Regeling medisch-specialistische zorg
Grondslag
1
Begripsbepalingen
2
Doel van de regeling
3
Reikwijdte
Hoofdstuk
I
Zorgtrajecten
Hoofdstuk
II
Subtrajecten
Hoofdstuk
III
Zorgactiviteiten
Hoofdstuk
IV
Overige zorgproducten
Hoofdstuk
V
Afleiden
Hoofdstuk
VI
Zorgtrajecten
31
Algemene declaratiebepalingen
32
Onderlinge dienstverlening
33
Declaratiebepalingen voor dbc-zorgproducten
34
Declaratiebepalingen voor overige zorgproducten
34a
Declaratiebepalingen voor overige zorgproducten uitde categorie supplementaire producten
-
1.
Een overig zorgproduct uit de categorie supplementaire producten kan naast een dbc-zorgproduct worden gedeclareerd.
-
2.
Een add-on mag tussentijds, dat wil zeggen ‘na uitvoering’ en ’eerder dan declaratie van het dbc-zorgproduct’ worden gedeclareerd.
-
3.
Een add-on ic mag per kalenderdag worden gedeclareerd.
-
4.
Een add-on dialyse toeslag op de ic (190156) mag alleen in combinatie met een ic-dag (190157 of 190158) worden gedeclareerd. Een add-on dialysetoeslag mag dus niet in combinatie met een add-on voor de neonatale ic en de pediatrische ic (190150 of 190151) worden gedeclareerd.
-
5.
Bij declaratie van een add-on geneesmiddel wordt het zorgtrajectnummer van het zorgtraject waarop het betrekking heeft meegestuurd.
-
6.
Bij declaratie van een add-on ic wordt het subtrajectnummer van het zorgproduct waarop het betrekking heeft meegestuurd. Indien er sprake is van een add-on ic met zorgtype 52 wordt het (eigen) subtrajectnummer meegestuurd.
-
7.
Als er geen contractuele overeenkomst is tussen de zorgverlener en de zorgverzekeraar over de zwaarte van de te declareren behandeldagen (ic-dag type 1 of 2 met zorgactiviteitcodes 190157 of 190158), mag alleen de ic-dag type 1 in rekening worden gebracht.
-
8.
De toeslag ECMO kan alleen in rekening gebracht worden als op een kalenderdag op enig moment sprake is geweest van Extra Corporele Membraan Oxygenatie therapie bij een patiënt op neonatale ic of pediatrische ic. De ECMO prestatie kan als zijnde een toeslag naast de Neonatale intensive care of Pediatrische intensive care gedeclareerd worden.
-
9.
Alleen centra voor hemofiliebehandeling en aanverwante hemostaseziekten, die door de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op grond van artikel 8 van de Wet op de bijzondere medische verrichtingen (Wbmv) als zodanig zijn aangewezen, kunnen ozp-stollingsfactoren voor hemofilie en aanverwante hemostaseziekten in rekening brengen. Bij de declaratie van ozp-stollingsfactoren voor overige indicaties geldt deze beperking van aangewezen centra niet.
In afwijking van de inwerkingtredingsdatum van deze regeling, treedt de inhoud van lid 9 van dit artikel met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2017.
-
10.
Als een patiënt een geneesmiddel gebruikt waarvoor een add-on, respectievelijk een ozp-stollingsfactor is vastgesteld dan moet de zorgverlener het geneesmiddel als add-on, respectievelijk ozp-stollingsfactor declareren. In dat geval kan een dergelijk geneesmiddel dus niet meer als onderdeel van een dbc-zorgproduct in rekening worden gebracht.
Geneesmiddelen die worden ingezet in het kader van Kaakchirurgische verrichtingen (230000 t/m 239962) maken wel onderdeel uit van deze verrichtingen en worden niet door middel van een add-ongeneesmiddel, respectievelijk ozp-stollingsfactor gedeclareerd.
-
11.
De toeslag in verband met chronische beademing – revalidatie (190982) mag in rekening worden gebracht voor iedere verpleegdag waarop een patiënt, die afhankelijk is van chronische kunstmatige beademing, chronische beademing ontvangt in het kader van een revalidatiebehandeling. Het gaat hierbij om patiënten:
-
−
die gebruik maken van invasieve beademing (beademing via tracheacanule) of:
-
−
die gebruik maken van non invasieve beademing (beademing via masker) en het masker niet zelfstandig kunnen hanteren in verband met afwezige arm-handfunctie.
De inzet van de revalidatiearts in verband met een calamiteit die zich tijdens en als gevolg van de chronische beademing voordoet, vormt geen onderdeel van deze toeslag, maar kan als directe tijd worden geregistreerd. Deze toeslag is ook niet van toepassing op patiënten die in principe zelfstandig ademhalen, maar waarbij op grond van hun aandoening te verwachten is dat zij incidenteel en kortdurend beademd moeten worden of een andere vorm van ondersteuning van de ademhaling nodig hebben. Voor het vastleggen van deze zorg mag de zorgactiviteitcode Klinische verpleging – ademhaling ondersteuning (zuurstof geven, airstacken (longvolume op peil houden), longen uitzuigen) – revalidatie (190879) te worden gebruikt.
-
−
34b
Declaratiebepalingen voor overige zorgproducten uitde categorie eerstelijnsdiagnostiek
34c
Declaratiebepalingen voor overige zorgproducten uitde categorie paramedische behandeling en onderzoek
34d
Declaratiebepalingen voor overige zorgproducten uitde categorie overige verrichtingen
Hoofdstuk
VII
Zorgtrajecten
Bijlage
1
Overzicht dbc-zorgproducten
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Bijlage
2
Typeringslijst per specialisme
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Bijlage
3
Zorgactiviteitentabel
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Bijlage
4
Overzicht overige zorgproducten
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Bijlage
5
Afsluitregelstabel
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Bijlage
6
Overzicht pathologie prestaties
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Bijlage
7
Diagnose-combinatietabel
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Bijlage
8
Overzicht zorgactiviteiten op nota
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Bijlage
9
Privacyverklaring
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Bijlage
10
Overzicht dbc-zorgproducten op nota
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Bijlage
11
Sjabloon standaard prijslijst
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Bijlage
12
Toelichting regels afleiding
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Bijlage
13
Indeling kaakchirurgie prestaties naar productgroepen
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden