Besluit van de Minister van Infrastructuur en Milieu van 2 december 2014, nr. IENM/BSK-2014/255126, houdende vaststelling van beleidsregels tot uitvoering van hoofdstuk IIA van de Wegenverkeerswet 1994 (Beleidsregel aanwijzing bijzondere bromfietsen)

Beleidsregel aanwijzing bijzondere bromfietsen

§

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

Artikel

2

Wijzigingen van en amendementen op de richtlijnen, verordening en VN/ECE-reglementen1VN/ECE-reglementen zijn te raadplegen via United Nations Economic Commission for Europe/Transport/Areas of Work/Vehicle Regulations/Agreements and Regulations/UN Regulations (1958 Agreement): http://www.unece.org/trans/main/wp29/wp29regs.html. genoemd in deze beleidsregel gaan voor de toepassing van deze beleidsregel gelden met ingang van de datum waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn of -verordening of het betrokken amendement uitvoering moet zijn gegeven.

§

2

Aanwijzingsprocedure

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

De kosten van beoordeling, onderzoek en testrapporten komen voor rekening van de aanvrager.

Artikel

8

De minister neemt binnen een termijn van acht weken na ontvangst van de aanvraag een besluit.

Artikel

9

Van een besluit tot aanwijzing wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

§

3

Algemene toetsingscriteria

Artikel

10

De bijzondere bromfiets valt buiten het toepassingsgebied van Richtlijn 2002/24/EG en Verordening (EU) nr. 168/2013.

Artikel

11

Artikel

12

De bijzondere bromfiets is compleet en, in het geval van een aanvraag tot aanwijzing per type, productierijp.

§

4

Technische toetsingscriteria

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

15

De bijzondere bromfiets is:

  • a.

    niet langer dan 2,00 m;

  • b.

    niet breder dan 1,10 m;

  • c.

    niet hoger dan 2,00 m.

Artikel

16

Artikel

17

Artikel

18

Artikel

20

Artikel

21

Artikel

22

Artikel

23

Artikel

24

Artikel

25

Artikel

27

Artikel

28

Artikel

29

Indien de bijzondere bromfiets is voorzien van een veersysteem, is dat veersysteem goed werkend, vertonen de onderdelen daarvan geen breuken of scheuren en zijn die onderdelen niet door corrosie aangetast.

Artikel

30

Artikel

31

Artikel

32

Windschermen, stroomlijnkappen en permanent aangebrachte inrichtingen om lading mee te vervoeren, zijn deugdelijk bevestigd.

Artikel

33

Indien de bijzondere bromfiets is voorzien van een carrosserie:

  • a.

    hebben de deuren of kappen die toegang geven tot de personenruimte een deugdelijke sluiting, welke sluiting wordt gewaarborgd door goed werkende sloten en scharnieren;

  • b.

    kunnen de deuren en kappen, bedoeld onder a, op normale wijze vanaf zowel de binnen- als de buitenzijde van het voertuig worden geopend;

  • c.

    is deze voorzien van een deugdelijk bevestigde linkerbuitenspiegel van een type dat is goedgekeurd volgens VN/ECE-reglement nr. 81, waarvan het glas geen verschijnselen van breuk vertoont en niet is verweerd;

  • d.

    mag deze zijn voorzien van een deugdelijk bevestigde rechterbuitenspiegel;

  • e.

    is deze voorzien van een deugdelijk bevestigde achteruitkijkspiegel waarvan het glas geen verschijnselen van breuk vertoont, indien zicht naar achteren mogelijk is.

Artikel

34

Indien de bijzondere bromfiets is voorzien van een carrosserie met ramen:

  • a.

    vertonen die ramen geen beschadigingen of verkleuringen;

  • b.

    zijn die ramen niet voorzien van onnodige voorwerpen die het uitzicht van de bestuurder belemmeren;

  • c.

    is de lichtdoorlatendheid van die ruiten niet minder dan 55%; en

  • d.

    is de voorruit voorzien van een goed werkende:

    • 1°.

      ruitenwisserinstallatie die bij inschakeling de bestuurder voldoende uitzicht geeft;

    • 2°.

      ruitensproeierinstallatie; en

    • 3°.

      ontwasemings- en ontdooiingsinstallatie, indien het een gesloten carrosserie betreft.

Artikel

35

De bijzondere bromfiets heeft geen scherpe delen die in geval van botsing gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers kunnen opleveren.

Artikel

36

Artikel

37

De bijzondere bromfiets zonder carrosserie mag zijn voorzien en de bijzondere bromfiets met carrosserie is voorzien van:

  • a.

    één of twee lichten aan de voorzijde van het voertuig;

  • b.

    één of twee achterlichten;

  • c.

    één of twee remlichten;

  • d.

    twee richtingaanwijzers aan de voorzijde en twee richtingaanwijzers aan de achterzijde van het voertuig; en

  • e.

