Artikel
1
1
Aan de algemeen directeur van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend om namens de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking besluiten te nemen, rechtshandelingen te verrichten en de daartoe benodigde voorbereidingshandelingen te verrichten met het oog op de toepassing van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006, daaronder begrepen het sluiten van uitvoeringsovereenkomsten bij subsidies, en van de Comptabiliteitswet 2001, voor zover betrekking hebbend op het doen van schenkingen aan overheidsorganen in ontwikkelingslanden en het sluiten van bijdrageovereenkomsten ten laste van de begroting van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, alsmede met het oog op de toepassing van de Wet openbaarheid van bestuur voor zover samenhangend met de vorenbedoelde besluiten en (rechts)handelingen.
2
De op grond van het eerste lid verleende bevoegdheden strekken zich mede uit tot het nemen van besluiten op bezwaarschriften voor zover het besluit waartegen het bezwaar zich richt niet door de algemeen directeur van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland in mandaat is genomen, en tot het voeren van beroepsprocedures over de krachtens die bevoegdheden genomen besluiten.