Regeling van het Commissariaat voor de Media van 18 november 2014 houdende regels omtrent productplaatsing commerciële media-instellingen 2014 (Regeling productplaatsing commerciële media-instellingen 2014)

Regeling productplaatsing commerciële media-instellingen 2014

Het Commissariaat voor de Media,

besluit:

Artikel

1

Strekking van de regeling

De regels vastgesteld in deze regeling hebben betrekking op de wettelijke voorschriften die zijn opgenomen in de bijlage bij deze regeling.

Artikel

3

Definitie programma

Artikel

4

Definitie productplaatsing

Onder ‘opnemen van of het verwijzen naar een product, dienst of (beeld)merk binnen het kader van het programma’ zoals bedoeld in de definitie van productplaatsing in artikel 1.1, eerste lid, van de wet wordt verstaan: het in ruil voor een geldelijke bijdrage binnen de verhaallijn van een programma vertonen of vermelden van een product, dienst of (beeld)merk.

Artikel

5

Definitie (beeld)merk

Onder ‘(beeld)merk’ in de definitie van productplaatsing in artikel 1.1, eerste lid, van de wet wordt verstaan de benaming, tekening, afdruk, stempel, letters, cijfers, vorm van waren of van verpakking en alle andere voor grafische voorstelling vatbare tekens, die dienen om de waren of diensten van de productplaatser te onderscheiden.

Artikel

6

Definitie lichte amusementsprogramma’s

Artikel

8

Bijdrage van ondergeschikte betekenis

Onder ‘productplaatsing’, als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de wet, wordt niet verstaan: het verstrekken van een niet-financiële bijdrage die in het programma niet of niet identificeerbaar wordt getoond of vermeld en:

  • a.

    die door een derde in bruikleen is gegeven; of,

  • b.

    waarvan de waarde in verhouding tot de totale kosten van de totstandkoming of aankoop van het programma van ondergeschikte betekenis is maar in ieder geval niet hoger is dan € 1.000,– per bijdrage voor televisie en € 200,– per bijdrage voor radio.

Artikel

9

Productplaatsingvermelding ter informatie van het publiek

Artikel

10

Producten of diensten in programma’s die productplaatsing bevatten

Artikel

11

Slotbepaling

Commissariaat voor de Media, M. de Cock Buning voorzitter
E. Eljon
commissaris

Bijlage

Regeling productplaatsing commerciële media-instellingen 2013

Artikel

1.1, eerste lid

van de Mediawet 2008

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • sluikreclame: het anders dan op grond van deze wet vermelden of tonen van namen, (beeld)merken, producten, diensten of activiteiten van personen, bedrijven of instellingen als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daarmee wordt beoogd of mede wordt beoogd reclame te maken, met dien verstande dat het oogmerk in elk geval aanwezig is als de vertoning of vermelding tegen betaling of soortgelijke vergoeding geschiedt;

  • programma: elektronisch product met beeld- of geluidsinhoud dat duidelijk afgebakend is en als zodanig herkenbaar onder een afzonderlijke titel via een omroepdienst wordt verspreid;

  • productplaatsing: het tegen betaling of soortgelijke vergoeding opnemen van of het verwijzen naar een product, dienst of (beeld)merk binnen het kader van een programma, of met een programma overeenkomend onderdeel van het media-aanbod.

Artikel

3.19a

van de Mediawet 2008

  • 1.

    Productplaatsing in het programma-aanbod, voor zover dat aanbod is geproduceerd na 19 december 2009, is niet toegestaan.

  • 2.

    Tenzij het programma-aanbod in het bijzonder bestemd is voor kinderen jonger dan twaalf jaar, is het eerste lid niet van toepassing op programma-aanbod bestaande uit:

    • a.

      films;

    • b.

      series;

    • c.

      sportprogramma’s; en

    • d.

      lichte amusementsprogramma’s.

Artikel

3.19b

van de Mediawet 2008

  • 1.

