Regeling van de Minister van Economische Zaken van 22 oktober 2015, nr. WJZ/15116106, houdende voorschriften betreffende de S&O-afdrachtvermindering (Regeling S&O-afdrachtvermindering)

Regeling S&O-afdrachtvermindering

Artikel

2

Tot speur- en ontwikkelingswerk wordt niet gerekend:

  • a.

    het bouwen of inrichten van apparatuur bestemd voor toepassing in de praktijk;

  • b.

    werkzaamheden met betrekking tot het invoeren en aanpassen van aangeschafte of aan te schaffen technologie, producten, processen of programmatuur, dan wel onderdelen daarvan onverminderd het bepaalde in onderdeel s, onder 5°;

  • c.

    onderzoek naar de aanwezigheid van delfstoffen;

  • d.

    het verrichten van beleidsstudies en strategische studies;

  • e.

    werkzaamheden rondom informatieve bijeenkomsten, zoals het opzetten, geven en volgen van cursussen, scholing, symposia en congressen;

  • f.

    analyse en beoordeling van bestaande productieprocessen, indien er geen directe samenhang is met eigen speur- en ontwikkelingswerk;

  • g.

    productvergelijkend onderzoek, indien er geen directe samenhang is met eigen speur- en ontwikkelingswerk;

  • h.

    verandering van uitsluitend vormgeving of afmetingen van producten of programmatuur;

  • i.

    kwaliteitscontrole, andere dan de directe controle van uitgevoerd eigen speur- en ontwikkelingswerk, en kwaliteitsborging;

  • j.

    werkzaamheden met betrekking tot bouwkundige en installatietechnische ontwerpen op basis van bestaande technieken;

  • k.

    voorbereiding en uitvoering van de productie;

  • l.

    het bouwen van een pilot-plant op productieschaal, dan wel een prototype, zijnde een realisatie van het werkingsprincipe, waarvan aannemelijk is dat het een productieve of commerciële betekenis kan hebben;

  • m.

    werkzaamheden, door de S&O-inhoudingsplichtige of S&O-belastingplichtige verricht ten behoeve van door een ander verricht speur- en ontwikkelingswerk, die op zich zelf niet zijn aan te merken als speur- en ontwikkelingswerk;

  • n.

    werkzaamheden met betrekking tot in technologische zin niet significante aanpassingen aan of wijzigingen van bestaande producten of processen;

  • o.

    werkzaamheden met betrekking tot het opstellen en aanpassen van recepturen en de samenstelling van een product zonder dat er sprake is van een technisch nieuw werkingsprincipe van het desbetreffende product;

  • p.

    het opstellen en toetsen van niet technische specificaties;

  • q.

    het opstellen of bepalen van functionele eisen en randvoorwaarden;

  • r.

    het opstellen en uitvoeren van testen die niet direct en uitsluitend zijn gericht op het aantonen van het werkingsprincipe door de S&O-inhoudingsplichtige of S&O-belastingplichtige;

  • s.

    de volgende activiteiten in relatie tot programmatuur:

    • 1°.

      onderhoud van programmatuur;

    • 2°.

      het beschrijven van architectuur;

    • 3°.

      het ontwerpen of bouwen van een nieuw systeem;

    • 4°.

      het geschikt maken van bestaande programmatuur voor een ander hardware- of softwareplatform waarbij onder platform wordt verstaan het geheel van hardware en besturingsprogrammatuur waarop informatiesystemen worden ontwikkeld (ontwikkelplatform) of in productie worden genomen (doelplatform);

    • 5°.

      het ontwikkelen van programmatuur die bestaande programmatuur op een voor de S&O-inhoudingsplichtige of S&O-belastingplichtige technisch nieuwe wijze integreert of laat samenwerken, tenzij de bestaande programmatuur hoofdzakelijk binnen de onderneming van de S&O-inhoudingsplichtige, binnen de fiscale eenheid waarvan de S&O-inhoudingsplichtige deel uitmaakt, of binnen de onderneming van de S&O-belastingplichtige, is ontwikkeld en wordt toegepast.

Artikel

3

Artikel

7

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2016.

Artikel

8

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling S&O-afdrachtvermindering.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage
De Minister van Economische Zaken,H.G.J.Kamp