Regeling van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 13 juni 2016, nr. IENM/BSK-2016/94637, houdende vaststelling van regels voor subsidiering van haalbaarheids- en pilotprojecten voor waterveiligheid en waterzekerheid in stedelijke delta’s in het buitenland (Subsidieregeling waterveiligheid en waterzekerheid stedelijke delta's)

Subsidieregeling waterveiligheid en waterzekerheid stedelijke delta's

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • haalbaarheidsproject: project als bedoeld in artikel 2, onderdeel 87, van de algemene groepsvrijstellingsverordening waarbij wordt onderzocht of en onder welke technische, financiële en juridische condities een voorgenomen pilotproject kan worden geïmplementeerd;

  • Kaderbesluit: Kaderbesluit subsidies I en M;

  • Minister: Minister van Infrastructuur en Milieu;

  • onderzoeksorganisatie: organisatie voor onderzoek en kennisverspreiding als bedoeld in artikel 2, onderdeel 83, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • pilotproject: project betreffende experimentele ontwikkeling als bedoeld in artikel 2, onderdeel 86, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, waarbij sprake is van het verwerven, combineren, vormgeven en gebruiken van bestaande wetenschappelijke, technologische, zakelijke en andere relevante kennis en vaardigheden, gericht op het demonstreren van een nieuw of verbeterd product of een nieuwe of verbeterde technologie, dienst of aanpak;

  • stedelijke delta’s en toeleverende systemen: sterk verstedelijkte gebieden met een omliggend gebied waarin zich allerlei waterrelevante processen afspelen, zoals voedsel-, energie en waterproductie, die van invloed zijn op dan wel een connectie hebben met de stad;

  • waterveiligheid en waterzekerheid: bescherming tegen water gerelateerde risico's, duurzame toegang tot voldoende water van acceptabele kwaliteit, bescherming tegen watervervuiling, behoud van ecosystemen, duurzame ontwikkeling van havens en vaarwegen niet zijnde activiteiten aan de wal.

Artikel

2

Doel van de regeling

Deze regeling heeft als doel het stimuleren van de inzet van vernieuwende en innovatieve Nederlandse kennis en kunde ten behoeve van waterveiligheid en waterzekerheid in stedelijke delta's en toeleverende systemen in het buitenland.

Artikel

3

Verstrekken van subsidie

Artikel

4

Subsidieplafond en wijze van verdelen

Artikel

5

Aanvraagperioden en reservering per projectsoort

Artikel

6

Aanvragers en aanvraagformulier

Artikel

7

Subsidiabele kosten en standaardberekeningswijze uurtarieven

Artikel

8

Berekening subsidiabele kosten bij toepassing integrale kostensystematiek

Artikel

9

Berekening subsidiabele kosten bij toepassing kosten per kostendrager met opslag

Artikel

10

Berekening met forfaitair uurtarief loonkosten

Artikel

11

Hoogte van de subsidie

Artikel

12

Rangschikking haalbaarheidsprojecten en pilotprojecten

Artikel

13

Afwijzingsgronden

Een subsidie wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 11 en artikel 12 van het Kaderbesluit, in ieder geval afgewezen indien:

  • a.

    het project wordt uitgevoerd in een land uit de categorie C, als bedoeld in bijlage 1 bij deze regeling;

  • b.

    al een subsidie is verstrekt op grond van deze of een andere regeling voor eenzelfde of vergelijkbaar project;

  • c.

    de subsidieverstrekking niet in overeenstemming is met het bepaalde in de algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • d.

    geen sprake is van een duidelijke gebruiker of begunstigde van het project in het land waarop de aanvraag betrekking heeft;

  • e.

    de subsidiabele kosten voor een pilotproject in totaal minder dan € 25.000 of meer dan € 600.000 bedragen;

  • f.

    de subsidiabele kosten voor een haalbaarheidsproject in totaal minder dan € 25.000 of meer dan € 250.000 bedragen;

  • g.

    het project, op een of meer van de in artikel 12, genoemde criteria, minder dan 65% van de te behalen punten haalt;

  • h.

    het voorstel niet voldoet aan één of meer van de minimaal benodigde punten per wegingsfactor; of

  • i.

    de uitvoering van het project naar verwachting langer zal duren dan twee jaar voor een pilotproject en een jaar voor een haalbaarheidsproject.

Artikel

14

Verplichting

Een onderneming die penvoerder is van een samenwerkingsverband en op het tijdstip van de verlening van de subsidie geen vaste inrichting of dochteronderneming in Nederland heeft, draagt er zorg voor dat zij voor de eerste voorschotbetaling een vaste inrichting of dochteronderneming in Nederland heeft.

Artikel

15

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2016 en vervalt met ingang van 1 juli 2021, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

Artikel

16

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling waterveiligheid en waterzekerheid stedelijke delta's.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Milieu,M.H.Schultz van Haegen-Maas Geesteranus

Bijlage

1

behorend bij de artikelen 3, 12, vijfde lid en 13, onderdeel a, van de Subsidieregeling waterveiligheid en waterzekerheid stedelijke delta's

Argentinië

Bangladesh

Chili

Colombia

Egypte

Filipijnen

India

Indonesië

Mexico

Mozambique

Myanmar

Polen

Roemenië

Singapore

Turkije

Verenigde Staten

Vietnam

Zuid-Afrika

Alle landen die niet vallen in categorie A of C.

Afghanistan

Bosnië & Herzegovina

Burundi

Centraal Afrikaanse Republiek

Tsjaad

Comoren

Democratische Republiek Congo

Eritrea

Guinee-Bissau

Irak

Haïti

Ivoorkust

Kiribati

Kosovo

Libië

Liberia

Madagaskar

Micronesia

Oost-Timor

Sierra Leone

Solomon Eilanden

Somalië

Zuid Soedan

Sudan

Syrië

Togo

Tuvalu

Jemen

West Bank & Gaza

Zimbabwe

Bijlage

2

behorend bij artikel 12, vierde lid, van de Subsidieregeling waterveiligheid en waterzekerheid stedelijke delta's

Opschaling:

A: Haalbaarheidsproject:

maximaal 5

6

de mate waarin de haalbaarheidsstudie past in een ketenbenadering en bijdraagt aan mogelijkheden tot opschaling

B: Pilotproject:

de mate waarin na opschaling de potentie bestaat een grote of grotere groep lokale begunstigden te bereiken

minimaal 2

30

Duurzaamheid:

A: Institutioneel

maximaal 5

minimaal 2

2

10

B: Technisch

maximaal 5

minimaal 2

2

10

C: Milieutechnisch

maximaal 5

minimaal 2

2

10

D: Krachtenbundeling

maximaal 5

minimaal 2

2

10

De mate waarin het project vernieuwende en innovatieve Nederlandse kennis en kunde op het gebied van waterveiligheid en waterzekerheid in Nederland of ook in het buitenland gevestigde partijen ontsluit

maximaal 5

minimaal 2

4

20

Kwaliteit van de aanvraag:

maximaal 5

minimaal 2

2

10

Totaal: (100)

(Minimum score)

100

(65)