Artikel
1
De volgende vergunningen worden, op grond van artikel 3.17, tweede lid, onder b, van de Telecommunicatiewet, vanwege hun gebruik aangewezen als vergunningen die niet van rechtswege verlengd worden:
-
a.
vergunningen die bestemd zijn voor het gebruik van frequentieruimte ten behoeve van digitale commerciële radio-omroep;
-
b.
vergunningen die bestemd zijn voor het gebruik van frequentieruimte door een omroep als bedoeld in artikel 6.9 van de Mediawet 2008 ten behoeve van een bedrijfsondersteunende dienst met een zendbereik dat beperkt is tot de locatie waarop het bedrijf zijn activiteiten uitoefent;
-
c.
vergunningen als bedoeld in artikel 3.12 van de Telecommunicatiewet;
-
d.
vergunningen die bestemd zijn voor onbemand frequentiegebruik door radiozendamateurs;
-
e.
vergunningen voor het gebruik van frequentieruimte door radiozendamateurs die tijdelijk zijn verleend aan niet-ingezetenen en
-
f.
vergunningen voor VHF en UHF-radiotelefonen voor vast opgestelde hijs- en torenkranen die ten behoeve van de communicatie op een bouwplaats zijn verleend.