Artikel
1
1
Ten aanzien van de in het tweede lid genoemde artikelen van het Binnenvaartpolitiereglement wordt mandaat en machtiging verleend aan de volgende functionarissen werkzaam bij Rijkswaterstaat Midden-Nederland:
-
a.
de directeur Netwerkontwikkeling;
-
b.
het hoofd van de afdeling Vergunningen.
2
De in het eerste lid bedoelde artikelen van het Binnenvaartpolitiereglement zijn:
1.23;
3.20, vijfde lid, onderdelen a en e;
3.27;
3.28;
3.29, tweede lid, onderdeel b;
6.08;
6.28b, eerste lid, onderdeel b. Voor zover het een schip betreft waarvan de te volgen route is gelegen in meer dan één beheersgebied, is iedere Hoofdingenieur-Directeur voor het geheel van de te bevaren beheersgebieden bevoegd;
7.02, eerste lid, onderdeel b;
8.08, tweede lid, onderdeel g, en derde lid;
9.03, tweede, derde, vierde en zesde lid;
3
Het mandaat verleend aan de directeur Netwerkontwikkeling omvat mede de bevoegdheid tot het beslissen op bezwaar, mits het besluit waartegen bezwaar is gemaakt niet door hem in mandaat is genomen. Het mandaat verleend aan het hoofd van de afdeling Vergunningen heeft geen betrekking op de bevoegdheid tot het beslissen op bezwaar.