Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 3 april 2017, nr. WJZ/17034490, houdende regels ten aanzien van de interventie van agrarische producten (Regeling interventie 2017)

Regeling interventie 2017

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

Besluit:

Paragraaf

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    minister: Minister van Economische Zaken;

  • b.

    contractant: degene die met de minister in het kader van deze regeling een contract sluit;

  • c.

    marktinterventie: samenstel van openbare interventie en steun voor particuliere opslag;

  • d.

    openbare interventie: aankoop en opslag door de minister van de in artikel 11 van Verordening 1308/2013 genoemde producten tegen een op grond van uitvoeringshandelingen van de Commissie vastgestelde gegarandeerde prijs totdat deze worden afgezet;

  • e.

    particuliere opslag: tegen ontvangen van steun tijdelijk door de contractant opslaan van in artikel 17 van Verordening 1308/2013 genoemde producten;

  • f.

    NVWA: Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Economische Zaken;

  • g.

    COKZ: Centraal Orgaan voor Kwaliteitsaangelegenheden in de Zuivel;

  • h.

    RIKILT: RIKILT – Instituut voor Voedselveiligheid, Wageningen UR;

  • i.

    Verordening 1308/2013: Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PbEU 2013, L 347);

  • j.

    Verordening 907/2014: Gedelegeerde Verordening (EU) Nr. 907/2014 van de Commissie van 11 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de betaalorganen en andere instanties, het financieel beheer, de goedkeuring van de rekeningen, de zekerheden en het gebruik van de euro (PbEU 2014, L 255);

  • k.

    Verordening 2016/1238: Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1238 van de Commissie van 18 mei 2016 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft openbare interventie en steun voor particuliere opslag (PbEU 2016, L 206);

  • l.

    Verordening 2016/1240: Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1240 van de Commissie van 18 mei 2016 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft openbare interventie en steun voor particuliere opslag (PbEU 2016, L 206).

Paragraaf

2

Algemene bepalingen

Artikel

2

Als bevoegde autoriteit of bevoegde instantie als bedoeld in de in artikel 1 genoemde verordeningen wordt aangewezen de minister.

Artikel

3

Artikel

4

Paragraaf

3

Herkeuring monsters

Artikel

5

Paragraaf

4

Openbare interventie

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

De koper van mageremelkpoeder of boter informeert de minister, met een door de minister ter beschikking gesteld middel, ten minste één werkdag van tevoren, vóór 10:00 uur, over de door hem met het vrieshuis of opslagpand overeengekomen datum en tijdstip van daadwerkelijke uitslag uit het opslagpand of vrieshuis.

Paragraaf

5

Particuliere opslag

Artikel

11

Zodra de Commissie van de Europese Gemeenschappen daartoe specifieke uitvoeringsregels heeft vastgesteld, kan de minister op aanvraag steun verlenen voor de particuliere opslag. De minister doet dit in overeenstemming met de op de particuliere opslag van toepassing zijnde artikelen in Deel II, Titel I, Hoofdstuk I, Afdelingen 1, 3 en 4, van Verordening 1308/2013, met inachtneming van Verordening 2016/1238 en Verordening 2016/1240 en met inachtneming van de in de eerste volzin bedoelde specifieke uitvoeringsregels.

Artikel

12

Artikel

13

Bij opslag wordt op de pallets of boxpallets, per partij en per pallet of boxpallet, op een duidelijk zichtbare plaats een label aangebracht waarop het opslagpartijnummer, het aantal verpakkingen op de pallet of boxpallet en de datum van fysieke inslag worden vermeld.

Artikel

14

Paragraaf

6

Particuliere opslag van boter en mageremelkpoeder

Artikel

15

Boter en mageremelkpoeder komen voor particuliere opslag in aanmerking indien alle partijen, waarvoor het contract is gesloten, in hetzelfde bedrijf zijn geproduceerd.

Artikel

16

Paragraaf

7

Particuliere opslag van varkensvlees en rundvlees

Artikel

17

Artikel

18

Artikel

19

Artikel

20

Varkensvlees of rundvlees kan onder de in Bijlage 2 vermelde voorwaarden op een andere plaats worden ingevroren dan waar het wordt opgeslagen.

Artikel

21

Paragraaf

8

De Commissie Officiële Nederlandse Zuivelnoteringen

Artikel

22

Artikel

23

Artikel

24

De leden en de secretaris van de commissie zijn verplicht tot geheimhouding van de zaken en bedrijfsgeheimen, die hun als zodanig ter kennis zijn gekomen, en van alle aangelegenheden, waarvan zij het vertrouwelijk karakter moeten begrijpen.

Artikel

25

Ter vaststelling van de notering van de in artikel 28 genoemde producten baseert de commissie zich zoveel mogelijk op de prijzen die op de dag van de notering voor de desbetreffende Nederlandse producten gangbaar zijn en zij houdt tevens rekening met de voor de komende week in redelijkheid te verwachten ontwikkeling. Ingeval voor een bepaald product van Nederlandse origine voor langere tijd niet of nauwelijks een gangbare prijs voorhanden is, kan een product van E.U.-origine worden genoteerd.

Artikel

26

Artikel

27

De noteringen worden schriftelijk vastgesteld en onmiddellijk daarna bekend gemaakt.

Artikel

28

Paragraaf

9

Slotbepalingen

Artikel

29

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling interventie 2017.

