Regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie van 20 juli 2015, nr. 657965, houdende de vaststelling van de rechtspositie van de voorzitter, de andere leden en de buitengewone leden van het College bescherming persoonsgegevens (Regeling rechtspositie leden College bescherming persoonsgegevens)

Regeling rechtspositie leden College bescherming persoonsgegevens

De Minister van Veiligheid en Justitie,

BESLUIT:

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

3a

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

De buitengewone leden van het College ontvangen van Onze Minister zittingsgeld als bedoeld in artikel 55, eerste lid, van de wet overeenkomstig de bepalingen die voor rechters-plaatsvervangers gelden met betrekking tot de vergoeding voor een zitting.

Artikel

7

Artikel

9

De voorzitter die wegens ziekte of om andere redenen verhinderd is zijn werkzaamheden te verrichten, geeft daarvan zo spoedig mogelijk kennis aan Onze Minister. Indien een ander lid wegens ziekte of om andere redenen verhinderd is zijn werkzaamheden te verrichten, geeft hij daarvan zo spoedig mogelijk kennis aan de voorzitter.

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

13

Artikel

14

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling rechtspositie leden College bescherming persoonsgegevens.

Artikel

15

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2014.

’s-Gravenhage
De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van derSteur