    één of twee witte retroreflectoren aan de voorzijde van het voertuig.

Artikel

38

Artikel

39

Artikel

42

De bijzondere bromfiets is niet voorzien van meer retroreflecterende voorzieningen en lichten dan op grond van de artikelen 36 en 37 is voorgeschreven of toegestaan.

Artikel

43

Artikel

44

Indien de bijzondere bromfiets is voorzien van een inrichting tot het koppelen van een aanhangwagen, is deze inrichting deugdelijk bevestigd, niet gescheurd, gebroken of vervormd en niet in ernstige mate door corrosie aangetast.

§

5

Slotbepalingen

Artikel

45

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel aanwijzing bijzondere bromfietsen.

Artikel

46

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Milieu,
namens deze,
de directeur-generaal Bereikbaarheid,L.M.C.Ongering

Bijlage

1

Inlichtingenformulier

Inlichtingenformulier betreffende de aanvraag van een door de Minister van Infrastructuur en Milieu aan te wijzen bromfiets als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, onder d, van de Wegenverkeerswet 1994

  • a)

    Ten aanzien van het bepaalde in artikel 4, eerste lid , van de Beleidsregel aanwijzing bijzondere bromfietsen (hierna: Beleidsregel):

    De ondertekenaar van de aanvraag is van mening dat voor het voertuig waarvoor de aanvraag wordt ingediend, geen (type)goedkeuring op grond van Richtlijn 2002/24/EG2Richtlijn 2002/24/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 maart 2002 betreffende de goedkeuring van twee- of driewielige motorvoertuigen en de intrekking van Richtlijn 92/61/EEG van de Raad (PbEG 2002, L 124). dan wel Verordening (EU) nr. 168/20133Verordening (EU) nr. 168/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2013 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op twee- of driewielige voertuigen en vierwielers (PbEU 2013, L 60). kan worden afgegeven, omdat:

    ...............

    ...............

    ...............

    ...............

    ...............

    ...............

    ...............

    ...............

  • b)

    Ten aanzien van het bepaalde in artikel 4, tweede lid, juncto derde lid, aanhef en onder a, onderdeel 1° , van de Beleidsregel:

    De ondertekenaar van de aanvraag is voorts van mening dat het bij de aanvraag gevoegde dossier aantoont dat een ten minste even hoog veiligheids- en milieubeschermingsniveau wordt gewaarborgd als het geval is bij toelating van een reguliere bromfiets, omdat:

    ...............

    ...............

    ...............

    ...............

    ...............

    ...............

    ...............

    ...............

De ondertekenaar van de aanvraag vraagt de minister het aangeboden voertuig individueel / per type4S.v.p. doorhalen wat niet van toepassing is. aan te wijzen.

[Bij een aanvraag per type] De ondertekenaar van de aanvraag verklaart dat alle exemplaren die van het aan te wijzen type op de weg zullen worden gebracht, identiek zijn aan het door de RDW te beoordelen voertuig.

De volgende gegevens over het voertuig waarvoor de aanwijzing wordt aangevraagd, worden door de aanvrager in tweevoud verstrekt.

Daar waar foto’s zijn vereist, zijn deze voldoende gedetailleerd.

1.

Algemene gegevens

1.1.

Merk:

1.2.

Type:

1.3.

VIN:

1.4.

Handelsbenaming(en) (indien van toepassing):

1.5.

Naam, adres, telefoonnummer en e-mailadres van de fabrikant:

1.5.1.

Naam, adres, telefoonnummer en e-mailadres van de eventuele gevolmachtigde van de fabrikant:

2.

Algemene constructie van het voertuig

2.1.

Foto's en/of tekeningen van een representatief voertuig:

2.2.

Wielbasis:

2.3.

Aantal assen en wielen:

2.4.

Plaats en opstelling van de motor:

2.5.

Aantal zitplaatsen:

3.

Massa's (in kg) en afmetingen

3.1.

Ledige massa:

3.2.

Technisch toelaatbare maximummassa volgens opgave van de fabrikant:

3.3.

Lengte:

breedte:

hoogte:

4.

Motor

4.1.

Fabrikant:

4.2.

Merk:

4.2.1.

Type (zoals op de motor vermeld, of andere identificatiemiddelen):

4.2.2.

Plaatsing van het motornummer (in voorkomend geval):

4.3.

Motor met elektrische / compressie-ontsteking: (¹)

4.3.1.

Specifieke gegevens over de motor

4.3.1.1.

Werkingsprincipe: elektrische ontsteking / compressie-ontsteking, viertakt / tweetakt (¹)

4.3.1.2.

Aantal, opstelling en ontstekingsvolgorde van de cilinders:

4.3.1.3.

Cilinderinhoud: .................... cm³ (g)

4.3.1.4.