Artikel

30

Artikel

31

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage
De Staatssecretaris van Economische Zaken,M.H.P. vanDam

Bijlage

1

als bedoeld in artikel 14

Voorwaarden voor de opslag van boter, kaas, mageremelkpoeder, varkensvlees en rundvlees in verzegelde stellingen

  • 1.

    De opslageenheden product worden zodanig in stellingen opgeslagen dat na het aanbrengen van het nylonkoord de opslageenheden niet uit de stelling gehaald kunnen worden zonder het koord los te maken.

  • 2.

    Het aanbrengen van het koord en het verzegelen vinden plaats tijdens de inslagcontrole. Deze controle vindt plaats nadat de inslag van het desbetreffende contract is voltooid. Tijdens deze inslagcontrole is het product bereikbaar en controleerbaar of kan het gemakkelijk bereikbaar en controleerbaar worden gemaakt.

  • 3.

    Het koord wordt door het opslagpand onder toezicht van de NVWA aangebracht, en de uiteinden worden zodanig samengeknoopt dat de NVWA daar het zegel – ten behoeve van de verzegeling – kan bevestigen.

  • 4.

    De verzegelde stelling wordt per partij voorzien van een kaart waarop de navolgende gegevens worden vermeld:

    • stellingnummer;

    • naam product;

    • contractnummer;

    • naam contractant;

    • inslagdatum;

    • partijnummer;

    • aantal dozen/stuks;

    • aantal kilogrammen;

    • datum inslagcontrole, naam, handtekening en stempel van de ambtenaar van de NVWA;

    • datum/data controle aanwezigheid, naam, handtekening en stempel van de ambtenaar van de NVWA.

  • 5.

    Het opslagpand zorgt voor het nylonkoord en voor de onder punt 4 bedoelde kaarten.

  • 6.

    De NVWA kan ongeacht de verzegeling één of meer partijen aan een nadere controle onderwerpen. In dat geval maakt het opslagpand de partijen controleerbaar.

  • 7.

    Wanneer bij controle blijkt dat de verzegeling is verbroken worden de desbetreffende partijen aan een intensieve controle onderworpen.

  • 8.

    Vóór de uitslag vindt er een eindcontrole plaats en tijdens deze controle verbreekt de NVWA het zegel.

  • 9.

    Uitsluitend wanneer de uitslag tijdig is aangemeld en de desbetreffende partij(en) niet aan een eindcontrole wordt (worden) onderworpen mag het opslagpand het zegel op de aangemelde dag van uitslag zelf verbreken.

    In dat geval wordt op de in punt 4 genoemde kaart door de medewerker van het opslagpand vermeld:

    • ‘verzegeling verbroken’;

    • datum en uur van ontzegelen;

    • naam en handtekening.

    Wanneer na de uitslag van de desbetreffende aangemelde (deel)-hoeveelheid van de partij zich nog product in de desbetreffende stelling bevindt, zal deze bij een volgende controle door de NVWA aan een intensieve controle worden onderworpen.

  • 10.

    Indien een contractant bezwaar heeft tegen opslag in stellingen, dient dit bezwaar vóór de opslag aan zowel de opslagpandhouder als aan de minister schriftelijk kenbaar te worden gemaakt.

Bijlage

2

als bedoeld in artikel 20

Voorwaarden voor invriezen van rundvlees en varkensvlees op andere plaats dan plaats van opslag

Voor partijen vlees die buiten de plaats van definitieve opslag worden ingevroren, gelden de volgende voorwaarden:

  • a.

    Na het invriezen wordt het vlees, in afwachting van het verplaatsen naar het vrieshuis van definitieve opslag, per contract afzonderlijk en duidelijk gescheiden van andere voorraden, opgeslagen.

  • b.

    Elke opslageenheid is voorzien van een label, waarop duidelijk leesbaar de gegevens zijn vermeld, bedoeld in artikel 17, eerste lid.

  • c.

    De dag en het tijdstip van verplaatsing, de naam en plaats van het vrieshuis van definitieve opslag, alsmede het contractnummer en de hoeveelheid vlees die zal worden verplaatst, worden ten minste 2 werkdagen van tevoren uiterlijk om 10.00 uur schriftelijk aan de minister gemeld. De totale hoeveelheid van een contract voor rundvlees wordt op dezelfde dag verplaatst. Voor de hoeveelheid van een contract voor varkensvlees mag verplaatsing over meerdere dagen worden verdeeld.

  • d.

    Uitsluitend de gehele hoeveelheid vlees waarvoor een contract is gesloten kan worden verplaatst, met dien verstande dat de verplaatsing naar het vrieshuis van definitieve opslag binnen de voor varkensvlees en rundvlees geldende inslagtermijn moet hebben plaatsgevonden.

  • e.

    De contractant verstrekt van de inslagen in het vrieshuis van definitieve opslag aan de minister een inslagopgave van alle ingeslagen partijen per contract. Op de inslagopgave vermeldt de contractant tevens: ‘verplaatsing’.

  • f.

    Deze inslagopgave is uiterlijk vijf werkdagen na de inslag in het vrieshuis van definitieve opslag in het bezit van de minister.

  • g.

    De opslagperiode gaat in op de dag volgend op de laatste dag van inslag in het vrieshuis van definitieve opslag.