Artikel
1
1
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
civiele dienstauto:
personenauto of bestelauto, niet zijnde een taxi en niet bedoeld voor specifiek militair operationeel gebruik, met een toegestane maximum massa van hooguit 3.500 kilogram, die wordt gebruikt ten behoeve van de strijdkrachten;
-
civiel rijbewijs:
rijbewijs als bedoeld in artikel 107 van de Wegenverkeerswet 1994;
-
commandant:
de commandant als bedoeld in de Regeling Aanwijzing commandanten defensie;
-
commandant operationeel commando:
de Commandant Zeestrijdkrachten, de Commandant Landstrijdkrachten, de Commandant Luchtstrijdkrachten, de Commandant Koninklijke Marechaussee, ieder voor zover het hem aangaat; met commandant operationeel commando wordt gelijkgesteld de Commandant Dienstencentra, de Directeur van de Defensie Materieel Organisatie en de plaatsvervangend Secretaris Generaal van de Bestuursstaf, ieder voor zover het hem aangaat;
-
dubbele bediening:
inrichtingen in een motorrijtuig waarmee degene die rijonderricht geeft of praktisch rijexamen afneemt vanaf zijn zitplaats op de passagiersstoel de bedrijfsrem en, indien het een motorrijtuig met handschakeling betreft, de koppeling doeltreffend kan bedienen;
-
militair rijbewijs:
door de commandant van het Opleidings- en Trainingscentrum Rijden dan wel door een buitenlands militair bevoegd gezag afgegeven bevoegdheid tot het besturen van een militair motorrijtuig;
-
militair terrein:
terrein dat in gebruik is bij het Ministerie van Defensie en niet openstaat voor openbaar verkeer; onder terrein wordt ook begrepen de daarop liggende wegen, paden, de daarin liggende bruggen en duikers, de tot de wegen behorende paden en bermen of zijkanten, en parkeerplaatsen;
-
militair motorrijtuig:
voertuig dat wordt gebruikt ten behoeve van de strijdkrachten, bestemd om anders dan langs spoorstaven te worden voortbewogen uitsluitend of mede door een mechanische kracht, op of aan het voertuig zelf aanwezig dan wel door elektrische tractie met stroomtoevoer van elders;
-
militair rupsvoertuig:
militair motorrijtuig dat geheel of gedeeltelijk wordt voortbewogen op rupsbanden;
-
specifiek militair operationeel gebruik:
het besturen van motorrijtuigen, gebruikt ten behoeve van de strijdkrachten, buiten verharde wegen en paden dan wel tijdens inzet bij vredesoperaties, crisisbeheersingsoperaties en andere internationale en/of humanitaire operaties;
-
toegestane maximum massa:
ledige massa, vermeerderd met het maximum toegestane gewicht aan lading.
2
De paragrafen 2 en 5 van deze regeling zijn niet van toepassing op het vliegveldgedeelte, de start- en rolbanen alsmede de platforms van militaire luchthavens. Aldaar is een door de commandant van het militair terrein vast te stellen vliegveldregeling van toepassing.