Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 17 november 2015, kenmerk 870579-144154-IV-LZ, houdende regels voor het verstrekken van subsidie ten behoeve van medisch noodzakelijk kortdurend verblijf in verband met geneeskundige zorg zoals huisartsen die plegen te bieden (Subsidieregeling eerstelijns verblijf 2016)

Subsidieregeling eerstelijns verblijf 2016

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1.1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel

1.2

Artikel

1.3

Het bedrag van de subsidie dat voor het jaar 2016 ten hoogste wordt verleend aan de Wlz-uitvoerder is gelijk aan de som van de volgende bedragen per regio waarvoor de Wlz-uitvoerder is aangewezen als zorgkantoor:

  • Amstelland en de Meerlanden € 1.689.036;

  • Amsterdam € 7.866.691;

  • Apeldoorn, Zutphen e.o. € 3.356.398;

  • Arnhem € 7.785.888;

  • Drenthe € 5.783.958;

  • Flevoland € 1.435.042;

  • Friesland € 4.986.754;

  • ‘t Gooi € 1.556.233;

  • Groningen € 6.233.661;

  • Haaglanden € 9.584.464;

  • Kennemerland € 3.092.949;

  • Midden-Brabant € 3.427.797;

  • Midden-Holland € 728.479;

  • Midden IJssel € 2.718.885;

  • Nijmegen € 5.208.337;

  • Noord- en Midden Limburg € 4.386.837;

  • Noord-Holland Noord € 4.106.713;

  • Noordoost Brabant € 6.441.910;

  • Rotterdam € 15.120.296;

  • Twente € 5.964.092;

  • Utrecht € 7.342.769;

  • Waardenland € 4.573.171;

  • West-Brabant € 7.724.378;

  • Westland, Schieland, Delfland € 6.577.155;

  • Zaanstreek/Waterland € 3.654.307;

  • Zeeland € 5.854.860;

  • Zuid-Holland Noord € 3.735.754;

  • Zuid-Hollandse eilanden € 4.956.583;

  • Zuid-Limburg € 4.963.771;

  • Zuidoost Brabant € 5.002.553;

  • Zwolle € 4.140.278.

Hoofdstuk

2

Aanvraag

Artikel

2.1

Artikel

2.2

Hoofdstuk

3

Verlening

Artikel

3.1

Het Zorginstituut besluit binnen vier weken na afloop van de termijn, bedoeld in artikel 2.1, tweede lid, over de verlening van de subsidie.

Artikel

3.2

Het Zorginstituut vermeldt in het besluit tot verlening van de subsidie in ieder geval het maximumbedrag dat aan subsidie wordt verleend.

Hoofdstuk

4

Bevoorschotting en verplichtingen

Artikel

4.1

Artikel

4.3

De subsidieontvanger zorgt ervoor dat:

  • a.

    de doelstellingen van de gesubsidieerde activiteiten op doelmatige wijze worden nagestreefd,

  • b.

    de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten op verantwoorde wijze wordt bestuurd en

  • c.

    de voor de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten benodigde middelen op verantwoorde wijze worden beheerd.

Artikel

4.4

Artikel

4.5

Artikel

4.6

Artikel

4.8

De subsidieontvanger doet binnen twee weken na afloop van elke maand aan het Zorginstituut een opgave van het bedrag dat het CAK namens de subsidieontvanger in de afgelopen maand heeft betaald voor prestaties die zijn verricht in de daaraan voorafgaande maanden van het jaar 2016.

Hoofdstuk

5

Verhoging

Artikel

5.1

Het Zorginstituut verhoogt ambtshalve het bedrag van de verleende subsidie.

Artikel

5.2

Het bedrag van de verhoging voor een Wlz-uitvoerder is gelijk aan de som van de volgende bedragen per regio waarvoor de Wlz-uitvoerder is aangewezen als zorgkantoor:

  • Amstelland en de Meerlanden € 812.538;

  • Amsterdam € 2.394.407;

  • Apeldoorn, Zutphen e.o. € 1.800.327;

  • Arnhem € 4.956.055;

  • Drenthe € 4.122.501;

  • Flevoland € 829.854;

  • Friesland € 1.243.308;

  • ‘t Gooi € 705.303;

  • Groningen € 2.580.685;

