Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 28 juni 2015, nr. WJZ / 15083650, houdende vaststelling van subsidie-instrumenten in het kader van de Europese structuur- en investeringsfondsen op het terrein van Economische Zaken (Regeling Europese EZ-subsidies)

Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies

De Staatssecretaris van Economische Zaken,
Gelet op:
  • verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PbEU 2013, L347);

  • verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad (PbEU 2013, L347);

  • verordening (EU) nr. 640/2014 van de Commissie van 11 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem en de voorwaarden voor weigering of intrekking van betalingen en voor administratieve sancties in het kader van rechtstreekse betalingen, plattelandsontwikkelingsbijstand en de randvoorwaarden (PbEU 2014, L181);

  • verordening (EU) nr. 809/2014 van de Commissie van 17 juli 2014 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem, plattelandsontwikkelingsmaatregelen en de randvoorwaarden (PbEU 2014, L227);

  • verordening (EU) nr. 1301/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling en specifieke bepalingen met betrekking tot de doelstelling ‘Investeren in groei en werkgelegenheid’, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1080/2006 (PbEU 2013, L347);

  • verordening (EU) nr. 1299/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende specifieke bepalingen voor steun uit het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling ter verwezenlijking van de doelstelling ‘Europese territoriale samenwerking (PbEU 2013, L347);

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1.1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • bevoegde autoriteit: de minister of managementautoriteit;

  • bruto jaarloon: bruto jaarsalaris, inclusief een niet-prestatiegebonden eindejaarsuitkering of een beloning in de vorm van een dertiende maand, zijnde een vast bedrag of vastgesteld percentage van het salaris, dat werknemers als extra loon ontvangen, voor zover dit is geregeld in de geldende CAO of arbeidsovereenkomst, exclusief vakantiegeld, exclusief (overige) vergoedingen, bijzondere beloningen, winst- of prestatieafhankelijke uitkeringen en aanvullende werkgeverslasten;

  • groep: groep als bedoeld in artikel 2:24b van het Burgerlijk Wetboek;

  • laatste betaling: laatste betaling door de bevoegde autoriteit aan de begunstigde van het bedrag of een deel van het bedrag, genoemd in de beschikking tot subsidievaststelling;

  • managementautoriteit: door de minister als zodanig aangewezen autoriteit;

  • minister:

  • mkb: midden- en kleinbedrijf als bedoeld in artikel 2, onderdeel 28, van verordening 1303/2013;

  • netto-inkomsten: netto-inkomsten als bedoeld in artikel 61, eerste lid, van verordening 1303/2013;

  • onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent;

  • penvoerder: de door de deelnemers aan het samenwerkingsverband aangewezen penvoerende persoon of organisatie;

  • samenwerkingsverband: verband dat geen rechtspersoonlijkheid bezit, bestaand uit ten minste twee niet in een groep verbonden deelnemers, dat is opgericht ten behoeve van de uitvoering van activiteiten, niet zijnde een vennootschap;

  • subsidieontvanger: begunstigde als bedoeld in artikel 2, onderdeel 10, van verordening 1303/2013;

  • verordening 1301/2013: verordening (EU) nr. 1301/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling en specifieke bepalingen met betrekking tot de doelstelling ‘Investeren in groei en werkgelegenheid’, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1080/2006 (PbEU 2013, L347);

  • verordening 1303/2013: verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PbEU 2013, L347);

  • verordening 1305/2013: verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad (PbEU 2013, L347);

  • verordening 508/2014: verordening (EU) nr. 508/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 2328/2003, (EG) nr. 861/2006, (EG) nr. 1198/2006 en (EG) nr. 791/2007 van de Raad en Verordening (EU) nr. 1255/2011 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2014, L149).

Artikel

1.2

Cumulatie

Onverminderd artikel 65, elfde lid, van verordening 1303/2013, wordt, indien reeds door een bestuursorgaan of de Europese Commissie subsidie is verstrekt voor de subsidiabele kosten of een deel daarvan, slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het totale bedrag aan subsidies niet meer bedraagt dan het bedrag dat volgens de toepasselijke Europese verordeningen toegestaan is.

Artikel

1.3

Subsidiabele kosten

Artikel

1.4

Berekening loonkosten en eigen arbeid

Artikel

1.5

Niet-subsidiabele kosten

Onverminderd artikel 69, derde lid, van verordening 1303/2013, komen in geval van artikel 1.3, onderdeel d, de volgende kosten niet in aanmerking voor subsidie:

  • a.

    administratieve en financiële sancties en boetes;

  • b.

    winstopslagen binnen een groep of samenwerkingsverband;

  • c.

    fooien en geschenken;

  • d.

    representatiekosten en -vergoedingen;

  • e.

    kosten van personeelsactiviteiten;

  • f.

    kosten van overboekingen en annuleringen;

  • g.

    gratificaties en bonussen;

  • h.

    kosten van outplacementtraject.

Artikel

1.6

Wettelijke rente bij terugvordering

Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 6 van de Kaderwet EZ-subsidies of in geval van terugvordering op grond van verordening 1303/2013, verordening 1301/2013, verordening 1305/2013, verordening 508/2014 of verordening 809/2014, worden terug te vorderen bedragen vermeerderd met de wettelijke rente, bedoeld in artikel 6:120, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, die wordt berekend over de periode vanaf de datum van het verstrijken van de termijn waarbinnen betaling door de subsidieontvanger moet plaatsvinden en de datum van terugbetaling door de subsidieontvanger.

