Universele Nederlandse uitvoeringsvoorschriften 2015 inzake belastingverdragen, uitgezonderd het belastingverdrag met de Verenigde Staten van Amerika, en de Belastingregeling Nederland Curaçao

De staatssecretaris van Financiën heeft de volgende regeling vastgesteld.

In deze regeling worden de universele Nederlandse uitvoeringsvoorschriften 2015 inzake belastingverdragen, uitgezonderd het belastingverdrag met de Verenigde Staten van Amerika, en de Belastingregeling Nederland Curaçao vastgesteld. In deze actualisering is de Belastingregeling Nederland Curaçao toegevoegd. Voor de Belastingregeling Nederland Curaçao is onder meer bepaald dat de beoordeling van de verzoeken om toepassing van de inhoudingsvrijstelling bij deelnemingsdividenden bij het APA-/ATR-team van Belastingdienst/Grote Ondernemingen (kantoor Rotterdam) zal plaatsvinden. Dit ziet met name op de voordelen genoemd in artikel 10, derde lid, onderdeel a, vijfde lid en achtste lid van de Belastingregeling Nederland Curaçao. Verder is er een nieuw artikel 7 toegevoegd dat betrekking heeft op de tijdelijke regeling voor deelnemingsdividenden in de Belastingregeling Nederland Curaçao.

In de navolgende regeling stel ik vast de volgende regeling met bijlage I (formulier IB 92 Universeel) ter uitvoering van het dividendartikel (en het interestartikel) in de verdragen tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen (en naar het vermogen), (met Protocol), die Nederland heeft gesloten met Albanië, Argentinië, Armenië, Australië, Azerbeidzjan, Bahrein, Bangladesh, Barbados, Belarus, België, Brazilië, Bulgarije, Canada, China, Denemarken, Duitsland, Egypte, Estland, Filippijnen, Finland, Frankrijk, Georgië, Ghana, Griekenland, Hongarije, Hongkong, Ierland, IJsland, India, Indonesië, Israël, Italië, Japan, Joegoslavië (voormalig), Jordanië, Kazachstan, Koeweit, Korea, Kroatië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Macedonië, Maleisië, Malta, Marokko, Mexico, Moldavië, Nieuw-Zeeland, Nigeria, Noorwegen, Oekraïne, Oezbekistan, Oman, Oostenrijk, Pakistan, Panama, Polen, Portugal, Qatar, Roemenië, Russische Federatie, Saudi-Arabië, Singapore, Slovenië, Slowakije, Sovjet-Unie (voormalig), Spanje, Sri Lanka, Suriname, Thailand, Tsjechië, Tunesië, Turkije, Uganda, Venezuela, Verenigd Koninkrijk, Verenigde Arabische Emiraten (VAE), Vietnam, Zambia, Zimbabwe, Zuid-Afrika, Zweden en Zwitserland, alsmede op basis van het Besluit van 25 april 2001, houdende vaststelling van het Besluit voorkoming dubbele belasting Nederland - Taiwan, en van artikel 10, vijftiende lid, en artikel 30 van de Belastingregeling Nederland Curaçao.

Artikel

1

Algemeen

Deze regeling verstaat onder:

  • a.

    Verdrag: elk van de verdragen tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen (en naar het vermogen), (met Protocol), die Nederland heeft gesloten met de in de aanhef van deze regeling genoemde landen. Hieronder wordt mede verstaan het Besluit voorkoming dubbele belasting Nederland – Taiwan en de Belastingregeling Nederland Curaçao.

  • b.

    Verdragsland: elk van de in de aanhef van deze regeling vermelde landen, Taiwan en Curaçao.

  • c.

    Dividenden: hetgeen daaromtrent is bepaald in elk van de in onderdeel a bedoelde verdragen. In de meeste door Nederland gesloten verdragen wordt voor dividenden onderscheid gemaakt tussen 'portfoliodividenden' en 'deelnemingsdividenden'. Voor ‘portfoliodividenden’ (ook wel aangeduid als ‘beleggingsdividenden’) bedraagt het bronheffingspercentage in de belastingverdragen als regel 15%. In een aantal verdragen is voor portfoliodividenden echter een percentage van 10% overeengekomen.

    Voor deelnemingsdividenden is in de belastingverdragen in het algemeen een lager bronheffingspercentage (10%, 5% of 0%) overeengekomen. Dit verlaagde tarief is gebonden aan een in de belastingverdragen vastgelegde minimum-deelneming (5%, 7,5%, 10%, 15%, 25%, 30%, 50% of een ander percentage). Waar hierna van 'deelnemingsdividenden' wordt gesproken, worden daarmee steeds dividenden bedoeld uit een deelneming die ten minste voldoet aan het in het desbetreffende belastingverdrag gestelde minimum. Alle andere dividenden worden gerekend tot de 'portfoliodividenden', die derhalve ook betrekking kunnen hebben op niet-natuurlijke personen.

