantal dure en weesgeneesmiddelen zijn gedefinieerd als een add-on. Add-ons vallen onder de categorie ‘Supplementaire producten’.

  • 4.3

    DBC-zorgproduct

    Een DBC-zorgproduct is een declarabele prestatie die is afgeleid uit een subtraject en zorgactiviteiten via door de NZa vastgestelde beslisbomen. Een subtraject dat voldoet aan de voorwaarden met betrekking tot de afleiding ervan, leidt, in combinatie met het zorgprofiel, tot een declarabel DBC-zorgproduct.

  • 4.4

    DBC-zorgproductcode

    Het unieke nummer van een DBC-zorgproduct dat bestaat uit negen posities, te weten DBC-zorgproductgroepcode (zes posities) en een code voor het specifieke DBC-zorgproduct binnen de DBC-zorgproductgroep (drie posities).

  • 4.5

    Directe kosten

    Alle kosten die worden gemaakt door de organisatiedelen die direct betrokken zijn bij het leveren van een zorgprestatie aan een patiënt. Het betreft derhalve de kosten die in het primaire zorgproces ontstaan, ofwel in de organisatiedelen die in direct contact met de patiënt staan.

  • 4.6

    Gereguleerd segment

    Het geheel van prestaties waarvoor de NZa maximumtarieven vaststelt.

  • 4.7

    Incidentele baten/lasten

    Buitengewone baten en lasten welke incidenteel voorkomen. Als incidentele baten en lasten worden aangemerkt de baten en lasten die niet uit de gewone bedrijfsuitvoering van de instelling voortvloeien. Dit geldt ook voor baten en lasten welke aan een ander boekjaar moeten worden toegerekend.

  • 4.8

    Indirecte kosten

    De kosten die worden gemaakt door organisatiedelen die ondersteunend of voorwaardenscheppend zijn ten behoeve van het primaire proces en die niet direct in contact met de patiënt staan of de kosten die niet direct zijn toe te wijzen aan de levering van een prestatie of verrichting aan een patiënt.

  • 4.9

    Kostencategorie

    Een specifieke aanduiding van (clusters van) bepaalde kosten.

  • 4.10

    Kostendrager

    Een eenheid waaraan kosten worden toegerekend.

  • 4.11

    Kostprijs

    De kosten in verband met het verrichten van bepaalde zorgactiviteiten of zorgproducten waarbij de toerekening plaatsvindt conform het kostprijsmodel als beschreven in de beleidsregel ‘kostprijsmodel zorgproducten medisch specialistische zorg’.

  • 4.12

    Onderlinge dienstverlening

    • a)

      alle medische en overige diensten die door een behandelaar worden uitgevoerd ten behoeve van de instelling waar deze behandelaar werkzaam is, en;

    • b)

      medische en overige diensten die een instelling dan wel de in of voor de instelling werkzame behandelaren voor een andere instelling uitvoert en waarbij deze diensten niet geleverd worden ten behoeve van een eigen patiënt van de leverende instelling.

  • 4.13

    Overige zorgproducten (OZP)

    De prestaties binnen de medisch specialistische zorg, niet zijnde DBC-zorgproducten. Overige zorgproducten zijn per 2013 onderverdeeld in vier hoofdcategorieën, te weten supplementaire producten, eerstelijnsdiagnostiek (ELD), paramedische behandeling en onderzoek, en overige verrichtingen.1Tot en met 2012 bestonden overige zorgproducten uit vijf categorieën, te weten: add-ons, ondersteunende producten (OP), overige producten (OVP), overige trajecten en overige verrichtingen.

  • 4.14

    Specialist

    Medisch specialist die als zodanig is ingeschreven bij de Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten van de KNMG.

  • 4.15

    Specialist in loondienst

    De specialist die op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaam is bij een instelling voor medisch specialistische zorg.

  • 4.16

    Specialist niet in loondienst

    De specialist die op basis van een mondelinge of schriftelijke overeenkomst, niet zijnde een arbeidsovereenkomst, werkzaamheden in verband met het leveren van medisch specialistische zorg verricht in opdracht van of namens een instelling voor medisch specialistische zorg.

  • 4.17

    Totale zorgproductie

    De totale zorgproductie van een zorginstelling bestaande uit alle gedeclareerde zorgproducten binnen zowel het gereguleerde als het vrije segment binnen een bepaalde periode.

  • 4.18

    Vrij segment

    Het geheel van prestaties waarvoor de NZa geen tarieven vaststelt.

  • 4.19

    Zorgactiviteit

    De zorgactiviteiten zijn de bouwstenen van het DBC-zorgproduct en vormen gezamenlijk het profiel van een DBC-zorgproduct. Ze bepalen in combinatie met het geregistreerde subtraject welke prestatie is geleverd en welke DBC-zorgproduct kan worden gedeclareerd.

    Daarnaast vormt de onderverdeling in zorgactiviteiten de basis voor overige zorgproducten.

  • 4.20

    Zorgproduct

    Een aanduiding van prestaties binnen de medisch specialistisch zorg. Zorgproducten zijn onderverdeeld in DBC-zorgproducten en overige zorgproducten.

  • 4.21

    Zorgprofiel

    Alle geregistreerde zorgactiviteiten binnen een DBC-zorgproduct.

Artikel

5

Inrichting Administratie

Artikel

6

Beschikbaarheid van documenten

Artikel

7

Verwerking kostprijsgegevens

Artikel

8

Aanlevering kostprijsgegevens

Artikel

9

Ontheffing

De instelling kan, indien het relatieve aandeel van het gereguleerde segment van een instelling kleiner is dan 10% van de totale gedeclareerde omzet10Bij deze omzet kan productie in het gereguleerde segment van zorgproducten, waarvan het tarief niet wordt bepaald op basis van werkelijke kostprijzen (maar waarvoor een ander tariefregime geldt) worden uitgesloten. Dit betreft add-on geneesmiddelen, stollingsfactoren, logopedie, prenatale screening, bijzondere tandheelkunde en medisch specialistische verpleging in de thuissituatie. in JAAR[x-1], bij de NZa een verzoek indienen voor ontheffing van de in deze regeling gestelde verplichtingen. Dit verzoek tot ontheffing dient gemotiveerd en voorzien van een cijfermatige onderbouwing ingediend te worden bij de NZa voor 1 augustus JAAR[x].

Nederlandse Zorgautoriteit, M.A. Ruys voorzitter Raad van Bestuur a.i.

Bijlage

1

: Controleprotocol

Deze bijlage is als losse bijlage (pdf) te downloaden via de website www.nza.nl.

Bijlage

2

: Onderzoeksvragen

Deze bijlage is als losse bijlage (pdf) te downloaden via de website www.nza.nl.

Bijlage

3

: Aanleverformat ‘kostprijsmodel’

Deze bijlage is als losse bijlage (excel) te downloaden via de website www.nza.nl.

Bijlage

4

: Aanleverformat ‘ontheffingsverzoek’

Deze bijlage is als losse bijlage (excel) te downloaden via de website www.nza.nl.