Artikel

1.7

Methode verrekenen van netto-inkomsten

In geval een project of investering netto-inkomsten als bedoeld in artikel 61 van verordening 1303/2013 genereert, brengt de bevoegde autoriteit de netto-inkomsten bij de beschikking tot subsidieverlening in mindering op de subsidiabele kosten overeenkomstig de methode, bedoeld in artikel 61, derde lid, onderdeel b, van verordening 1303/2013, tenzij de bevoegde autoriteit voor de desbetreffende sector of subsector heeft gekozen voor een vast netto-inkomstenpercentage als bedoeld in artikel 61, derde lid, onderdeel a, van verordening 1303/2013.

Artikel

1.8

Vaststelling beleidsregels

De bevoegde autoriteit stelt beleidsregels vast voor de toepassing van financiële correcties, als bedoeld in artikel 143, tweede lid, van verordening 1303/2013.

Artikel

1.9

Vaststelling procedure

Als procedure, bedoeld in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013 wordt vastgesteld de procedure van bijlage 1 bij deze regeling.

Hoofdstuk

2

Regels omtrent subsidieverstrekking door de minister

Artikel

2.3

Openstelling

Artikel

2.4

Wijze van verdelen

De minister verdeelt het subsidieplafond:

  • a.

    op volgorde van binnenkomst van de aanvragen;

  • b.

    op volgorde van rangschikking van de aanvragen;

  • c.

    evenredig over de ingediende aanvragen, of

  • d.

    door loting.

Artikel

2.5

Verdeling op volgorde van binnenkomst

Artikel

2.6

Verdeling op volgorde van rangschikking

Artikel

2.7

Verdeling van subsidieplafond per categorie

Indien per categorie van aanvragers of activiteiten een subsidieplafond is vastgesteld, vindt de verdeling, bedoeld in artikel 2.4, plaats per categorie.

Artikel

2.8

Adviescommissie

Artikel

2.9

Indienen van de aanvraag tot subsidieverlening

Artikel

2.10

Niet-subsidiabele kosten samenwerkingsverband

Onverminderd artikel 1.5, komen in geval van een samenwerkingsverband, kosten die een deelnemer van het samenwerkingsverband in rekening brengt bij een andere deelnemer aan het samenwerkingsverband niet voor subsidie in aanmerking.

Artikel

2.11

Afwijzingsgronden

Artikel

2.12

Beslissing op de aanvraag

Artikel

2.13

Beslissing samenwerkingsverband

Indien de subsidie wordt verleend aan deelnemers in een samenwerkingsverband, verzendt de minister de beschikkingen tot subsidieverlening aan de penvoerder.

Artikel

2.14

Bevoorschotting

Artikel

2.15

Algemene verplichtingen subsidieontvanger

Artikel

2.16

Uitvoering projectplan

Artikel

2.17

Administratieve verplichtingen subsidieontvanger

Artikel

2.18

Tussenrapportage projecten

Artikel

2.19

Instandhouding investering

Artikel

2.20

Indienen aanvraag subsidievaststelling

Artikel

2.21

Indienen aanvraag subsidievaststelling samenwerkingsverband

Indien subsidieontvangers samenwerken in een samenwerkingsverband, dient de penvoerder hun aanvraag tot subsidievaststelling in.

Artikel

2.22

Beschikking subsidievaststelling

Hoofdstuk

3

Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij

Titel

3.1

Algemene bepalingen

Artikel

3.1.1

Begripsbepalingen

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • algemeen nut beogende instelling: instelling als bedoeld in artikel 5b, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;

  • aquacultuurproducten: aquacultuurproducten als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel 34, van verordening 1380/2013;

  • binnenvisserij: binnenvisserij als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel d, van de Visserijwet 1963;

  • binnenwateren: binnenwateren als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Uitvoeringsregeling visserij;

  • kustvisserij: kustvisserij als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel c, van de Visserijwet 1963;

  • marktdeelnemer: marktdeelnemer als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel 30, van verordening 1380/2013;

  • producentenorganisatie voor aquacultuurproducten: producentenorganisatie voor aquacultuurproducten als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van verordening 1379/2013;

  • producentenorganisatie voor visserijproducten: producentenorganisatie voor visserijproducten als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van verordening 1379/2013;

  • technische organisatie:

    • a.

      onder c en g van de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde instelling voor hoger onderwijs;

    • b.

      geheel of gedeeltelijk, meerjarig door een andere lidstaat van de Europese Unie gefinancierde openbare instelling voor hoger onderwijs gelijkwaardig aan een instelling als bedoeld onder a;

    • c.

      rechtspersoon ten aanzien waarvan een instelling als bedoeld onder a of b direct of indirect:

      • 1°.

        meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft,

      • 2°.

        volledig aansprakelijk vennoot is, of

      • 3°.

        overwegende zeggenschap heeft;

    • d.

      onderzoeksorganisatie zonder winstoogmerk met eigen medewerkers in loondienst, die tot doel heeft via het structureel doen van eigen onderzoek en het ontwikkelen en testen van technische toepassingen door haar medewerkers, de technologische kennis op een specifiek terrein te bevorderen, die geen instelling is als bedoeld onder a tot en met c;

    • e.

      organisatie, niet zijnde een wetenschappelijke organisatie of een organisatie als bedoeld onder a tot en met d, die wetenschappelijke of technische kennis heeft op het gebied van de op grond van dit hoofdstuk te subsidiëren activiteiten, en die als bedrijfsactiviteit adviesopdrachten uitvoert;

