Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van 15 januari 2015, kenmerk 700539-130993-Z, houdende bepalingen omtrent de in de Zorgverzekeringswet bedoelde vereveningsbijdrage voor het jaar 2015 (Regeling risicoverevening 2015)

Regeling risicoverevening 2015

Hoofdstuk

1

Definities en algemene bepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    dbc-zorgproduct: een declarabele prestatie die is afgeleid uit subtrajecten en zorgactiviteiten via door de zorgautoriteit vastgestelde beslisbomen;

  • b.

    expertproduct: een dbc-zorgproduct waarvan minder dan vijf productprofielen aanwezig zijn in de door het beslismodel geselecteerde dataset, zoals door de zorgautoriteit vastgesteld;

  • c.

    overig zorgproduct: een declarabele prestatie binnen de medisch specialistische zorg, niet zijnde een dbc-zorgproduct;

  • d.

    add-on: een door de zorgautoriteit beschreven overig zorgproduct op het terrein van de intensive care, dure geneesmiddelen of weesgeneesmiddelen, bestaande uit zorgactiviteiten behorende bij een dbc-zorgproduct;

  • e.

    add-on voor oncolytica (inclusief overige oncolytica): een add-on betrekking hebbende op geneesmiddelen op het terrein van oncolytica (ATC-code L01X, L01A, L01B (exclusief BA01, BB02 en BC02), L01C, L01D, L02BB04, L02BX03, L04AX02, L04AX04 en L04AX06);

  • f.

    landelijke vaste kosten factor: een factor waarmee het Zorginstituut op basis van historische kosten van ziekenhuisverpleging 2013 de ex ante deelbedragen berekent voor de kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’ in 2014.

  • g.

    GSM: generieke somatische morbiditeit, vereveningskenmerk van toepassing op het deelbedrag ‘variabele zorgkosten’. Dit vereveningskenmerk onderscheidt verzekerden met morbiditeit (wat tot uitdrukking komt in een positieve FKG of DKG of HKG of MHK) van andere verzekerden, uitgesplitst naar leeftijdscategorie (65- en 65+).

  • h.

    GGZ-MHK: meerjarige hoge kosten in de GGZ, vereveningskenmerk van toepassing op het deelbedrag ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’. Dit vereveningskenmerk onderscheidt verzekerden die drie achtereenvolgende jaren hoge kosten hebben van verzekerden die drie achtereenvolgende jaren geen kosten hebben en van verzekerden die een of twee van die drie jaren GGZ-kosten hebben.

  • i.

    V&V-regio: regio verpleging & verzorging, vereveningskenmerk van toepassing op het deelbedrag ‘kosten van verpleging en verzorging’. Via dit regiocriterium worden regionale verschillen in zorgaanbod verpleging en verzorging verdisconteerd.

  • j.

    eerstelijnsverblijf (tijdelijke opname/palliatieve zorg/intensieve kindzorg): de door zorgautoriteit te omschrijven prestaties betrekking hebbende op verblijf in de eerste lijn;

  • k.

    kosten van langdurige geestelijke gezondheidszorg: de kosten van geneeskundige zorg zoals klinisch-psychologen en psychiaters die plegen te bieden alsmede het daarmee gepaard gaande verblijf gedurende een onafgebroken periode van meer dan 365 doch niet meer dan 1095 dagen, voor zover deze kosten onder de dekking van een zorgverzekering vallen en niet bij ministeriële regeling is bepaald dat deze als tot een ander cluster behorende kosten worden aangemerkt.

Artikel

2

Artikel

3

Hoofdstuk

2

Regels ten behoeve van de toekenning van de vereveningsbijdrage (ex ante) aan een zorgverzekeraar

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

In afwijking van artikel 6, eerste lid, en bijlage 1, tabellen 1.2, 1.3, en 1.4, en bijlage 2, tabellen 2.2 en 2.3, wordt een verzekerde die in het buitenland woont ingedeeld in de klassen ‘Geen FKG’, DKG ‘0’, ‘Geen HKG’, ‘Geen FKG psychische aandoeningen’, en DKG-klasse psychische aandoeningen '0', waarbij voor hem het gewicht van die klassen door het Zorginstituut wordt vastgesteld op een percentage van de gewichten van de desbetreffende klassen zoals deze op grond van de genoemde tabellen voor in Nederland wonende verzekerden gelden.

Artikel

8

Artikel

9

Hoofdstuk

3

Regels ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage (ex post) ten behoeve van een zorgverzekeraar

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

15

Artikel

17

Hoofdstuk

4

Aanvullingen op de vereveningsbijdrage aan een zorgverzekeraar

Hoofdstuk

5

Betaling van de vereveningsbijdrage aan zorgverzekeraar door het Zorginstituut

Artikel

19

De betaling van de bijdrage geschiedt overeenkomstig door het Zorginstituut te stellen beleidsregels, waarin ten minste een betaalschema is opgenomen dat rekening houdt met het betaalschema van de zorgverzekeraars.

Hoofdstuk

6

Wijziging van de Regeling risicoverevening 2013 en 2014

Artikel

20

Wijzigt de Regeling risicoverevening 2013.

Artikel

21

Wijzigt de Regeling risicoverevening 2014.

Hoofdstuk

7

Slotbepalingen

Artikel

22

Artikel

23

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling risicoverevening 2015.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,E. I.Schippers

Bijlage

1

behorende bij artikelen 6, eerste lid en 11, tweede lid

De bijlage betreft kosten van zorg behorende tot de clusters ‘variabele zorgkosten’ en ‘verpleging en verzorging’‘.

De in deze bijlage genoemde gewichten zijn bedoeld voor de ex ante berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (art. 6, eerste lid) en vormen de basis voor de herberekening van de gewichten ten behoeve van de ex post berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (art. 11, tweede lid).

Tabel 1.1: Gewichten voor het vereveningscriterium leeftijd en geslacht (in euro’s per verzekerde)

Mannen

0 jaar

5.240,34

22,13

1–4 jaar

1.751,55

55,48

5–9 jaar

1.601,44

27,93

10–14 jaar

1.473,82

18,21

15–17 jaar

1.489,11

15,83

18–24 jaar

1.306,69

39,09

25–29 jaar

1.268,36

24,99

30–34 jaar

1.272,61

22,84

35–39 jaar

1.374,61

21,73

40–44 jaar

1.453,73

26,91

45–49 jaar

1.587,16

36,67

50–54 jaar

1.740,95

54,72

55–59 jaar

2.037,64

78,93

60–64 jaar

2.278,98

119,59

65–69 jaar

2.966,97

388,36

70–74 jaar

3.383,53

388,36

75–79 jaar

3.845,54

428,84

80–84 jaar

4.001,11

891,24

85–89 jaar

4.119,32

1.812,51

90+ jaar

4.348,60

3.463,96

Vrouwen

0 jaar

4.553,41

20,35

1–4 jaar

1.502,73

39,46

5–9 jaar

1.453,51

22,39

10–14 jaar

1.443,89

16,99

15–17 jaar

1.633,74

11,91

18–24 jaar

1.641,96

32,61

25–29 jaar

2.178,66

18,92

30–34 jaar

2.305,74

21,18

35–39 jaar

1.954,74

23,76

40–44 jaar

1.703,16

34,54

45–49 jaar

1.759,75

46,41

50–54 jaar

1.881,00

71,41

55–59 jaar

2.024,54

110,95

60–64 jaar

2.191,59

155,79

65–69 jaar

2.722,13

388,36

70–74 jaar

3.056,17

410,42

75–79 jaar

3.410,30

724,84

80–84 jaar

3.677,84

1.518,44

85–89 jaar

3.940,95

2.693,96

90+ jaar

3.949,62

4.222,30

Tabel 1.2. Gewichten voor het vereveningscriterium FKG’s (in euro’s per verzekerde)

Geen FKG

– 176,83

Glaucoom

164,56

Schildklieraandoeningen

– 64,33

Psychose, Alzheimer en verslaving

-35,03

Depressie

26,67

Neuropathische pijn

1.084,00

Hoog cholesterol

– 16,65

Diabetes type II zonder hypertensie

393,89

COPD/Zware astma

1.476,66

Astma

434,66

Diabetes type II met hypertensie

727,40

Epilepsie

695,55

Ziekte van Crohn/Colitis Ulcerosa

685,42

Hartaandoeningen

1.442,89

Reuma: TNF alfaremmers

14.895,86

Reuma: overige middelen

1.350,33

Parkinson

2.094,58

Diabetes type I

1.267,32

Transplantaties

– 173,28

Cystic fibrosis/pancreasenzymen

2.822,02

Aandoeningen van hersenen/ruggenmerg

1.530,94

Kanker

3.600,94

Hormoongevoelige tumoren

– 1.168,25

HIV/AIDS

2.822,48

Nieraandoeningen

7.589,84

Tabel 1.3: Gewichten voor het vereveningscriterium DKG’s (in euro’s per verzekerde)

0

– 221,20

1

270,83

2

454,37

3

531,29

4

939,94

5

1.540,98

6

1.932,51

7

3.186,39

8

4.145,09

9

3.881,27

10

7.827,01

11

9.335,31

12

8.682,94

13

17.384,32

14

69.421,28

15

48.973,44

Tabel 1.4: Gewichten voor het vereveningscriterium HKG’s (in euro’s per verzekerde)

Geen HKG

– 14,14

Insuline infuuspompen

461,69

Katheters/urine-opvangzakken

1.379,80

Stoma’s

1.887,92

Tracheo-stoma’s

5.184,25

Tabel 1.5: Gewichten voor het vereveningscriterium aard van het inkomen (in euro’s per verzekerde)

0–17 jaar

0,00

Arbeidsongeschikten

18–34 jaar

682,56

35–44 jaar

789,61

45–54 jaar

699,40

55–64 jaar

548,08

Bijstandsgerechtigden

18–34 jaar

281,10

35–44 jaar

329,39

45–54 jaar

370,76

55–64 jaar

311,85

Studenten

18–34 jaar

– 256,13

Zelfstandigen

18–34 jaar

– 122,93

35–44 jaar

– 172,89

45–54 jaar

– 225,62

55–64 jaar

– 268,10

Referentiegroep

18–34 jaar

9,28

35–44 jaar

– 50,20

45–54 jaar

– 64,70

55–64 jaar

– 97,91

65+ jaar

0,00

Tabel 1.6: Gewichten voor het vereveningscriterium regio (in euro’s per verzekerde)

1

101,61

2

56,37

3

28,72

4

14,38

5

– 3,01

6

– 8,77

7

– 23,51

8

– 35,22

9

– 48,78

10

– 76,86

Tabel 1.7: Gewichten voor het vereveningscriterium regio V&V (in euro’s per verzekerde)

1

173,77

2

42,39

3

– 56,65

4

– 69,21

5

– 69,21

Tabel 1.8: Gewichten voor het vereveningscriterium sociaaleconomische status (in euro’s per verzekerde)

SES 0 (> 15 bewoners)

0–17 jaar

23,82

18–64 jaar

131,61

65+ jaar

228,13

SES 1 (laag)

0–17 jaar

23,82

18–64 jaar

18,65

65+ jaar

131,02

SES 2 (midden)

0–17 jaar

– 10,06

18–64 jaar

13,00

65+ jaar

– 39,67

SES 3 (hoog)

0–17 jaar

– 10,62

18–64 jaar

– 38,73

65+ jaar

– 97,54

Tabel 1.9: Gewichten voor het vereveningscriterium meerjarig hoge kosten (in euro’s per verzekerde)

