-
−
Aanvrager: de MKB-onderneming die de subsidie aanvraagt;
-
−
Buitenlandse potentiële afnemer: een buitenlandse partij die als gastheer optreedt voor een uit te voeren demonstratieproject, dan wel een investerende buitenlandse afnemer die overtuigd dient te worden middels een haalbaarheidsstudie, dan wel een buitenlandse samenwerkingspartner waarmee een Nederlandse onderneming een investeringsproject wil opzetten;
-
−
De-minimisverordening: de Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun, Pb. 2013, L 352/1;
-
−
Demonstratieproject: een project waarmee Nederlandse ondernemingen in het doelland Nederlandse technologie in een reële praktijksituatie demonstreren, met als doel de betreffende technologie in het doelland te introduceren, onder een brede groep belangstellenden, om op deze manier binnen 3 jaar na uitvoering van het project export met een omvang van ten minste tienmaal het subsidiebedrag te realiseren. Een demonstratieproject is in omvang en duur niet groter dan strikt noodzakelijk om te demonstreren dat de technologie toegevoegde waarde heeft en onder specifieke lokale omstandigheden toepasbaar is. Een demonstratieproject moet toegevoegde waarde hebben voor de positionering van de betreffende Nederlandse onderneming in het doelland. Dit betekent dat er een noodzaak moet zijn om de technologie in het doelland in een reële praktijksituatie, onder lokale omstandigheden, te demonstreren. De maximale termijn waarbinnen een demonstratieproject dient te worden uitgevoerd is 3 jaar;
-
−
Doelland: land waar de export of investeringen, te realiseren via een demonstratieproject, haalbaarheidsstudie of investeringsstudie, op gericht zijn;
-
−
Expert: een medewerker die over aantoonbare expertise beschikt op het onderdeel waarop deze in een project functioneel wordt ingezet, niet zijnde ondersteunende werkzaamheden en blijkend uit het bij te voegen cv;
-
−
Export: de levering aan een buitenlandse potentiële afnemer van Nederlandse goederen en diensten, waarbij de omvang van de export wordt bepaald door de in Nederland toegevoegde waarde;
-
−
Fragiele staten: de landen als zodanig aangeduid in annex 2;
-
−
Haalbaarheidsstudie: een onderzoek dat wordt uitgevoerd in het kader van een door een buitenlandse potentiële afnemer te nemen investeringsbesluit en waarmee wordt bepaald of het technisch en/of commercieel haalbaar is een concreet project in het doelland uit te voeren, waarmee Nederlandse export van kapitaalgoederen of diensten met een omvang van ten minste tienmaal het subsidiebedrag gerealiseerd kunnen worden. De haalbaarheidsstudie wordt uitgevoerd door de Nederlandse onderneming om de buitenlandse potentiële afnemer te overtuigen van het doen van de investering. Het is toegestaan om in één studie twee projecten voor twee potentiële afnemers te ontwikkelen. De studie resulteert in een rapport in de vorm van een businessplan of een projectplan, op basis waarvan de buitenlandse potentiële afnemer een investeringsbesluit kan nemen, en waarmee de kans op het verkrijgen van exportorders door de betrokken Nederlandse ondernemingen wordt vergroot. Vóór aanvang van de studie bestaat voldoende duidelijkheid over de omvang van de markt, de beoogde opzet van het investeringsproject, de locatie, de exploitatie, de financiering en de lokale impact. De studie heeft als doel om de details rond de voorgenomen investering helder te krijgen. In de studie wordt het beoogde project ontworpen op hoofdlijnen (basic design). De maximale termijn waarbinnen een haalbaarheidsstudie dient te worden uitgevoerd is 2 jaar;
-
−
Investeringsvoorbereidingsstudie: Een investeringsvoorbereidingsstudie is een onderzoek dat wordt uitgevoerd door een Nederlandse onderneming met substantiële activiteiten in Nederland die de intentie heeft om te investeren in een van de opkomende markten of ontwikkelingslanden.
Met investeren wordt bedoeld dat in het doelland een nieuwe productie- of dienstenfaciliteit wordt neergezet of een bestaande productie- of dienstfaciliteit wordt uitgebreid. De investering dient logischerwijze voort te vloeien uit de huidige activiteiten, core business en strategie van de Nederlandse onderneming. De uitkomst van de investeringsvoorbereidingsstudie is een businessplan waarmee de Nederlandse onderneming financiering voor zijn project kan proberen te verkrijgen. Voor investeringsvoorbereidingsstudies op opkomende markten geldt dat voldaan moet worden voldaan aan minimaal één van de volgende criteria:
Het investeringsproject versterkt de exportpositie van de aanvrager. Onderbouwd moet worden dat er sprake zal zijn van een substantiële toename van de export van de aanvrager dankzij de investering in het doelland.
Het investeringsproject behelst Nederlandse export van kapitaalgoederen en/of diensten met een omvang van ten minste tienmaal het subsidiebedrag van andere Nederlandse exporteurs dan de aanvrager. De beoogde belangrijkste exporteur is in het samenwerkingsverband opgenomen.
Voor investeringsvoorbereidingsstudies op ontwikkelingslanden geldt dat de investering ontwikkelingsrelevant is en significant bijdraagt aan minimaal een van de volgende 3 punten:
Groei van de lokale werkgelegenheid;
Duurzame overdracht van kennis en vaardigheden, technologie en innovatie;
Het verbeteren van de lokale productiekracht van de betrokken lokale onderneming.
Het onderzoek wordt uitgevoerd door de betreffende Nederlandse onderneming en dient om aan te tonen dat de voorgenomen investering technisch en/of commercieel haalbaar is. De uitkomst is een businessplan op waarmee de Nederlandse investeerder financiering voor zijn project kan proberen te verkrijgen. Vóór aanvang van de studie bestaat voldoende duidelijkheid over de omvang van de markt, de beoogde opzet van het investeringsproject, de locatie, de exploitatie, de benodigde financiering en de lokale impact. De studie heeft als doel om de details rond de voorgenomen investering helder te krijgen. In de studie wordt het beoogde project ontworpen op hoofdlijnen (basic design). De maximale termijn waarbinnen een investeringsvoorbereidingsstudie dient te worden uitgevoerd is 2 jaar;
-
−
Kinder- of dwangarbeid: elke vorm van arbeid die de Internationale Arbeidsorganisatie beoogt te verhinderen met het Verdrag betreffende den gedwongen of verplichten arbeid, 1930 (C29, Stb. 1933, 236), het Verdrag betreffende de afschaffing van gedwongen arbeid, 1957 (C105, Trb. 1957, 210), het Verdrag betreffende de minimumleeftijd, 1973 (C138, Trb. 1974, 71) of het Verdrag betreffende de ergste vormen van kinderarbeid, 1999 (C182, Trb. 2000, 152);
-
−
MKB-onderneming: een onderneming behorende tot de bedrijfssector als omschreven in Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003, Pb 2003 L 124/36, betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen;
-
−
Nederlandse onderneming: een in Nederland gevestigde entiteit die, ongeacht de rechtsvorm, economische activiteiten verricht en die staat ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. ‘Economische activiteiten verrichten’ houdt in goederen of diensten op de markt aanbieden;
-
−
Ontwikkelingslanden: de landen opgenomen in annex 2;
-
−
Ontwikkelingsrelevant: een positieve bijdrage leverend aan minimaal één van de volgende aspecten, waarbij geldt dat de score op ten minste één van deze aspecten positief moet zijn en de score op de overige aspecten ten minste neutraal:
-
a.
Groei van de lokale werkgelegenheid;
-
b.
Duurzame overdracht van kennis en vaardigheden, technologie en innovatie;
-
c.
Het verbeteren van de lokale productiekracht van de betrokken lokale onderneming;
-
−
Opkomende markten: de landen opgenomen in annex 1;
-
−
Penvoerder: de deelnemer in een samenwerkingsverband die namens het samenwerkingsverband de subsidie aanvraagt;
-
−
Project: een demonstratieproject, haalbaarheidsstudie of investeringsvoorbereidingsstudie;
-
−
Samenwerkingsverband: een niet over rechtspersoonlijkheid beschikkend samenwerkingsverband, bestaande uit twee of meer exporterende of investerende Nederlandse ondernemingen, dat via een penvoerder de subsidie aanvraagt.