  • verordening 1379/2013: Verordening (EU) nr. 1379/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 houdende een gemeenschappelijke marktordening voor visserijproducten en aquacultuurproducten, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1184/2006 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad (PbEU 2013, L 354);

  • verordening 1380/2013: verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PbEU 2013, L 354);

  • verordening 763/2014: Uitvoeringsverordening (EU) nr. 763/2014 van de Commissie van 11 juli 2014 houdende uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 508/2014 van het Europees Parlement en de Raad inzake het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij met betrekking tot de technische kenmerken van voorlichtings- en publiciteitsmaatregelen en instructies over de vormgeving van het embleem van de Unie;

  • visser: natuurlijk persoon die zich bezighoudt met visserijactiviteiten en zijn hoofdberoep uitoefent aan boord van een vissersvaartuig dat in bedrijf is;

  • visserijactiviteit: visserijactiviteit als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel 28, van verordening 1380/2013;

  • visserijonderneming: onderneming die zich bezighoudt met visserijactiviteiten;

  • visserijorganisatie: een organisatie waarvan uit de doelstellingen in de statuten blijkt dat zij het collectief belang van vissers of visserijondernemingen behartigt;

  • vissersvaartuig: vissersvaartuig als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel 4, van verordening 1380/2013;

  • vlootregister: register als bedoeld in artikel 24 van verordening 1380/2013;

  • wetenschappelijke organisatie:

    • a.

      onder a en b van de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde instelling voor hoger onderwijs;

    • b.

      andere dan onder a bedoelde geheel of gedeeltelijk, meerjarig door de overheid gefinancierde onderzoeksorganisatie zonder winstoogmerk die activiteiten verricht met als doel de algemene wetenschappelijke of technische kennis uit te breiden;

    • c.

      geheel of gedeeltelijk, meerjarig door een andere lidstaat van de Europese Unie gefinancierde:

      • 1°.

        openbare instelling voor hoger onderwijs gelijkwaardig aan een instelling als bedoeld onder a,

      • 2°.

        onderzoeksorganisatie zonder winstoogmerk die activiteiten verricht met als doel de algemene wetenschappelijke en technische kennis uit te breiden;

    • d.

      rechtspersoon ten aanzien waarvan een instelling als bedoeld onder a, b of c direct of indirect:

      • 1°.

        meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft,

      • 2°.

        volledig aansprakelijk vennoot is, of

      • 3°.

        overwegende zeggenschap heeft;

  • zeevisserij: zeevisserij als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel b, van de Visserijwet 1963.

Artikel

3.1.2

Niet-subsidiabele kosten

Onverminderd artikel 1.5, komen de kosten van de activiteiten bedoeld in artikel 11 van verordening 508/2014 niet voor subsidie in aanmerking.

Artikel

3.1.3

Afwijzingsgronden

Onverminderd artikel 2.11, beslist de minister afwijzend op een aanvraag tot subsidieverlening indien:

  • a.

    de subsidieaanvrager niet ontvankelijk is voor steun ingevolge artikel 10 van verordening 508/2014;

  • b.

    de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd niet subsidiabel zijn ingevolge artikel 11 van verordening 508/2014;

  • c.

    de subsidieaanvrager niet voldoet aan de verplichting tot het verstrekken van informatie, bedoeld in artikel 111 van verordening 508/2014.

Artikel

3.1.4

Indiening aanvraag tot subsidieverlening

Onverminderd artikel 2.9 bevat een aanvraag tot subsidieverlening in ieder geval:

  • a.

    het nummer waaronder de subsidieaanvrager geregistreerd is bij de Kamer van Koophandel of in het geval de subsidieaanvrager een natuurlijke persoon is, het burgerservicenummer;

  • b.

    gegevens waaruit blijkt dat de subsidieaanvrager beschikt over voldoende financiële capaciteit als bedoeld in artikel 125, derde lid, onderdeel d, van verordening 1303/2013 om het project of de investering waarvoor subsidie wordt aangevraagd uit te kunnen voeren;

  • c.

    een verklaring dat de subsidieaanvrager, indien hij een marktdeelnemer is als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel 30, van verordening 1380/2013, voldoet aan artikel 10, eerste en derde lid, van verordening 508/2014;

  • d.

    gegevens ten behoeve van monitoring of evaluatie als bedoeld in artikel 111 van verordening 508/2014;

  • e.

    Voor zover ten tijde van de aanvraag tot subsidieverlening bekend is dat de aanvrager een opdracht wil verlenen als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, een kopie van een opgevraagde offerte, waarmee de kosten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, onderbouwd worden;

  • f.

    voor zover ten tijde van de aanvraag tot subsidieverlening bekend is dat een aanvrager een opdracht wil verlenen als bedoeld in artikel 3.1.6, vierde lid, gegevens over de gevolgde procedure en de gunningsbeslissing, bedoeld in artikel 3.1.6, vijfde lid;

  • g.

    een beschrijving van de communicatieactiviteiten, bedoeld in Bijlage V, paragraaf 3.1, tweede lid, onderdeel e, van verordening 508/2014 die de subsidieontvanger of het samenwerkingsverband wil gaan ondernemen.

Artikel

3.1.4.a

Voorschotverlening en opdrachtgunning

Voor zover de subsidieontvanger voor de kosten waarvoor hij een voorschot als bedoeld in artikel 2.14 aanvraagt, een opdracht als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, heeft verleend, bevat de aanvraag tot voorschotverlening als bedoeld in artikel 2.14, kopieën van de opgevraagde offertes als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, en de relevante redenen voor een op basis van deze offertes genomen gunningsbeslissing.

