Beleidsregel van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, in overeenstemming met de Staatssecretaris van Financiën van 17 januari 2017, nr. IENM/BSK-2016/284600, na overleg met de Minister van Economische Zaken omtrent de wijze waarop de steun als percentage van het projectvermogen wordt berekend in het kader van de Regeling groenprojecten 2016 (Beleidsregel berekening steunpercentage)

Beleidsregel berekening steunpercentage Regeling groenprojecten 2016

Overwegende dat:
  • de steun die een projectbeheerder geniet in het kader van de Regeling groenprojecten 2016 voortvloeit uit de rentekorting die hij als ondernemer krijgt van de bank ten opzichte van de marktrente; de rentekorting geldt tijdens de gehele looptijd van de groenverklaring;

  • een deel van de factoren die de steun bepalen op het moment van het afgeven van de groenverklaring niet definitief vaststaat of gedurende de looptijd van de groenverklaring en de lening kan veranderen;

  • in artikel 7, derde lid, van de Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187) en artikel 7, vierde lid, van de Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën van steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 193) is bepaald dat steun die in meerdere tranches wordt uitgekeerd, gedisconteerd dient te worden tot de waarde ervan op het tijdstip van de toekenning van de steun.

  • steun verkregen ingevolge de Regeling groenprojecten 2016 wordt uitgekeerd in meerdere tranches en derhalve de netto contante waarde van de steun moet worden berekend.

Besluit:

Artikel

1

Artikel

2

Om de steun op het moment waarop de groenverklaring wordt afgegeven te kunnen bepalen wordt uitgegaan van:

  • a.

    een groenproject waarvan de gehele investering wordt gefinancierd met een geldlening van een groenfonds als bedoeld in artikel 5.14, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001;

  • b.

    een maximale looptijd van de geldlening van tien jaar;

  • c.

    een lineaire aflossing op de geldlening tot een restwaarde van € 0,–;

  • d.

    een te behalen rentevoordeel voordat aftrek van vennootschapsbelasting plaatsvindt van 0,75% punt;

  • e.

    de disconteringsvoet zoals maandelijks wordt vastgesteld door de Europese Commissie;

  • f.

    het te betalen tarief aan vennootschapsbelasting van 25%.

Artikel

3

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 2016.

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,S.A.M.Dijksma