Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 19 mei 2017, nr. IB/1159407 houdende regels voor het verstrekken van subsidie voor internationalisering in het primair en voortgezet onderwijs (Subsidieregeling Internationalisering po en vo)

Subsidieregeling Internationalisering po en vo

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • instelling:

  • internationalisering: ontwikkelen van internationale oriëntatie, kennis, communicatie, reflectie en samenwerking met als doel het verwerven van internationale competenties van de leerling en docent;

  • schooljaar: tijdvak van 1 augustus tot en met 31 juli daaraanvolgend;

  • buitenlandse partnerinstelling: buiten Europees Nederland gevestigde school of instelling waarmee in het kader van deze regeling wordt samengewerkt, met dien verstande dat bij subsidieaanvragen van scholen en instellingen op Caribisch Nederland ook scholen en instellingen binnen Europees Nederland als buitenlandse partnerinstelling worden aangemerkt;

  • vvto: vroeg vreemde talen onderwijs in het primair onderwijs, waarbij maximaal 15% van de onderwijstijd in de vreemde taal onderwijs wordt gegeven;

  • tto: tweetalig onderwijs in het voortgezet onderwijs;

  • tpo: tweetalig primair onderwijs, waarbij maximaal 50% van de onderwijstijd het onderwijs in het Engels wordt gegeven;

  • Elos: internationaliseringsprogramma voor het voortgezet onderwijs, waarbij leerlingen volgens vaste standaarden gericht werken aan internationale en interculturele competenties;

  • International Primary Curriculum: internationaal georiënteerd integraal curriculum voor leerlingen in het primair onderwijs, met nadruk op creativiteit.

Artikel

2

Mandaat Stichting Nuffic

De directeur van de Stichting Nuffic is bevoegd om namens de minister besluiten te nemen en bezwaren af te handelen voor zover die strekken tot uitvoering van deze subsidieregeling. Hij is daarbij tevens bevoegd tot het treffen van een ondermandaatregeling.

Artikel

3

Te subsidiëren activiteiten

Artikel

4

Subsidieplafonds

Het subsidieplafond bedraagt voor het schooljaar 2017–2018 € 1.710.000 en voor de schooljaren 2018–2019 en 2019–2020 telkens € 832.000.

Artikel

5

Subsidieaanvraag en verdeelcriterium

Artikel

6

Subsidieverstrekking

Artikel

7

Berekening subsidiebedrag

Om spreiding van middelen te waarborgen, geldt een maximaal te verstrekken subsidiebedrag per instelling per schooljaar. De berekening van de maximale subsidie wordt allereerst getoetst op het niveau van de vestiging, aan de hand van het 6-cijferig Brin-nummer van de instelling.

Vervolgens wordt getoetst hoeveel subsidie de instelling als geheel ontvangt, een maximum voor het 4-cijferig Brin-nummer. De minister hanteert de volgende maximale subsidies per onderdeel van de regeling:

Internationaliserende onderwijsconcepten

Maximum per vestiging primair onderwijs (6-cijferig Brin-nummer)

€ 5.000

Maximum per vestiging voortgezet onderwijs (6-cijferig Brin-nummer)

€ 10.000

Maximum per instelling bij 4 of meer vestigingen (4-cijferig Brin-nummer) po/vo

€ 20.000

Mobiliteit

a. Leerlingenmobiliteit

Maximaal € 150 per deelnemende leerling. Voor deelname van leerlingen met een handicap worden de kosten voor 100% vergoed, voor zover die kosten als sober en doelmatig kunnen worden aangemerkt. In het geval dat het onderstaande maximum daartoe niet toereikend is, mag het maximum worden opgehoogd met de kosten die samenhangen met de deelname van leerlingen met een handicap, tot ten hoogste € 25.000. Deze subsidie is alleen beschikbaar in schooljaar 2017–2018.

Maximum per vestiging (6-cijferig Brin-nummer)

€ 6.000

Maximum per instelling bij 4 of meer vestigingen (4-cijferig Brin-nummer)

€ 20.000

b. Lerarenmobiliteit

Voor nascholingsactiviteiten van leraren en schoolleiders in het primair en voortgezet onderwijs en lerarenopleiders: maximaal € 750 per deelnemer. Deze subsidie is alleen beschikbaar in schooljaar 2017–2018.

Maximum per vestiging (6-cijferig Brin-nummer)

€ 1.500

Maximum per instelling bij 4 of meer vestigingen (4-cijferig Brin-nummer)

€ 3.000

Voor nascholingsactiviteiten van leraren en schoolleiders in het onderwijs op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving: maximaal € 750 per deelnemer.

Maximum per vestiging (6-cijferig Brin-nummer)

€ 1.500

Maximum per instelling bij 4 of 5 vestigingen (4-cijferig Brin-nummer)

€ 3.000

Maximum per instelling bij 6 of 7 vestigingen (4-cijferig Brin-nummer)

€ 4.500

Maximum per instelling bij 8 of meer vestigingen (4-cijferig Brin-nummer)

€ 6.000

c. Studentenstages

Maximaal € 750 per deelnemende student per stage. Deze subsidie is alleen beschikbaar in schooljaar 2017–2018.

Maximum per vestiging (6-cijferig Brin-nummer)

€ 7.500

Maximum per instelling bij 2 of meer vestigingen (4-cijferig Brin-nummer)

€ 15.000

Artikel

8

Besteding subsidie aan bekostigde instellingen

De subsidie wordt direct vastgesteld binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag. De minister betaalt het subsidiebedrag ineens. Indien de activiteiten volledig zijn uitgevoerd en aan alle verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

Artikel

9

Verantwoording door bekostigde instellingen

Artikel

10

Activiteitenverslag ten behoeve van evaluatie

Artikel

11

Inwerkingtreding en vervaldatum

Artikel

12

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Internationalisering po en vo.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, S. Dekker