Artikel

3.1.5

Indiening aanvraag tot subsidievaststelling

Artikel

3.1.6

Verplichtingen subsidieontvanger

Artikel

3.1.7

Instandhouding van investeringen

Artikel

3.1.8

Adviescommissie

Artikel

3.1.9

Verrekening netto-inkomsten

Titel

3.2

Jonge vissers

Artikel

3.2.1

Begripsbepalingen

Vervallen

Artikel

3.2.2

Subsidiabele activiteiten

Vervallen

Artikel

3.2.3

Indiening aanvraag tot subsidieverlening

Vervallen

Artikel

3.2.4

Verdeling van het subsidieplafond

Vervallen

Artikel

3.2.5

Subsidiabele kosten

Vervallen

Artikel

3.2.6

Niet-subsidiabele kosten

Vervallen

Artikel

3.2.7

Hoogte van de subsidie

Vervallen

Artikel

3.2.8

Realisatietermijn

Vervallen

Artikel

3.2.9

Afwijzingsgronden

Vervallen

Artikel

3.2.10

Indienen aanvraag subsidievaststelling

Vervallen

Artikel

3.2.11

Vervallen

Titel

3.3

Aanlandplichtinnovatieprojecten

Artikel

3.3.1

Begripsbepalingen

Vervallen

Artikel

3.3.2

Subsidiabele activiteiten

Vervallen

Artikel

3.3.3

Betrokkenheid van een technische of wetenschappelijke organisatie

Vervallen

Artikel

3.3.4

Indiening aanvraag tot subsidieverlening

Vervallen

Artikel

3.3.5

Verdeling van het subsidieplafond

Vervallen

Artikel

3.3.6

Rangschikkingscriteria

Vervallen

Artikel

3.3.7

Beschikkingen onder opschortende voorwaarde

Vervallen

Artikel

3.3.8

Niet subsidiabele kosten

Vervallen

Artikel

3.3.9

Hoogte van de subsidie

Vervallen

Artikel

3.3.10

Start- en realisatietermijn

Vervallen

Artikel

3.3.11

Verplichtingen subsidieontvanger

Vervallen

Artikel

3.3.12

Afwijzingsgrond

Vervallen

Artikel

3.3.13

Intellectuele eigendomsrechten

Vervallen

Artikel

3.3.14

Voorschot

Vervallen

Artikel

3.3.15

Verrekening van netto-inkomsten

Vervallen

Artikel

3.3.16

Indienen aanvraag tot subsidievaststelling

Vervallen

Artikel

3.3.17

Vervaltermijn

Vervallen

Titel

3.4

Rendementsverbeteringsprojecten

Artikel

3.4.1

Begripsbepaling

Vervallen

Artikel

3.4.2

Subsidiabele activiteiten

Vervallen

Artikel

3.4.3

Betrokkenheid van een technische of wetenschappelijke organisatie

Vervallen

Artikel

3.4.3a

Validatie door een wetenschappelijke organisatie

Vervallen

Artikel

3.4.4

Indiening aanvraag tot subsidieverlening

Vervallen

Artikel

3.4.5

Verdeling van het subsidieplafond

Vervallen

Artikel

3.4.6

Rangschikkingscriteria

Vervallen

Artikel

3.4.7

Niet subsidiabele kosten

Vervallen

Artikel

3.4.8

Hoogte van de subsidie

Vervallen

Artikel

3.4.9

Start- en realisatietermijn

Vervallen

Artikel

3.4.11

Afwijzingsgrond

Vervallen

Artikel

3.4.12

Voorschot

Vervallen

Artikel

3.4.13

Indienen aanvraag tot subsidievaststelling

Vervallen

Artikel

3.4.14

Vervaltermijn

Vervallen

Titel

3.5

Aquacultuurinnovatieprojecten

Artikel

3.5.1

Begripsbepalingen

Vervallen

Artikel

3.5.2

Subsidiabele activiteiten

Vervallen

Artikel

3.5.3

Betrokkenheid van een technische of wetenschappelijke organisatie

Vervallen

Artikel

3.5.4

Indiening aanvraag tot subsidieverlening

Vervallen

Artikel

3.5.5

Verdeling van het subsidieplafond

Vervallen

Artikel

3.5.6

Rangschikkingscriteria

Vervallen

Artikel

3.5.7

Hoogte van de subsidie

Vervallen

Artikel

3.5.8

Start- en realisatietermijn

Vervallen

Artikel

3.5.9

Milieueffecten

Vervallen

Artikel

3.5.10

Afwijzingsgronden

Vervallen

Artikel

3.5.11

Voorschot

Vervallen

Artikel

3.5.12

Indienen aanvraag tot subsidievaststelling

Vervallen

Artikel

3.5.13

Vervaltermijn

Vervallen

Titel

3.6

Afzetbevorderingsprojecten

Artikel

3.6.1

Begripsbepalingen

Vervallen

Artikel

3.6.2

Subsidiabele activiteiten

Vervallen

Artikel

3.6.3

Verdeling van het subsidieplafond

Vervallen

Artikel

3.6.4

Rangschikkingscriteria

Vervallen

Artikel

3.6.5