    Productplaatsing mag alleen voorkomen als in het redactiestatuut, bedoeld in artikel 3.5, tweede lid, waarborgen zijn opgenomen voor de redactionele onafhankelijkheid van de werknemers die belast zijn met de verzorging en samenstelling van het programma-aanbod in verband met productplaatsing.

  • 2.

    Productplaatsing in het programma-aanbod is zodanig vormgegeven dat:

    • a.

      het publiek niet rechtstreeks door middel van specifieke aanprijzingen wordt aangespoord tot het kopen of huren van producten of afname van diensten; en

    • b.

      het betrokken product geen overmatige aandacht krijgt.

  • 3.

    Productplaatsing is niet toegestaan voor:

    • a.

      medische behandelingen; en

    • b.

      alcoholhoudende dranken tussen 06.00 uur en 21.00 uur.

  • 4.

    Bij programma-aanbod waarin productplaatsing is opgenomen wordt ter informatie van het publiek duidelijk vermeld dat het programma-aanbod voorzien is van productplaatsing. De vermelding geschiedt op passende wijze en vindt plaats aan het begin en het einde van het programma en eveneens aan het begin of het einde van de in het programma opgenomen reclameboodschap of reclameboodschappen.

  • 5.

    Het Commissariaat kan nadere regels stellen over de toepassing van productplaatsing in programma-aanbod, welke regels de goedkeuring behoeven van Onze Minister.

Artikel

3.29d

van de Mediawet 2008

Op commerciële mediadiensten op aanvraag zijn de artikelen 3.5, 3.5a, 3.6, 3.7, tweede lid, aanhef en onder a, 3.15 tot en met 3.19c en 3.26 van overeenkomstige toepassing met uitzondering van de artikelen 3.16, vierde lid, en 3.19b, derde lid, onderdeel b.

Artikel

7:446

Burgerlijk Wetboek

  • 1.

    De overeenkomst inzake geneeskundige behandeling – in deze afdeling verder aangeduid als de behandelingsovereenkomst – is de overeenkomst waarbij een natuurlijke persoon of een rechtspersoon, de hulpverlener, zich in de uitoefening van een geneeskundig beroep of bedrijf tegenover een ander, de opdrachtgever, verbindt tot het verrichten van handelingen op het gebied van de geneeskunst, rechtstreeks betrekking hebbende op de persoon van de opdrachtgever of van een bepaalde derde. Degene op wiens persoon de handelingen rechtstreeks betrekking hebben wordt verder aangeduid als de patiënt.

  • 2.

    Onder handelingen op het gebied van de geneeskunst worden verstaan:

    • a.

      alle verrichtingen – het onderzoeken en het geven van raad daaronder begrepen – rechtstreeks betrekking hebbende op een persoon en ertoe strekkende hem van een ziekte te genezen, hem voor het ontstaan van een ziekte te behoeden of zijn gezondheidstoestand te beoordelen, dan wel deze verloskundige bijstand te verlenen;

    • b.

      andere dan de onder a bedoelde handelingen, rechtstreeks betrekking hebbende op een persoon, die worden verricht door een arts of tandarts in die hoedanigheid.

  • 3.

    Tot de handelingen, bedoeld in lid 1, worden mede gerekend het in het kader daarvan verplegen en verzorgen van de patiënt en het overigens rechtstreeks ten behoeve van de patiënt voorzien in de materiële omstandigheden waaronder die handelingen kunnen worden verricht.

  • 4.

    Geen behandelingsovereenkomst is aanwezig, indien het betreft handelingen ter beoordeling van de gezondheidstoestand of medische begeleiding van een persoon, verricht in opdracht van een ander dan die persoon in verband met de vaststelling van aanspraken of verplichtingen, de toelating tot een verzekering of voorziening, of de beoordeling van de geschiktheid voor een opleiding, een arbeidsverhouding of de uitvoering van bepaalde werkzaamheden.