  • d.

    Interest: hetgeen daaromtrent is bepaald in elk van de in onderdeel a bedoelde verdragen.

Artikel

2

Nederlandse dividendbelasting met betrekking tot portfoliodividenden (vrijstellingsprocedure)

Artikel

3

Nederlandse dividendbelasting met betrekking tot portfoliodividenden (teruggaafprocedure)

Artikel

4

Nederlandse dividendbelasting met betrekking tot portfoliodividenden (bijzondere teruggaafprocedure)

Artikel

5

Nederlandse dividendbelasting met betrekking tot deelnemingsdividenden (vrijstellingsprocedure)

Artikel

6

Nederlandse dividendbelasting met betrekking tot deelnemingsdividenden (teruggaafprocedure)

Artikel

7

Tijdelijke regeling opgenomen in de Belastingregeling Nederland Curaçao

In afwijking van de artikelen 5 en 6 van deze regeling zal de Regeling van 28 februari 2011, nr DGB 2011/525M, Stcrt. nr. 2011/4009 (Uitvoeringsvoorschriften artikel 11 Belastingregeling voor het Koninkrijk (Curaçao en Sint Maarten)) en het hierbij behorende formulier IB 95(2) CSM onverkort van toepassing zijn indien artikel 30, eerste lid van de Belastingregeling Nederland Curaçao van toepassing is op dividenden betaald door een lichaam dat inwoner is van Nederland met dien verstande dat voor ‘8,3 percent’ steeds wordt gelezen ‘5 percent’.

Artikel

8

Formele bepalingen

De in deze regeling bedoelde verklaringen, verzoeken, gegevens en mededelingen moeten duidelijk, stellig en zonder voorbehoud worden gedaan of verstrekt. Indien naar aanleiding van een ingevolge deze regeling gedaan verzoek, ten onrechte of tot een te hoog bedrag, vrijstelling of vermindering van inhouding van dividendbelasting dan wel teruggaaf van dividendbelasting is verleend zijn de bepalingen van artikel 20 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van (overeenkomstige) toepassing.

Artikel

9

Verjaringstermijn

Verzoeken om teruggaaf van belasting moeten bij de bevoegde inspecteur zijn ingediend binnen de in het Verdrag gestelde termijn. Voor een Verdrag waarin geen termijn is gesteld, geldt een termijn van vijf jaren na het verstrijken van het kalenderjaar waarin de belasting is geheven.

Artikel

10

Overgangsregeling

Reeds afgegeven beschikkingen om ontslagen te worden van de verplichting om de op de grond van het Verdrag niet-verschuldigde dividendbelasting in te houden als bedoeld in artikel 5 van deze regeling zullen maximaal vier kalenderjaren geldig zijn, gerekend vanaf 4 februari 2015.

Artikel

11

Formulieren

De teksten van de in de bijlagen opgenomen formulieren zijn niet gepubliceerd in de Staatscourant, maar zijn gepubliceerd op www.belastingdienst.nl. De in deze regeling bedoelde formulieren worden van rijkswege verstrekt. De formulieren zijn op aanvraag kosteloos verkrijgbaar in Nederland bij de Belastingdienst/Centrum voor facilitaire dienstverlening, UnitWerkomgeving/Serviceteam LRC, Postbus 20049, 7302 HA Apeldoorn. Het e-mailadres daarvan luidt: lrc.apeldoorn@belastingdienst.nl.

Artikel

12

Delegatiebepaling

De minister van Financiën kan binnen de kaders van de in artikel 1 bedoelde verdragen, in afwijking van deze regeling, onder nadere voorwaarden bijzondere regelingen treffen of binnen de door hem gestelde kaders de Belastingdienst machtigen bijzondere regelingen te treffen.

Artikel

13

Intrekking

De volgende regeling is ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van deze regeling:

  • Regeling van 13 januari 2015, nr. DGB2015/70M, Stcrt. 2015, 2583 (Universele Nederlandse uitvoeringsvoorschriften 2015 inzake belastingverdragen uitgezonderd die met de Verenigde Staten van Amerika).

Artikel

13a

Vervallen bijlagen

De volgende bijlagen zijn vervallen met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit:

  • bijlage II (formulier IB 93 Universeel);

  • bijlage III (formulier IB 95 LUX);

  • bijlage IV (formulier IB 95 SIN).

Artikel

14

Inwerkingtreding

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De staatssecretaris van Financiën,
namens deze,
J. deBlieckLid van het managementteam Belastingdienst

Bijlagen

Gepubliceerd op www.belastingdienst.nl.