  • Haaglanden € 4.333.186;

  • Kennemerland € 938.345;

  • Midden-Brabant € 898.896;

  • Midden-Holland € 496.048;

  • Midden IJssel € 167.287;

  • Nijmegen € 1.129.143;

  • Noord- en Midden-Limburg € 264.523;

  • Noord-Holland Noord € 1.799.787;

  • Noordoost Brabant € 997.501;

  • Rotterdam € 5.945.261;

  • Twente € 2.793.691;

  • Utrecht € 2.024.605;

  • Waardenland € 868.593;

  • West-Brabant € 2.184.560;

  • Westland Schieland Delfland € 2.040.129;

  • Zaanstreek/Waterland € 1.165.454;

  • Zeeland € 624.479;

  • Zuid-Holland Noord € 2.281.535;

  • Zuid-Hollandse Eilanden € 382.668;

  • Zuid-Limburg € 1.929.464;

  • Zuidoost Brabant € 374.571;

  • Zwolle € 515.296.

Artikel

5.3

Het Zorginstituut vermeldt in het besluit tot verhoging van de subsidie in ieder geval het maximumbedrag dat aan subsidie wordt verleend.

Artikel

5.4

Het Zorginstituut verleent bij het besluit tot verhoging van de subsidie ambtshalve tevens een verhoging van de voorschotten op het maximumbedrag van de verleende subsidie.

Hoofdstuk

5a

Tweede verhoging

Artikel

5a.1

Het Zorginstituut verhoogt ambtshalve nogmaals het bedrag van de verleende subsidie.

Artikel

5a.2

Het bedrag van de verhoging, bedoeld in artikel 5a.1, voor een Wlz-uitvoerder is gelijk aan de som van de volgende bedragen per regio waarvoor de Wlz-uitvoerder is aangewezen als zorgkantoor:

  • Amstelland en de Meerlanden € 123.956;

  • Amsterdam € 911.699;

  • Apeldoorn, Zutphen e.o. € 488.006;

  • Arnhem € 1.484.342;

  • Drenthe € 2.037.624;

  • Flevoland € 186.447;

  • Friesland € 5.327.246;

  • ‘t Gooi € 1.266.860;

  • Groningen € 264.461;

  • Haaglanden € 1.294.782;

  • Kennemerland € 1.037.753;

  • Midden-Brabant € 197.005;

  • Midden-Holland € 565.528;

  • Midden IJssel € 794.101;

  • Nijmegen € 0;

  • Noord- en Midden-Limburg € 530.352;

  • Noord-Holland Noord € 1.444.998;

  • Noordoost Brabant € 490.181;

  • Rotterdam € 621.290:

  • Twente € 1.101.721;

  • Utrecht € 2.673.041;

  • Waardenland € 657.056;

  • West-Brabant € 816.911;

  • Westland Schieland Delfland € 335.074;

  • Zaanstreek/Waterland € 0;

  • Zeeland € 1.766.873;

  • Zuid-Holland Noord € 698.554;

  • Zuid-Hollandse Eilanden € 330.390;

  • Zuid-Limburg € 662.829;

  • Zuidoost Brabant € 883.074;

  • Zwolle € 507.847.

Hoofdstuk

6

Vaststelling

Artikel

6.1

Artikel

6.2

Artikel

6.3

Artikel

6.4

De aanvraag tot vaststelling gaat vergezeld van:

  • a.

    een assurancerapport van een accountant dat is opgesteld overeenkomstig een door het Zorginstituut vastgesteld model met inachtneming van een door het Zorginstituut vastgesteld protocol;

  • b.

    een rapport van feitelijke bevindingen omtrent de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen door de subsidieontvanger, opgesteld door een accountant overeenkomstig een door het Zorginstituut vastgesteld model met inachtneming van een door het Zorginstituut vastgesteld protocol.

Artikel

6.5

Artikel

6.6

Binnen tweeëntwintig weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie neemt het Zorginstituut een besluit op de aanvraag.

Hoofdstuk

7

Slotbepalingen

Artikel

7.1

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2016 en vervalt met ingang van 2017, met dien verstande dat deze regeling van toepassing blijft op subsidies die op grond van deze regeling zijn verstrekt.

Artikel

7.2

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling eerstelijns verblijf 2016.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. vanRijn