Artikel
1
Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
bedrijfscommissie overheid: de bedrijfscommissie voor de overheid, bedoeld in artikel 2;
-
ondernemingsraad: een ondernemingsraad, een centrale ondernemingsraad, een groepsondernemingsraad, een personeelsvertegenwoordiging of een vergadering als bedoeld in artikel 35b van de Wet op de ondernemingsraden;
-
bemiddeling: de bemiddeling zoals bedoeld in artikel 4;
-
werkgevers en verenigingen van werkgevers: de sector Rijk, de sector Politie, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, de Vereniging werken voor waterschappen en het Interprovinciaal Overleg;
-
centrales van overheidspersoneel: de Algemene Centrale van Overheidspersoneel, de Christelijke Centrale van Overheids- en Onderwijspersoneel, het Ambtenarencentrum, en de Centrale van Middelbare en Hogere Functionarissen bij Overheid en Onderwijs, Bedrijven en Instellingen;
-
de sector Rijk: de ambtelijke diensten van:
-
a.
elk ministerie, met uitzondering van het Ministerie van Defensie;
-
b.
de Tweede Kamer en de Eerste Kamer der Staten-Generaal;
-
c.
de Raad van State;
-
d.
de Algemene Rekenkamer;
-
e.
de Nationale ombudsman;
-
f.
de Hoge Raad van Adel;
-
g.
het Kabinet van de Koning;
-
h.
de Kanselarij der Nederlandse Orden;
-
i.
het secretariaat van de commissie van toezicht betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten;
-
j.
de Raad voor de rechtspraak, de rechtbanken, de gerechtshoven, de Centrale Raad van Beroep, het College van beroep voor het bedrijfsleven, de niet rechterlijke leden van de Raad voor de rechtspraak en van de besturen van voornoemde gerechten daaronder begrepen, en de gemeenschappelijke diensten die twee of meer van de in dit onderdeel genoemde organisaties in stand houden;
-
k.
het secretariaat van de toetsingscommissie inzet bevoegdheden.
-
a.