Mededeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 24 juni 2016, 2016-0000149442, betreffende de herziening van de hoogte van de uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet met ingang van 1 juli 2016
Mededeling herziening hoogte uitkering op grond van Algemene nabestaandenwet met ingang van 1 juli 2016
deelt op grond van artikel 2, tweede lid, van de Algemene nabestaandenwet mee dat met ingang van 1 juli 2016:
-
1.
De brutonabestaandenuitkering, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Algemene nabestaandenwet € 1.156,32 bedraagt.
-
2.
De brutonabestaandenuitkering, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de Algemene nabestaandenwet € 741,52 bedraagt.
-
3.
De brutonabestaandenuitkering, bedoeld in artikel 17, vijfde lid, van de Algemene nabestaandenwet € 741,52 bedraagt.
-
4.
De brutowezenuitkering, bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdeel a, van de Algemene nabestaandenwet € 370,02 bedraagt.
-
5.
De brutowezenuitkering, bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdeel b, van de Algemene nabestaandenwet € 555,03 bedraagt.
-
6.
De brutowezenuitkering, bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdeel c, van de Algemene nabestaandenwet € 740,04 bedraagt.
-
7.
De brutonabestaandenuitkering, bedoeld in artikel 70, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene nabestaandenwet € 1.052,62 bedraagt.
-
8.
De brutonabestaandenuitkering, bedoeld in artikel 70, eerste lid, onderdeel c, van de Algemene nabestaandenwet € 950,58 bedraagt.
-
9.
De brutonabestaandenuitkering, bedoeld in artikel 70, eerste lid, onderdeel d, van de Algemene nabestaandenwet € 846,88 bedraagt.
Deze mededeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.