Nettomaximumvermogen: .................... kW bij .................... minG¹

4.3.1.5.

Nettomaximumkoppel: .................... Nm bij .................... minG¹

4.3.2.

Brandstof: diesel / benzine / mengsmering / LPG / andere (¹)

4.3.3.

Brandstofreservoir:

4.3.3.1.

Maximale inhoud:

4.3.4.

Uitlaatsysteem:

4.3.4.1.

Tekening van het volledige uitlaatsysteem:

4.3.5.

Voorzieningen tegen luchtverontreiniging:

4.3.5.1.

Additionele anti-verontreinigingsinrichtingen (indien aanwezig en niet onder een ander hoofdstuk vallend):

4.3.5.2.1.

Katalysator: ja / neen (¹):

4.3.5.2.2.

Aantal katalysatoren en elementen:

4.4.

Elektrische aandrijfmotor:

4.4.1.

Type (wikkeling, bekrachtiging):

4.4.1.1.

Maximaal continu vermogen (k): .................... kW

4.4.1.2.

Bedrijfsspanning: .................... volt

4.4.2.

Accu:

4.4.2.1.

Aantal cellen:

4.4.2.2.

Massa: .................... kg

4.4.2.3.

Capaciteit: .................... Ah (ampère-uur)

4.4.2.4.

Plaats: ...................

4.5.

Andere motoren of combinaties daarvan (specifieke gegevens over de onderdelen van dergelijke motoren):

5.

Overbrenging

5.1.

Maximumsnelheid van het voertuig en versnelling waarin deze wordt bereikt (in km/h):

5.2.

Snelheidsmeter:

5.2.1.

Merk(en):

5.2.2.

Type(s):

6.

Ophanging

6.1.

Standaard gemonteerde banden (categorie, afmetingen en maximale belasting) en velgen:

6.1.2.

Door de fabrikant aanbevolen bandenspanning: .................... kPa

6.1.3.

Combinatie(s) van banden en velgen:

6.2.

Symbool voor de laagste snelheidscategorie die overeenkomt met de theoretische maximumsnelheid van het voertuig:

6.3.

Laagste belastingsindex die overeenkomt met de maximumbelasting op elke band:

7.

Stuurinrichting

7.1.

Mechanisme en bediening:

7.1.1.

Soort mechanisme:

7.1.2.

Korte beschrijving van de eventuele elektrische en/of elektronische onderdelen van de besturing:

8.

Reminrichting

8.1.

Schema van de reminrichting:

8.2.

Voor- en achterrem: schijven / trommels: (¹)

8.2.1.

Merk(en):

8.2.2.

Type(n):

8.2.3.

Remhandels / -pedalen: (¹)

8.2.4.

Remvloeistofreservoir(s) (indien van toepassing):

8.3.

Andere inrichtingen (indien van toepassing): tekening en beschrijving:

8.4.

Korte beschrijving van de eventuele elektrische en/of elektronische onderdelen van de reminrichting:

9.

Carrosserie

9.1.

Carrosserietype:

9.2.

Aantal deuren:

9.3.

Aantal spiegels:

9.4.

Aantal ruitenwissers:

9.5.

Type ruitensproeierinstallatie:

9.6.

Type ontwasemings- en ontdooiingsinstallatie:

10.

Lichten en retroreflecterende voorzieningen

10.1.

Tabel retroreflectoren:

Retroreflector

achterzijde:

Retroreflector

zijkant:

Retroreflector

voorzijde

(geen verplichte retroreflector):

10.2.

Aantal koplampen:

10.3.

Aantal achterlichten:

10.4.

Aantal richtingaanwijzers voorzijde:

10.5.

Aantal richtingaanwijzers achterzijde:

11.

Uitrusting

11.1.

Koppelinrichting (in voorkomend geval):

11.1.1.

Type(n): haak / ring / andere (¹)

11.1.2.

Foto’s en/of tekeningen die de positie en de constructie van de koppelinrichting tonen:

11.2.

Plaatsing en identificatie van de bedieningsorganen, verklikkerlichten en meters:

11.2.1.

Foto’s en/of tekeningen van de plaatsing van symbolen, bedieningsorganen, verklikkerlichten en meters:

11.3.

Voorgeschreven opschriften:

11.3.1.

Foto’s en/of tekeningen van het chassisnummer (met afmetingen):

11.4.

Beveiligingsinrichting tegen gebruik van het voertuig door onbevoegden:

11.4.1.

Type:

11.4.2.

Korte beschrijving:

11.5.

Geluidssignaalinrichting:

(¹) S.v.p. doorhalen wat niet van toepassing is.

Ondergetekende verklaart dat al deze bij de aanvraag behorende gegevens naar waarheid zijn ingevuld en dat het voertuig volledig conform die gegevens ter keuring bij de RDW zal worden aangeboden.

Plaats:

Datum:

Naam:

Handtekening