Geen MHK

– 270,83

– 319,16

MHK 2 voorafgaande jaren hoge kosten in de top 10 procent

2.563,26

689,63

MHK 3 jaar hoge kosten in top 15 procent

2.239,73

768,79

MHK 3 jaar hoge kosten in top 10 procent

3.662,79

1.486,62

MHK 3 jaar hoge kosten in top 7 procent

5.792,57

2.438,90

MHK 3 jaar hoge kosten in top 4 procent

9.956,68

3.957,72

MHK 3 jaar hoge kosten in top 1,5 procent

26.992,98

5.654,87

Tabel 1.10: Gewichten voor het vereveningscriterium generieke somatische morbiditeit (in euro’s per verzekerde)

Geen morbiditeit

65– jaar

– 81,45

65+ jaar

– 318,39

Wel morbiditeit

65- jaar

416,85

65+ jaar

198,17

Bijlage

2

behorende bij artikel 6, eerste lid en artikel 11, tweede lid

De bijlage betreft de kosten van zorg behorende tot het cluster ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’.

De in deze bijlage genoemde vereveningscriteria zijn van toepassing voor verzekerden van achttien jaar en ouder; de gewichten zijn bedoeld voor de ex ante berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 6, eerste lid) en vormen de basis voor de herberekening van de gewichten ten behoeve van de ex post berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 11, tweede lid).

Tabel 2.1: Gewichten voor het vereveningscriterium leeftijd en geslacht (in euro’s per verzekerde)

Mannen

18–24 jaar

342,32

25–29 jaar

318,07

30–34 jaar

311,22

35–39 jaar

294,65

40–44 jaar

269,59

45–49 jaar

251,25

50–54 jaar

244,91

55–59 jaar

237,30

60–64 jaar

232,81

65–69 jaar

218,22

70–74 jaar

222,37

75–79 jaar

226,01

80–84 jaar

226,78

85–89 jaar

227,87

90+ jaar

218,22

Vrouwen

18–24 jaar

370,55

25–29 jaar

306,09

30–34 jaar

306,09

35–39 jaar

266,75

40–44 jaar

257,23

45–49 jaar

243,98

50–54 jaar

243,98

55–59 jaar

232,81

60–64 jaar

232,81

65–69 jaar

218,22

70–74 jaar

224,53

75–79 jaar

218,22

80–84 jaar

218,22

85–89 jaar

218,22

90+ jaar

218,22

Tabel 2.2: Gewichten voor het vereveningscriterium FKG psychische aandoeningen (in euro’s per verzekerde)

Geen FKG psychische aandoeningen

– 28,44

FKG psychose

1.901,64

FKG psychose depot

4.439,20

FKG chronische stemmingsstoornissen

300,12

FKG verslaving

1.171,39

FKG bipolair regulier

698,51

FKG bipolair complex

1.229,85

FKG ADHD

168,88

Tabel 2.3: Gewichten voor het vereveningscriterium DKG psychische aandoeningen (in euro’s per verzekerde)

0

– 71,14

1

1.455,97

2

5.229,04

3

10.292,73

4

16.185,50

5

23.208,13

Tabel 2.4: Gewichten voor het vereveningscriterium aard van het inkomen (in euro’s per verzekerde)

Arbeidsongeschikten

18–34 jaar

519,31

35–44 jaar

205,13

45–54 jaar

52,90

55–64 jaar

– 3,36

Bijstandsgerechtigden

18–34 jaar

518,08

35–44 jaar

335,96

45–54 jaar

205,80

55–64 jaar

85,26

Studenten

18–34 jaar

– 76,64

Zelfstandigen

18–34 jaar

– 76,64

35–44 jaar

– 27,78

45–54 jaar

– 14,53

55–64 jaar

– 3,36

Referentiegroep

18–34 jaar

– 31,04

35–44 jaar

– 27,78

45–54 jaar

– 14,53

55–64 jaar

– 3,36

65+ jaar

0,00

Tabel 2.5: Gewichten voor het vereveningscriterium ggz-regio (in euro’s per verzekerde)

