Artikel
1
Mandaat en machtiging Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2007
1
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid verleent de secretaris-generaal van het ministerie van Buitenlandse Zaken mandaat om ten aanzien van de ambtenaar die door voornoemde minister wordt uitgezonden voor het verrichten van werkzaamheden bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland, besluiten te nemen overeenkomstig het Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2007 met dien verstande dat voornoemde ambtenaar:
-
a.
in afwijking van artikel 76 van het Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2007 een tegemoetkoming in de tijdelijke woonlasten bij terugkomst gedurende maximaal 90 dagen kan worden toegekend;
-
b.
in afwijking van artikel 77 van het Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2007 recht heeft op een tegemoetkoming voor internationaal onderwijs voor zijn afhankelijke kind na terugkomst in Nederland gedurende maximaal twee jaar mits dat kind binnen die twee jaar wordt geacht examen te doen in het middelbaar onderwijs.
2
De secretaris-generaal van het ministerie van Buitenlandse Zaken kan voor het nemen van de in het eerste en derde lid bedoelde besluiten schriftelijk ondermandaat en -machtiging verlenen aan de onder zijn gezag werkzame ambtenaren.
3
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid verleent mandaat en machtiging aan de secretaris-generaal van het ministerie van Buitenlandse Zaken inzake het beslissen op en behandelen en ondertekenen van bezwaren, beroepen en hoger beroepen tegen besluiten genomen krachtens het eerste en tweede lid.