Hoogte van de subsidie

Vervallen

Artikel

3.6.6

Start- en realisatietermijn

Vervallen

Artikel

3.6.7

Afwijzingsgrond

Vervallen

Artikel

3.6.8

Voorschot

Vervallen

Artikel

3.6.9

Vervaltermijn

Vervallen

Titel

3.7

Productie- en afzetprogramma's

Artikel

3.7.1

Begripsbepalingen

Vervallen

Artikel

3.7.2

Subsidiabele activiteiten

Vervallen

Artikel

3.7.3

Aantal aanvragen

Vervallen

Artikel

3.7.4

Verdeling van het subsidieplafond

Vervallen

Artikel

3.7.5

Hoogte van de subsidie

Vervallen

Artikel

3.7.6

Afwijzingsgronden

Vervallen

Artikel

3.7.7

Realisatietermijn

Vervallen

Artikel

3.7.8

Verplichtingen

Vervallen

Artikel

3.7.9

Vervaltermijn

Vervallen

Titel

3.8

Innovatieprojecten duurzame visserij

Artikel

3.8.1

Begripsbepalingen

Vervallen

Artikel

3.8.2

Subsidiabele activiteiten

Vervallen

Artikel

3.8.3

Betrokkenheid van een wetenschappelijke of technische organisatie

Vervallen

Artikel

3.8.4

Validatie door een wetenschappelijke organisatie

Vervallen

Artikel

3.8.5

Indiening aanvraag tot subsidieverlening

Vervallen

Artikel

3.8.6

Verdeling van het subsidieplafond

Vervallen

Artikel

3.8.7

Rangschikkingscriteria

Vervallen

Artikel

3.8.8

Beschikkingen onder opschortende voorwaarde

Vervallen

Artikel

3.8.9

Niet-subsidiabele kosten

Vervallen

Artikel

3.8.10

Hoogte van de subsidie

Vervallen

Artikel

3.8.11

Start- en realisatietermijn

Vervallen

Artikel

3.8.12

Verplichtingen subsidieontvanger

Vervallen

Artikel

3.8.13

Afwijzingsgrond

Vervallen

Artikel

3.8.14

Intellectuele eigendomsrechten

Vervallen

Artikel

3.8.15

Voorschot

Vervallen

Artikel

3.8.16

Netto-inkomsten

Vervallen

Artikel

3.8.17

Indienen aanvraag tot subsidievaststelling

Vervallen

Artikel

3.8.18

Vervaltermijn

Vervallen

Titel

3.9

Samenwerkingsprojecten wetenschap en visserij

Artikel

3.9.1

Begripsbepalingen

Vervallen

Artikel

3.9.2

Subsidiabele activiteiten

Vervallen

Artikel

3.9.3

Indiening aanvraag tot subsidieverlening

Vervallen

Artikel

3.9.4

Verdeling van het subsidieplafond

Vervallen

Artikel

3.9.5

Rangschikkingscriteria

Vervallen

Artikel

3.9.6

Niet-subsidiabele kosten

Vervallen

Artikel

3.9.7

Hoogte van de subsidie

Vervallen

Artikel

3.9.8

Start- en realisatietermijn

Vervallen

Artikel

3.9.9

Verplichtingen subsidieontvanger

Vervallen

Artikel

3.9.10

Afwijzingsgronden

Vervallen

Artikel

3.9.11

Voorschot

Vervallen

Artikel

3.9.12

Adviescommissie

Vervallen

Artikel

3.9.13

Vervaltermijn

Vervallen

Titel

3.10

Investeringen voor toegevoegde waarde van visserijproducten

Artikel

3.10.1

Subsidiabele activiteiten

Vervallen

Artikel

3.10.2

Aantal aanvragen

Vervallen

Artikel

3.10.3

Indiening aanvraag tot subsidieverlening

Vervallen

Artikel

3.10.4

Verdeling van het subsidieplafond

Vervallen

Artikel

3.10.5

Hoogte van de subsidie

Vervallen

Artikel

3.10.6

Realisatietermijn

Vervallen

Artikel

3.10.7

Afwijzingsgronden

Vervallen

Artikel

3.10.8

Indiening aanvraag tot subsidievaststelling

Vervallen

Artikel

3.10.9

Vervaltermijn

Vervallen

Titel

3.11

Tijdelijk stopzetten van visserijactiviteiten als gevolg van COVID-19

Artikel

3.11.1

Begripsomschrijvingen

Vervallen

Artikel

3.11.2

Subsidiabele activiteiten

Vervallen

Artikel

3.11.3

Hoogte subsidie

Vervallen

Artikel

3.11.4

Verdeling subsidieplafond

Vervallen

Artikel

3.11.5

Afwijzingsgronden

Vervallen

Artikel

3.11.6

Indiening aanvraag tot subsidieverlening

Vervallen

Artikel

3.11.7

Verplichtingen subsidieontvanger

Vervallen

Artikel

3.11.8

Subsidievaststelling

Vervallen

Artikel

3.11.9

Vervaltermijn

Vervallen

Titel

3.12

Tijdelijke vermindering van productie of verkoop van aquacultuurdieren als gevolg van COVID-19

Artikel

3.12.1

Begripsomschrijvingen

Vervallen

Artikel

3.12.2

Subsidiabele activiteiten

Vervallen

Artikel

3.12.3

Hoogte subsidie

Vervallen

Artikel

3.12.4

Verdeling subsidieplafond

Vervallen

Artikel

3.12.5

Afwijzingsgronden

Vervallen

Artikel

3.12.6

Subsidieverstrekking

Vervallen

Artikel

3.12.7

Vervaltermijn

Vervallen

Hoofdstuk

4

Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling

Titel

4.1

Brede weersverzekering

Paragraaf

4.1.1

Algemene bepalingen

Artikel

4.1.1

Begripsbepalingen

Vervallen

Paragraaf

4.1.2

Voorschriften inzake de landbouwer

Artikel

4.1.2

Subsidieaanvraag

Vervallen

Artikel

4.1.3

Afwijzingsgronden

Vervallen

Artikel

4.1.4

Hoogte van de subsidie

Vervallen

Artikel

4.1.5

Verdeling subsidieplafond

Vervallen

Artikel

4.1.6

Aanvullende afwijzingsgronden

Vervallen

Artikel

4.1.7

Beslistermijn aanvraag

Vervallen

Artikel

4.1.8

Verplichtingen aanvrager

Vervallen

Artikel

4.1.9

Betaling subsidie

Vervallen

Paragraaf

4.1.2

Voorschriften inzake de verzekeraar

Artikel

4.1.10

Aanvraag verzekeraar

Vervallen

Artikel

4.1.11

Voorwaarden goedkeuring verzekering

Vervallen

Artikel

4.1.12

Verlenging goedkeuring

Vervallen

Artikel

4.1.13

Ongunstige weersomstandigheden

Vervallen

Artikel

4.1.14

Bijzondere voorwaarden

Vervallen

Artikel

4.1.15

Rekenmodel

Vervallen

Paragraaf

4.1.3

Controles en sancties

Artikel

4.1.16

Onregelmatigheden

Vervallen

Artikel

4.1.17

Administratieve controles en controles ter plaatse

Vervallen

Artikel

4.1.18

Onverschuldigde betalingen, sancties en terugvorderingen

Vervallen

Artikel

4.1.19

Vervaldatum

Vervallen

Titel

4.2

Kwaliteitsregeling voor de kalfsvleessector

Paragraaf

4.2.1

Algemene bepalingen

Artikel

4.2.1

Begripsbepalingen

Vervallen

Paragraaf

4.2.2

Voorschriften inzake de erkenning van een kwaliteitsregeling

Artikel

4.2.2

Eisen aan erkenning

Vervallen

Artikel

4.2.3

Aanvraag en verlening erkenning

Vervallen

Artikel

4.2.4

Schorsing en intrekking erkenning

Vervallen

Artikel

4.2.5

Wijzigingen doorgeven

Vervallen

Artikel

4.2.6

Verplichtingen certificerende instantie

Vervallen

Paragraaf

4.2.3

Voorschriften inzake de subsidieregeling

Artikel

4.2.7

Subsidieaanvraag en openstellingsperiode

Vervallen

Artikel

4.2.8

Absolute weigeringsgronden

Vervallen

Artikel

4.2.9

Subsidiabele activiteiten en kosten

Vervallen

Artikel

4.2.10

Hoogte van de subsidie

Vervallen

Artikel

4.2.11

Subsidieplafond en verdeling

Vervallen

Artikel

4.2.12

Rangschikkingscriteria

Vervallen

Artikel

4.2.13

Verplichtingen aanvrager

Vervallen

Artikel

4.2.14

Betaling subsidie

Vervallen

Artikel

4.2.15

Overdracht van bedrijf

Vervallen

Paragraaf

4.2.4

Controles en sancties

Artikel

4.2.16

Onregelmatigheden, controles en sancties

Vervallen

Artikel

4.2.17

Vervaldatum

Vervallen

Titel

4.3

Welzijnsvriendelijke stalvloeren voor vleeskalveren

Paragraaf

4.3.1

Algemene bepalingen

Artikel

4.3.1

Begripsbepalingen

Vervallen

Paragraaf

4.3.2

Voorschriften inzake de vleeskalverenhouder

Artikel

4.3.2

Subsidieaanvraag en hoogte subsidie

Vervallen

Artikel

4.3.3

Absolute afwijzingsgronden

Vervallen

Artikel

4.3.4

Subsidieplafond en verdeling

Vervallen

Artikel

4.3.5

Rangschikkingscriteria

Vervallen

Artikel

4.3.6

Niet-subsidiabele kosten

Vervallen

Artikel

4.3.7

Realisatietermijn

Vervallen

Artikel

4.3.8

Indienen aanvraag subsidievaststelling

Vervallen

Paragraaf

4.3.3

Controles en sancties

Artikel

4.3.9

Onregelmatigheden, controles en sancties

Vervallen

Artikel

4.3.10

Vervaldatum

Vervallen

Titel

4.4

Ammoniakreductie in stallen voor vleeskalveren

Paragraaf

4.4.1

Algemene bepalingen

Artikel

4.4.1

Begripsbepalingen

Vervallen

Paragraaf

4.4.2

Voorschriften inzake de landbouwer

Artikel

4.4.2

Subsidieaanvraag en hoogte subsidie

Vervallen

Artikel

4.4.3

Absolute afwijzingsgronden

Vervallen

Artikel

4.4.4

Subsidieplafond en verdeling

Vervallen

Artikel

4.4.5

Rangschikkingscriteria

Vervallen

Artikel

4.4.6

Niet-subsidiabele kosten

Vervallen

Artikel

4.4.7

Realisatietermijn

Vervallen

Artikel

4.4.8

Indienen aanvraag subsidievaststelling

Vervallen

Paragraaf

4.4.3

Controles en sancties

Artikel

4.4.9

Onregelmatigheden, controles en sancties

Vervallen

Artikel

4.4.10

Vervaldatum

Vervallen

Titel

4.5

Pilots toekomstbestendige landbouw nieuw GLB

Artikel

4.5.1

Begripsbepalingen

Vervallen

Artikel

4.5.2

Subsidieaanvraag

Vervallen

