Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 22 maart 2017, 2017-0000044513, tot vaststelling van de uitzondering van de inlichtingenplicht

Regeling uitzondering inlichtingenplicht

Artikel

1

Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel

2

Administratie

De basisregistratie personen, en de polisadministratie zijn administraties als bedoeld in artikel 49 van de Algemene Ouderdomswet, artikel 35, eerste lid, van de Algemene nabestaandenwet, artikel 15, tweede lid, onderdeel a, van de Algemene Kinderbijslagwet, de artikelen 17, eerste lid, en 36b, vierde lid, van de Participatiewet, artikel 13, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, en artikel 13, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.

Artikel

3

Inlichtingenplicht aan de SVB

Artikel

4

Inlichtingenplicht aan het college

De inlichtingenplicht, bedoeld in de artikelen 17, eerste lid, en 36b, vierde lid, van de Participatiewet, artikel 13, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, en artikel 13, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, geldt niet ten aanzien van gegevens die in de basisregistratie zijn opgenomen ten aanzien van:

Artikel

4a

Inlichtingenplicht aan het UWV

Artikel

5

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juni 2017.

Artikel

6

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling uitzondering inlichtingenplicht.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,L.F.Asscher