Tijdelijke regeling van de Minister van Economische Zaken en de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 13 november 2016, nr. WJZ / 16167308, houdende vaststelling van regels omtrent de afbouw van toelagen en toeslagen van medewerkers van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (Tijdelijke regeling aflopende en aansluitende toelage NVWA)

Tijdelijke regeling aflopende en aansluitende toelage NVWA

De Minister van Economische Zaken en de Minister voor Wonen en Rijksdienst,

Besluiten:

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    ARAR: het Algemeen Rijksambtenarenreglement;

  • b.

    BBRA ‘84: het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984;

  • c.

    de minister: de Minister van Economische Zaken;

  • d.

    NVWA: de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;

  • e.

    Regeling vaartoelage: Regeling vaartoelage, afbouw verlofaanspraken en enige andere vaste vergoedingen en toeslagen NVWA;

  • f.

    oude toelage inconveniënten: de inconveniëntentoelage, waarop de medewerker op grond van de Inconveniëntenregeling AID 1995 over de maand december 2011 aanspraak had, bestaande uit de toelage voor onregelmatige dienst, de vergoeding voor overwerk en de vergoeding voor bereikbaarheid- en beschikbaarheid, als bedoeld in de artikelen 17, 23 en 18a van het BBRA ‘84;

  • g.

    nieuwe toelage inconveniënten: de som van de volgende toelagen en vergoedingen, als bedoeld in het BBRA ’84:

  • h.

    oude ploegendiensttoeslag: de som van:

    • de ploegendiensttoeslag die de medewerker gemiddeld per maand heeft genoten over de periode van 36 kalendermaanden voorafgaand aan 31 december 2011 op grond van de Regeling 2-ploegendienst RVV en de bijlage van 3 juli 2002, en

    • 2°.

      de toelage voor onregelmatige dienst op grond van artikel 17 van het BBRA ‘84 die de medewerker gemiddeld per maand heeft genoten over de periode van 36 kalendermaanden voorafgaand aan 31 december 2011;

  • i.

    nieuwe ploegendiensttoeslag: de maandelijkse toelage voor onregelmatige dienst op grond van artikel 17, eerste en vierde lid, van het BBRA ’84;

  • j.

    medewerker: de medewerker van de NVWA die op grond van het ARAR in vaste dienst is aangesteld en die ofwel de oude toelage inconveniënten ofwel de oude ploegendiensttoeslag heeft genoten;

  • k.

    medewerker categorie 1: de medewerker die op 31 december 2011 55 jaar of ouder was;

  • l.

    medewerker categorie 2: de medewerker die op 31 december 2011 45 jaar of ouder was, maar nog geen 55 jaar;

  • m.

    medewerker categorie 3: de medewerker die op 31 december 2011 jonger was dan 45 jaar;

  • n.

    crisis: een situatie als bedoeld in de Vergoedingsregeling opschaling bij crises ;

  • o.

    salaris: hetgeen daaronder wordt verstaan in het BBRA ‘84;

  • p.

    oude salaris: het voor de medewerker op 31 december 2011 geldende salaris,

    • indien van toepassing vermeerderd met periodieke verhogingen van het salaris op grond van artikel 7 van het BBRA ’84, waarop de medewerker in de op 31 december 2011 voor hem geldende salarisschaal uitzicht heeft, een algemene (sectorale) salarisverhoging, een verhoging van het salaris op grond van artikel 8 van het BBRA ’84 en een periodieke toeslag op grond van artikel 22a van het BBRA ’84;

    • indien van toepassing vermeerderd met periodieke verhogingen van het salaris op grond van artikel 7 van het BBRA ’84, gevolgd op een bevordering van de medewerker op grond van artikel 5 van het BBRA ’84, voor zover daarmee het maximum van de op 31 december 2011 geldende salarisschaal niet wordt overschreden;

  • q.

    nieuwe salaris: het voor de medewerker geldende salaris op het moment van de maandelijkse berekening van de hoogte van de aflopende of aansluitende toelage;

  • r.

    salarisschaal: hetgeen daaronder wordt verstaan in het BBRA ‘84;

  • s.

    maximumsalaris: hetgeen daaronder wordt verstaan in het BBRA ‘84.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

De minister kan, voor zover nodig in individuele gevallen waar de regeling naar zijn oordeel niet of niet in redelijkheid voorziet, in afwijking van deze regeling besluiten, indien bijzondere gevallen daartoe aanleiding geven.

Artikel

9

Artikel

10

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling aflopende en aansluitende toelage NVWA.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage
De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp
De Minister voor Wonen en Rijksdienst, S.A. Blok