Artikel

4.5.3

Begunstigden

Vervallen

Artikel

4.5.4

Hoogte subsidie

Vervallen

Artikel

4.5.5

Verdeling subsidieplafond

Vervallen

Artikel

4.5.6

Realisatietermijn

Vervallen

Artikel

4.5.7

Afwijzingsgronden

Vervallen

Artikel

4.5.8

Rangschikkingscriteria

Vervallen

Artikel

4.5.9

Verplichtingen subsidieontvanger

Vervallen

Artikel

4.5.10

Voorschotverlening

Vervallen

Artikel

4.5.11

Onregelmatigheden, administratieve controles en controles ter plaatse

Vervallen

Artikel

4.5.12

Onverschuldigde betalingen, sancties en terugvorderingen

Vervallen

Artikel

4.5.13

Vervaltermijn

Vervallen

Titel

4.6

Niet-productieve investeringen agrarisch natuurbeheer leefgebieden weidevogels en akkervogels

Titel

4.7

Investeren in groen-economisch herstel

Titel

4.8

Samenwerken aan groen-economisch herstel

Artikel

4.8.1

Begripsbepalingen

Vervallen

Artikel

4.8.2

Subsidieaanvraag

Vervallen

Artikel

4.8.3

Begunstigden

Vervallen

Artikel

4.8.4

Hoogte subsidie

Vervallen

Artikel

4.8.5

Subsidiabele kosten

Vervallen

Artikel

4.8.6

Verdeling subsidieplafond

Vervallen

Artikel

4.8.7

Realisatietermijn

Vervallen

Artikel

4.8.8

Afwijzingsgronden

Vervallen

Artikel

4.8.9

Rangschikkingscriteria

Vervallen

Artikel

4.8.10

Adviescommissie

Vervallen

Artikel

4.8.11

Verplichtingen subsidieontvanger

Vervallen

Artikel

4.8.12

Voorschotverlening

Vervallen

Artikel

4.8.13

Onregelmatigheden, administratieve controles en controles ter plaatse

Vervallen

Artikel

4.8.14

Onverschuldigde betalingen, sancties en terugvorderingen

Vervallen

Artikel

4.8.15

Vervaltermijn

Vervallen

Titel

4.9

Pilots gezonde kalverketen

Artikel

4.9.1

Begripsbepalingen

Vervallen

Artikel

4.9.2

Subsidieaanvraag

Vervallen

Artikel

4.9.3

Begunstigden

Vervallen

Artikel

4.9.4

Hoogte subsidie

Vervallen

Artikel

4.9.5

Subsidiabele kosten

Vervallen

Artikel

4.9.6

Verdeling subsidieplafond

Vervallen

Artikel

4.9.7

Realisatietermijn

Vervallen

Artikel

4.9.8

Afwijzingsgronden

Vervallen

Artikel

4.9.9

Rangschikkingscriteria

Vervallen

Artikel

4.9.10

Verplichtingen subsidieontvanger

Vervallen

Artikel

4.9.11

Voorschotverlening

Vervallen

Artikel

4.9.12

Onregelmatigheden, administratieve controles en controles ter plaatse

Vervallen

Artikel

4.9.13

Onverschuldigde betalingen, sancties en terugvorderingen

Vervallen

Artikel

4.9.14

Vervaltermijn

Vervallen

Titel

4.10

Kennisoverdracht ten behoeve van een samenwerkingsverband van landbouwondernemingen

Artikel

4.10.1

Subsidieaanvraag

Vervallen

Artikel

4.10.2

Subsidiabele kosten

Vervallen

Artikel

4.10.3

Begunstigden

Vervallen

Artikel

4.10.4

Hoogte subsidie en verdeling subsidieplafond

Vervallen

Artikel

4.10.5

Realisatietermijn

Vervallen

Artikel

4.10.6

Afwijzingsgronden

Vervallen

Artikel

4.10.7

Rangschikkingscriteria

Vervallen

Artikel

4.10.8

Verplichtingen subsidieontvanger

Vervallen

Artikel

4.10.9

Voorschotverlening

Vervallen

Artikel

4.10.10

Verrekening netto inkomsten gedurende uitvoering

Vervallen

Artikel

4.10.11

Administratieve controles en controles ter plaatse

Vervallen

Artikel

4.10.12

Onverschuldigde betalingen, sancties en terugvorderingen

Vervallen

Artikel

4.10.13

Vervaltermijn

Vervallen

Titel

4.11

Niet-productieve investeringen voor landbouw- en veenweidegebieden

Artikel

4.11.1

Begripsbepalingen

Vervallen

Artikel

4.11.2

Subsidieverstrekking

Vervallen

Artikel

4.11.3

Aanvraag tot subsidieverlening

Vervallen

Artikel

4.11.4

Hoogte subsidie

Vervallen

Artikel

4.11.5

Subsidiabele kosten

Vervallen

Artikel

4.11.6

Verdeling subsidieplafond

Vervallen

Artikel

4.11.7

Start- en realisatietermijn

Vervallen

Artikel

4.11.8

Afwijzingsgronden

Vervallen

Artikel

4.11.9

Rangschikkingscriteria

Vervallen

Artikel

4.11.10

Verplichtingen subsidieontvanger

Vervallen

Artikel

4.11.11

Onregelmatigheden, administratieve controles en controles ter plaatse

Vervallen

Artikel

4.11.12

Onverschuldigde betalingen, sancties en terugvorderingen

Vervallen

Artikel

4.11.13

Indiening aanvraag tot subsidievaststelling

Vervallen

Artikel

4.11.14

Vervaldatum

Vervallen

Hoofdstuk

5

Europees Fonds voor regionale ontwikkeling

§

5.1

Algemene bepalingen

§

5.2

Regels omtrent subsidieverstrekking door de managementautoriteit

§

5.3

Regels omtrent subsidieverstrekking ten laste van de Rijkscofinanciering

§

4

Regels omtrent subsidieverstrekking in het kader van Europese territoriale samenwerking

