Overwegende:
Dat de bestrijding van zorgfraude en de aanpak van oneigenlijk gebruik van zorgvoorzieningen een prioriteit is in het beleid van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
Dat zowel op het gebied van de langdurige zorg, de maatschappelijke ondersteuning, de jeugdhulp, als de curatieve zorg veel acties in gang zijn en worden gezet om fraude en oneigenlijk gebruik van zorgvoorzieningen terug te dringen en te voorkomen;
Dat deze maatregelen op het voorkomen alsmede het opsporen en bestrijden van fraude en oneigenlijk gebruik zijn gericht, zodat de financiële middelen die voor de zorg bestemd zijn ook komen waar ze horen, namelijk bij de zorg voor de patiënt of cliënt die deze zorg nodig heeft;
Dat voor een krachtiger aanpak van zorgfraude een brede geïntegreerde aanpak van zorgfraude waarbij door de Inspectie Sociale Zaken, Directie Opsporing (hierna: ISZW-DO), de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (hierna: FIOD), de Colleges van burgemeester en wethouders, de Zorgverzekeraars, het Centrum Indicatiestelling Zorg (hierna: CIZ), de Nederlandse Zorg Autoriteit (hierna: NZa) en de Inspectie voor de Gezondheidszorg (hierna: IGZ) wordt samengewerkt, noodzakelijk is;
Dat hiervoor een aanzet is gegeven met het Bestuurlijk Overleg Taskforce Integriteit Zorgsector, waarin bovengenoemde partijen vertegenwoordigd zijn. Dat in opdracht van dit Bestuurlijk Overleg ter intensivering van de samenwerking een samenwerkingsverband is aangegaan, welke is vastgelegd in het Convenant IKZ (Informatie Knooppunt Zorgfraude).
Dat het gezamenlijke doel van de convenantpartners het versterken van de integriteit van de zorgsector is door het voorkomen en aanpakken van onrechtmatigheden in de zorg die ten laste komen van de voor zorg bestemde middelen;
Dat uitwisseling van informatie tussen de partners van het convenant van essentieel belang is voor de verbetering van de aanpak van zorgfraude en informatie uitwisseling als zodanig een essentieel onderdeel is van de samenwerking tussen de convenantpartners;
Dat de ISZW DO en de FIOD echter slechts op beperkte schaal politiegegevens op grond van
artikel 8 en
13 Wpg verwerken, maar veelal grootschalige fraudeonderzoeken verrichten die worden verwerkt op grond van
artikel 9 Wpg;
Dat de praktijk bovendien heeft uitgewezen dat politiegegevens die thans worden verstrekt door de ISZW DO en de FIOD aan bovengenoemde convenantpartners ontoereikend zijn om zicht te krijgen op de verborgen verschijningsvormen van de georganiseerde fraude in de zorgsector, en dat juist de politiegegevens die zijn verwerkt op grond van
artikel 9 Wpg van groot belang zijn voor de aanpak van de (georganiseerde) fraude in de zorg, omdat deze gegevens beter inzicht bieden in mogelijke fraude en oneigenlijk gebruik van voorzieningen in de zorgsector;
Dat door het nemen van schadebeperkende maatregelen door genoemde convenantpartners onrechtmatigheden in de zorg die ten laste komen van de voor zorg bestemde middelen voorkomen en aangepakt worden en de integriteit van de zorgsector versterkt wordt;
Dat in de nota van toelichting bij het
Besluit politiegegevens is aangegeven dat dit aan de orde kan zijn in situaties waarin sprake is van ernstig gevaar voor het leven of de gezondheid van bepaalde personen, hetgeen de verstrekking van deze gegevens voor het nemen van schadebeperkende maatregelen niet mogelijk maakt.
Dat ingevolge
artikel 18, eerste lid, van de Wpg, bij of krachtens algemene maatregel van bestuur personen en instanties kunnen worden aangewezen aan wie of waaraan, met het oog op een zwaarwegend algemeen belang, politiegegevens worden of kunnen worden verstrekt ter uitvoering van de bij of krachtens die algemene maatregel van bestuur aan te geven taak; Dat het
Besluit politiegegevens geen uitdrukkelijke grondslag biedt tot het verstrekken van politiegegevens die zijn verwerkt op grond van
artikel 9 Wpg aan de Colleges van burgemeester en wethouders, Zorgverzekeraars, het CIZ, de NZa en de IGZ met het oog op het nemen van schadebeperkende maatregelen ten behoeve van het voorkomen en aanpakken van onrechtmatigheden in de zorg die ten laste komen van de voor zorg bestemde middelen;
Dat ingevolge
artikel 18, tweede lid, van de Wpg, de Minister van Veiligheid en Justitie toestemming kan geven tot het verstrekken van daarbij door hem te omschrijven politiegegevens voor zover dit noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend algemeen belang;
Dat met de verstrekking van deze politiegegevens verwerkt op grond van
artikel 9 Wpg aan de convenantpartners een zwaarwegend algemeen belang wordt gediend, omdat de genoemde convenantpartners beter in staat zijn hun wettelijke taken te vervullen, zodat schadebeperkende maatregelen kunnen worden genomen en onrechtmatigheden in de zorg beter kunnen worden voorkomen en aangepakt. Dat dit bijdraagt aan de versterking van de integriteit van de zorgsector, en ten goede komt aan het economisch welzijn van het land, de bescherming van de gezondheid alsook het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten;
Dat vanwege de gevoelige aard van de te verstrekken gegevens nadere voorschriften en voorwaarden worden gesteld met betrekking tot de verstrekking, de verwerking en de verdere verwerking daarvan;
Dat met de verlening van deze toestemming vooruit wordt gelopen op een voorstel tot aanpassing van het
Besluit politiegegevens, zodat deze machtiging een tijdelijk karakter heeft.