1

51,18

2

6,35

3

– 3,85

4

– 2,36

5

– 8,55

6

– 8,55

7

– 8,55

8

– 8,55

9

– 8,55

10

– 8,55

Tabel 2.6: Gewichten voor het vereveningscriterium sociaaleconomische status (in euro’s per verzekerde)

SES 0 (> 15 bewoners)

18–64 jaar

1.586,78

65+ jaar

55,71

SES 1 (laag)

18–64 jaar

– 2,84

65+ jaar

10,77

SES 2 (midden)

18–64 jaar

– 9,32

65+ jaar

– 6,64

SES 3 (hoog)

18–64 jaar

– 17,87

65+ jaar

– 6,64

Tabel 2.7: Gewichten voor het vereveningscriterium eenpersoonsadres (in euro’s per verzekerde)

Eenpersoonsadres

Niet

– 14,95

Wel

72,22

Tabel 2.8: Gewichten voor het vereveningscriterium GGZ meerjarig hoge kosten (in euro’s per verzekerde)

GGZ-MHK 3 jaar geen kosten

– 88,49

GGZ-MHK in 3 jaar ten minste 1x kosten

484,93

GGZ-MHK 3 jaar hoge kosten in top 12,5 promille

2.645,03

GGZ-MHK 3 jaar hoge kosten in top 5 promille

7.305,34

Bijlage

3

behorende bij artikelen 9, tweede lid

De bijlage betreft het eigen risico.

De in deze bijlage genoemde gewichten zijn bedoeld voor de berekening van de specifiek voor de zorgverzekeraar geraamde opbrengst van het verplicht eigen risico (artikel 9, tweede lid) en vormen de basis voor de herberekening van de opbrengst van het verplicht eigen risico ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage van een zorgverzekeraar (artikel 17, tweede lid).

Tabel 3.1: Gewichten voor het vereveningscriterium leeftijd en geslacht (in euro’s per verzekerde)

Mannen

18–24 jaar

132,48

25–29 jaar

125,09

30–34 jaar

128,02

35–39 jaar

135,83

40–44 jaar

142,62

45–49 jaar

153,33

5054 jaar

167,04

55–59 jaar

190,00

60–64 jaar

210,01

65–69 jaar

233,40

70–74 jaar

260,33

75–79 jaar

283,13

80–84 jaar

298,92

85–89 jaar

309,24

90+ jaar

308,48

Vrouwen

18–24 jaar

195,07

25–29 jaar

194,19

30–34 jaar

198,65

35–39 jaar

196,78

40–44 jaar

193,45

45–49 jaar

200,40

50–54 jaar

212,43

55–59 jaar

222,93

60–64 jaar

232,88

65–69 jaar

252,40

70–74 jaar

276,25

75–79 jaar

295,37

80–84 jaar

305,45

85–89 jaar

305,18

90+ jaar

291,32

Tabel 3.2: Gewichten voor het vereveningscriterium aard van het inkomen (in euro’s per verzekerde)

Arbeidsongeschikten

18–34 jaar

73,89

35–44 jaar

80,24

45–54 jaar

69,15

55–64 jaar

45,21

Bijstandsgerechtigden

18–34 jaar

54,19

35–44 jaar

58,89

45–54 jaar

50,85

55–64 jaar

16,37

Zelfstandigen

18–34 jaar

– 6,25

35–44 jaar

– 10,64

45–54 jaar

– 15,29

55–64 jaar

– 16,70

Studenten

18–34 jaar

– 16,26

Referentiegroep

18–34 jaar

– 1,37

35–44 jaar

– 4,51

45–54 jaar

– 4,01

55–64 jaar

– 3,87

65+ jaar

0,00

Tabel 3.3: Gewichten voor het vereveningscriterium regio (in euro’s per verzekerde)

1

11,85

2

7,51

3

5,99

4

3,80

5

0,22

6

– 0,50

7

– 2,36

8

– 4,57

9

– 8,66

10

– 10,72