Hoofdstuk

6

Overige bepalingen en slotbepalingen

Artikel

6.2

Overgangsrecht

Artikel

6.4

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2015, met uitzondering van artikel 6.3, eerste lid, dat in werking treedt met ingang van 1 januari 2016.

Artikel

6.5

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage
De Staatssecretaris van Economische Zaken,S.A.M.Dijksma

Bijlage

1

behorende bij artikel 1.9 Regeling Europese EZ-subsidies

Procedure als bedoeld in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013

Verordening 1303/2013 maakt het mogelijk kopieën of volledig digitale documenten te accepteren als bewijsstuk. In deze bijlage worden de in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013 bedoelde procedures vastgesteld voor documenten die in het kader van de uitvoering van deze regeling en verantwoording op grond van verordening 1303/2013 kan worden gebruikt.

1

Typen documenten

De volgende documenten worden als bewijsstukken geaccepteerd:

  • a.

    fotokopieën van originelen;

  • b.

    microfiches van originelen;

  • c.

    elektronische versies van originelen;

  • d.

    documenten die uitsluitend in elektronische versie bestaan, mits de gebruikte computersystemen voldoen aan aanvaarde beveiligingsnormen die waarborgen dat de bewaarde documenten voldoen aan de eraan te stellen wettelijke eisen en dat bij controles op deze documenten kan worden gesteund.

2

Procedure voor het gebruik van de documenten, bedoeld onder 1, onderdelen a, b en c

De in 1 onder a, b en c bedoelde bewijsstukken zijn geconverteerde documenten of gegevensdragers. Bij conversie van het origineel naar het geconverteerde document of gegevensdrager wordt aan de hieronder vermelde voorwaarden voldaan:

  • alle gegevens worden overgezet;

  • alle gegevens worden inhoudelijk juist overgezet;

  • er wordt voor gezorgd dat de nieuwe gegevensdrager tijdens de gehele bewaartermijn beschikbaar is;

  • de geconverteerde gegevens kunnen binnen redelijke tijd ge(re)produceerd worden en leesbaar worden gemaakt;

  • er wordt zorg voor gedragen dat de controle van de geconverteerde gegevens binnen redelijke tijd kan worden uitgevoerd;

  • de subsidieontvanger borgt tevens de authenticiteit van de geconverteerde bewijsstukken door onder andere een relatie te leggen met de overige bewijsstukken in het betreffende projectdossier. Bij een factuur bijvoorbeeld behoort ook een betaalbewijs, een bewijs van deelname of een bewijsstuk met betrekking tot de inkoopprocedure.

Het in samenhang bezien van de verschillende bewijsstukken strekt er mede toe de authenticiteit van het geconverteerde document of de gegevensdrager te waarborgen en dat hierop voor controledoeleinden kan worden vertrouwd.

Als de conversie op de juiste wijze gebeurt, is het in het kader van de verantwoording, niet meer noodzakelijk de bewijsstukken op de originele gegevensdrager te bewaren. Het geconverteerde bewijsstuk mag na conversie niet meer gewijzigd kunnen worden.

3

Procedure voor het bewaren van stukken die uitsluitend in een elektronische versie bestaan, bedoeld in 1, onderdeel d

Indien een subsidieontvanger gebruik maakt van elektronische documenten waarbij uitsluitend een elektronische versie bestaat, worden de geautomatiseerde systemen voorzien van beheers- en beveiligingsmaatregelen die de betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van de elektronische gegevens gedurende de gehele vereiste bewaartermijn waarborgen. Het is aan de subsidieontvanger om dit aan te tonen. Voor een tweetal veel voorkomende situaties zijn de voorschriften hieronder uitgewerkt:

  • 1.

    Digitale urenadministratie:

    om aan de eisen van betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van de elektronische gegevens te kunnen voldoen, moet de subsidieontvanger kunnen aantonen dat:

    • de functiescheiding binnen het systeem wordt gewaarborgd;

    • vaststellingen na accorderen door de leidinggevende niet meer te wijzigen zijn.

    Het is aan de subsidieontvanger om dit aan te tonen.

  • 2.

    Facturen die digitaal worden verzonden:

    om aan de eisen van betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van de elektronische gegevens te kunnen voldoen kan de subsidieontvanger via de onderlinge relatie met andere documenten (zoals een betaalbewijs) aantonen dat voor de controle kan worden gesteund op de digitale factuur.

Bijlage

2

behorende bij artikel 4.2.2, vijfde lid, Regeling Europese EZ-subsidies

Vervallen

Bijlage

3

behorende bij artikel 4.3.1. van de Regeling Europese EZ-subsidies

Vervallen

Bijlage

4

behorende bij de artikelen 4.5.2, derde lid, onderdeel c, en 4.5.4

Vervallen

Bijlage

6

behorende bij artikel 4.7.2 van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies

Vervallen