Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, van 10 juli 2015, nr. IENM/BSK-2015/103340, houdende vaststelling van regels ter implementatie van de artikelen 8, vierde, vijfde en zesde lid, en 14, vijfde en zesde lid, van de richtlijn energie-efficiëntie (PbEU 2012, L 315) (Tijdelijke regeling implementatie artikelen 8 en 14 Richtlijn energie-efficiëntie)

Tijdelijke regeling implementatie artikelen 8 en 14 Richtlijn energie-efficiëntie

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,
Gelet op artikel 8, vierde, vijfde, en zesde lid, en artikel 14, vijfde en zesde lid, van richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie, tot wijziging van Richtlijnen 2009/125/EG en 2010/30/EU en houdende intrekking van de Richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG (PbEU 2012, L 315) en de artikelen 21.6, zesde lid, jo. 8.40, eerste lid, van de Wet milieubeheer;

BESLUIT:

§

1

– Begripsbepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    energie-audit: de energie-audit, bedoeld in artikel 2, onder 25, van de richtlijn;

  • b.

    hoogrenderende warmtekrachtkoppeling: hoogrenderende warmtekrachtkoppeling als bedoeld in artikel 2, onder 34, van de richtlijn;

  • c.

    ingrijpende renovatie: ingrijpende renovatie als bedoeld in artikel 2, onder 44, van de richtlijn, niet zijnde het aanbrengen van voorzieningen voor de afvang van door een verbrandingsinstallatie geproduceerde koolstofdioxide met het oog op geologische opslag als bepaald in richtlijn 2009/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 (PbEU 2009, L 140);

  • d.

    inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer;

  • e.

    kosten-batenanalyse: de kosten-batenanalyse, bedoeld in artikel 14, vijfde lid, van de richtlijn;

  • f.

    koudenet: koudenet als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet implementatie EU-richtlijnen energie-efficiëntie;

  • g.

    nuttige warmte: nuttige warmte als bedoeld in artikel 2, onder 32, van de richtlijn;

  • h.

    onderneming: een inrichting als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer, die tevens is aan te merken als een onderneming als bedoeld in titel I van de bijlage bij Aanbeveling 2003/361/EG van de Europese Commissie van 6 mei 2003 (PbEU 2003, L 124) en die niet tevens behoort tot de categorie kleine en middelgrote ondernemingen, bedoeld in artikel 2, onder 26, van de richtlijn;

  • i.

    richtlijn: richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie, tot wijziging van Richtlijnen 2009/125/EG en 2010/30/EU en houdende intrekking van de Richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG (PbEU 2012, L 315);

  • j.

    stookinstallatie: stookinstallatie als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer;

  • k.

    warmtenet: warmtenet als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Warmtewet.

§

2

– Energie-audit

Artikel

2

Artikel

3

Van de verplichtingen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, is vrijgesteld degene die een onderneming drijft:

  • a.

    en met die onderneming is toegetreden tot de Meerjarenafspraak energie-efficiëntie 2001–2020 of de Meerjarenafspraak energie-efficiëntie ETS-ondernemingen;

  • b.

    en die een energiebeheersysteem als bedoeld in artikel 2, onder 11, van de richtlijn toepast dat volgens Europese of internationale normen is gecertificeerd en dat een energie-audit omvat die voldoet aan de minimum-criteria, bedoeld in bijlage VI bij de richtlijn.

§

3

– Kosten-batenanalyse

Artikel

4

Artikel

5

§

4

– Toezicht op de naleving en rapportage

Artikel

6

§

5

– Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

8

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

9

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling implementatie artikelen 8 en 14 Richtlijn energie-efficiëntie.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,W.J.Mansveld